Geschiedenis

Het Geneesmiddelenbulletin werd in 1967 voor het eerst uitgegeven vanuit het directoraat Volksgezondheid van het toenmalige Ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Gezien de dynamische ontwikkelingen op het gebied van de farmacotherapie en het tekortschieten van de destijds beschikbare objectieve voorlichtingsbronnen, veronderstelde men dat er onder voorschrijvers behoefte bestond aan onafhankelijke informatie over geneesmiddelen. Voor het op te richten tijdschrift werden de Amerikaanse Medical Letter on Drugs and Therapeutics (1959) en het Britse Drug and Therapeutics Bulletin (1962) als voorbeelden genomen. [2] Aanvankelijk bevatte het Geneesmiddelenbulletin veel vertalingen uit deze zusterbladen. Al spoedig ontstond echter behoefte aan artikelen die specifiek van toepassing waren op de Nederlandse situatie. Adviezen omtrent bijvoorbeeld het antibioticabeleid in de Verenigde Staten zijn nu eenmaal niet zonder meer geschikt voor ons land.

In 1988 werd het Geneesmiddelenbulletin enige tijd bedreigd met opheffing. Dat was niet vanwege kritiek op de kwaliteit van het blad, maar het gevolg van bezuinigingsoperaties bij de overheid. Door een gezamenlijke actie van vele betrokkenen is dit voorkomen. Het blad werd in 1990 geprivatiseerd en ondergebracht in de zelfstandige Stichting Geneesmiddelenbulletin en zo, meldde Gebu 1999; 33: 1-4, ‘…staat het voortbestaan tegenwoordig in het geheel niet meer ter discussie’.

In 2003 werd het Geneesmiddelenbulletin echter opnieuw met opheffing bedreigd daar de toenmalige minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) de subsidie met 90% wilde inperken. Massale adhesiebetuigingen via de e-mail, fax en post vanuit de beroepsgroepen van artsen en apothekers hebben de minister duidelijk gemaakt dat dit een zeer ongewenste maatregel zou zijn. Uiteindelijk werd de subsidie met 10% gekort en werd de voorwaarde gesteld dat het Geneesmiddelenbulletin zou worden ondergebracht bij een grotere organisatie. Die organisatie werd het College voor zorgverzekeringen (CVZ). Van samenwerking met CVZ werden voordelen verwacht die in de afgelopen jaren echter niet werden gerealiseerd. Met name de redactionele onafhankelijkheid van het Geneesmiddelenbulletin bleek moeilijk te combineren met de door CVZ gewenste controle op uitingen die onder zijn verantwoordelijkheid werden gedaan. Juridische procedures van fabrikanten brachten dit haarscherp aan het licht. Daarop is in goed overleg besloten uit elkaar te gaan en is met het Medisch Contact een technische samenwerking aangegaan. Er werd opnieuw een Stichting Geneesmiddelenbulletin opgericht. In de overgangsperiode, in 2009, is vanuit het ministerie van VWS nog geprobeerd de doelstelling van het Geneesmiddelenbulletin in te perken tot een mededelingenblad over behandelrichtlijnen. Hiertegen is veel verzet gerezen, ook politiek. Een Kamermeerderheid was tegen deze plannen. Mede daardoor is ook een derde bedreiging van de identiteit en het voortbestaan van het Geneesmiddelenbulletin afgewend. Het ministerie van VWS zal als vanouds de belangrijkste financier blijven, zo heeft de minister in 2016 aan de Tweede Kamer laten weten.

VWS stelde intussen wel aanvullende voorwaarden. Van het Ge-Bu werd verwacht dat zij naast geneesmiddelen ook aandacht ging besteden aan medische hulpmiddelen. Ook ontstond bij VWS de wens om het altijd gedrukte tijdschrift om te bouwen in een volwaardig digitaal tijdschrift met mogelijkheden voor digitale communicatie en interactie met andere Nederlandse organisaties en instellingen die zich bezig houden met informatie over geneesmiddelen. Om communicatie-technische redenen werd daarom ‘Ge-Bu’ als acroniem geïntroduceerd in plaats van voluit ‘Geneesmiddelenbulletin’.

In 2017 heeft er een transitie plaatsgevonden van een papierenversie als primaire drager van het Ge-Bu naar de website, hoewel de papieren versie blijft bestaan (https://www.ge-bu.nl/artikel/papieren-editie-en-digitalisering-van-het-geneesmiddelenbulletin-stand-van-zaken en https://www.ge-bu.nl/artikel/papier-en-digitaal).