Persbericht juni 2015

25 juni 2015

Geachte dames en heren,

Het juninummer van het Geneesmiddelenbulletin zal de volgende week in druk en op de website verschijnen.

Het hoofdartikel gaat over geneesmiddelengeïnduceerde depressie en suïcide. De meeste suïcidepogingen komen voor in het kader van een psychiatrische aandoening, zoals een depressieve stoornis of depressieve klachten. Geneesmiddelen kunnen een rol spelen in het ontstaan of verergeren van dergelijke aandoeningen. Een probleem bij de interpretatie van de gegevens zijn de coderingsproblemen van suïcide in de onderzoeken die namelijk nogal eens als minder ernstig worden benoemd of zelfs worden gebagatelliseerd. Van belang is ook dat patiënten met een verhoogd risico op suïcidaliteit en/of suïcide zijn uitgesloten van de onderzoeken. Ook zijn niet alle gegevens die de fabrikant ter beschikking heeft, opgenomen in de gepubliceerde onderzoeken. Gegevens over bijwerkingen worden ook wel als bedrijfsgeheim beschouwd.
De selectieve serotonine-heropnameremmers zijn het beste onderzocht. Het risico op suïcidaliteit en suïcide bij het gebruik van deze middelen is verhoogd bij kinderen en adolescenten. Anti-epileptica zijn ook geassocieerd met een verhoogd risico op suïcide. Dat geldt ook voor de virusremmer efavirenz (aids) en atomoxetine (ADHD). Van het ontwenningsmiddel varenicline (roken) zijn vele meldingen gedaan van depressieve klachten en suïcide, maar in onderzoek uit de hoogste categorie van wetenschappelijk bewijs kon geen verhoogd risico worden gevonden. Van diverse andere geneesmiddelen zijn aanwijzingen voor een verhoogd risico gevonden, maar niet uit de hoogste categorie van wetenschappelijk bewijs.
Als een arts een middel voorschrijft met een verhoogd risico op suïcidaliteit of suïcide dan moet het risico hierop worden afgewogen tegen de te verwachten positieve effecten van het middel. Artsen, apothekers en patiënten dienen vermoede bijwerkingen te melden.

In de prikbordrubriek Nieuwe geneesmiddelen wordt het antidepressivum vortioxetine (Brintellix®) besproken. Uit over het algemeen kortdurende onderzoeken wordt geconcludeerd dat er twijfel is aan het werkelijke effect van het middel, vanwege tegenstrijdige uitkomsten. Er is geen direct vergelijkend onderzoek met andere antidepressiva verricht en over de werkzaamheid en bijwerkingen op de lange termijn is geen onderzoek beschikbaar. Ook zijn de kosten hoger dan van de meeste andere antidepressiva. Vortioxetine is dus een middel zonder toegevoegde waarde.

In de rubriek Promotionele activiteiten wordt aandacht besteed aan Tien mythen over de farmaceutische industrie die door de Deense internist en hoogleraar Peter Gøtzsche zijn opgesteld in zijn boek ’Deadly medicines and organised crime’. Geneesmiddelenfabrikanten concurreren in een vrije markt, is mythe 5. Dit beeld staat echter zeer ver af van de realiteit waarin de fabrikanten grote financiële en belastingvoordelen evenals jarenlange patentbescherming genieten. Mythe 5 zou beter kunnen worden omschreven als: Geneesmiddelenfabrikanten werken vanuit een uiterst bevoorrechte positie in een protectionistische markt.

Ten slotte wordt in de rubriek Website van de maand de website www.methylphenidate-guide.eu/nl besproken. Het daarin aangeprezen methylfenidaat (merkloos, Concerta®, Equasym®, Medikinet®, Ritalin®) voor de behandeling van ADHD komt echter pas in aanmerking na een uitgebreid traject waarin eerst een psychosociale en/of pedagogische behandeling in gang is gezet. Pas bij onvoldoende resultaat daarvan dient het nut van medicatie zorgvuldig worden afgewogen.

met vriendelijke groet,

dr D. Bijl, arts-epidemioloog/hoofdredacteur
Redactie Geneesmiddelenbulletin
Domus Medica
Mercatorlaan 1200, 3528 BL Utrecht
tel. 030-2823153 of 030-2823360 (secretariaat)
Mob 06538 06548