Zanamivir (Relenza®), antiviraal middel

In deze rubriek worden nieuwe geneesmiddelen besproken, kort nadat ze in de handel zijn gebracht. Van sommige producten kan de plaatsbepaling slechts voorlopig zijn omdat nog relatief weinig bekend is over de veiligheid en effectiviteit. Toch menen we dat een vroeg commentaar van belang kan zijn voor de praktijk. Wanneer na verloop van tijd nieuwe gegevens daartoe aanleiding geven komen we op de eerste bespreking terug.
De prijzen zijn berekend aan de hand van de KNMP-taxe van november 1999, vergoedingsprijzen excl. BTW, tenzij anders aangegeven.

Zanamivir
Relenza® (GlaxoWellcome BV)
Inhalatiepoeder 5 mg/dosis

antiviraal middel

Zanamivir is een nieuw antiviraal middel voor de behandeling van influenza A en B.

Werkingsmechanisme. De werking berust op een selectieve remming van het virale enzym neuroaminidase, dat noodzakelijk is voor de replicatie van het influenzavirus in het oppervlakte-epitheel van de luchtwegen. Zanamivir is geregistreerd in een dosering van 2 dd twee inhalaties van 5 mg gedurende vijf dagen 'voor de behandeling van zowel influenza-A als -B bij volwassenen en adolescenten (12 jaar en ouder), die verschijnselen hebben die typisch zijn voor influenza wanneer er influenza heerst in de omgeving'.

Klinisch onderzoek. Er is één dubbelblind, gerandomiseerd en placebogecontroleerd onderzoek met zanamivir per inhalatie als monotherapie gepubliceerd.1 Bij dit onderzoek waren 455 patiënten betrokken van 12 jaar en ouder (gem. 37 jaar) met koorts (>37,7ºC) of koortsig plus twee van de symptomen spierpijn, hoesten, keelpijn en hoofdpijn. De klachten mochten niet langer dan 36 uur aanwezig zijn geweest (gem. 25 uur). De behandeling bestond uit orale inhalatie gedurende vijf dagen van zanamivir 2 dd 10 mg of placebo. Achteraf bleken 321 van de 455 personen positief voor influenza (214 influenza A en 107 influenza B). Behandeling met zanamivir leidde tot een statistisch significante verkorting van de duur van de griepsymptomen van 1,5 dag in vergelijking met placebo. In de totale patiëntengroep was dat van gemiddeld 6,5 naar 5 dagen, en in de influenzapositieve groep van 6,0 naar 4,5 dagen. Het verschil was nog iets meer uitgesproken bij de 251 patiënten, die in het begin koorts (>37,8ºC) hadden (6,5 vs. 4,5 dagen). In de zanamivirgroep kon men twee dagen eerder de normale bezigheden hervatten (7,0 vs. 9,0 dagen). Het aantal patiënten met een verhoogd risico van influenzacomplicaties was te klein om een gefundeerde uitspraak te kunnen doen. Het bijwerkingenpatroon was in beide behandelde groepen vergelijkbaar.
In twee andere onderzoeken,2 3 waarbij een deel van de patiënten zowel orale als nasale inhalatie kreeg, bleek toevoeging van nasale inhalatie niet van voordeel te zijn. Ook hier was er een significante verkorting met één dag van de duur van de griepsymptomen met zanamivir bij bewezen influenzapatiënten. Bij patiënten met koorts die binnen 30 uur na het begin van de klachten werden behandeld, was er een verkorting van de ziekteduur van drie dagen.3
Uit experimenteel onderzoek bij de mens is gebleken dat door zanamivir zowel de duur als de mate van de respiratoire uitscheiding van het virus wordt bekort. Dit geldt vermoedelijk tevens voor de duur van de besmettelijkheid. Een vergelijking met amantadine is niet ter sprake omdat dit middel alleen is geregistreerd voor de profylaxe van influenza A.

Bijwerkingen. Het aantal bijwerkingen na het gebruik van zanamivir via orale inhalatie is beperkt. Gemeld zijn onder meer neus- en keelklachten, hoofdpijn en hoesten. Deze lijken niet frequenter voor te komen dan bij placebo. Tot dusver is één geval bekend van resistentie, die zich ontwikkelde bij een kind met een chronische influenza-infectie en een gestoorde afweer, dat langdurig werd behandeld met zanamivir.

Zwangerschap en borstvoeding. Over het gebruik van zanamivir tijdens de zwangerschap en het geven van borstvoeding zijn nog onvoldoende gegevens bekend. Het gebruik is hierbij derhalve niet aan te bevelen.

Contra-indicaties en interacties. Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor de lactose in het inhalatiepoeder geldt als contra-indicatie. Klinisch belangrijke geneesmiddeleninteracties deden zich niet voor. Wanneer het gedurende 28 dagen werd gegeven, verzwakte zanamivir de beschermende immuunrespons op een gelijktijdige vaccinatie niet.

Plaatsbepaling

Neuroaminidaseremmers zijn, farmacologisch gezien, potentieel veelbelovende antivirale middelen. De thans beschikbare gegevens over de eerste vertegenwoordiger van deze groep zijn echter teleurstellend. Zanamivir geeft een verkorting van de ziekteduur met één of hoogstens anderhalve dag, als het zo vroeg mogelijk na het begin van de klachten wordt gegeven. In de praktijk is in het beginstadium het onderscheid met andere virale respiratoire infecties soms moeilijk vast te stellen. Het belangrijkste tekort is, dat gericht onderzoek ontbreekt naar de vraag of zanamivir bij risicopatiënten de secundaire complicaties en mortaliteit door influenza kan verminderen. In deze categorie van patiënten zullen velen ook problemen hebben met de toepassing per inhalatie. Profylaxe door vaccinatie van risicogroepen, waarvan de effectiviteit goed is vastgesteld en waarvan de organisatie in de eerstelijn is ingeburgerd, blijft prioriteit.




1. The MIST Study Group. Lancet 1998; 352: 1877-1878.
2. Monto AS et al. J Infect Dis 1999; 180: 254-261.
3. Hayden FG, et al. N Engl J Med 1997; 337: 874-880.