Wrattengroei tijdens het gebruik van ciclosporine

Ciclosporine (Sandimmune®, Neoral®) is een krachtig immunosuppressivum. Het wordt behalve voor het onderdrukken van afstotings- en 'graft versus host'-reacties na transplantaties ook gebruikt voor de behandeling van het nefrotisch syndroom en van psoriasis. Tijdens het gebruik van ciclosporine zijn onder andere bijwerkingen, zoals nier- en leverfunctiestoornissen, paresthesieën, hypertrichose, hoofdpijn, hypertensie, gingivahyperplasie, gastro-intestinale stoornissen en huidinfecties beschreven.
Onlangs ontving de stichting Lareb een melding van toegenomen wrattengroei tijdens het gebruik van ciclosporine. Een 47-jarige man werd in verband met psoriasis en artritis psoriatica behandeld met ciclosporine 2 dd 100 mg. Daarnaast gebruikte hij ranitidine 2 dd 150 mg en azapropazon 2 dd 600 mg. Vier weken na aanvang van ciclosporine kreeg hij last van een sterke toename van wrattengroei (verrucae vulgares) op de vingers en werd een stijging van het serumkreatinine tot 44% boven de uitgangswaarde gevonden. Het gebruik van ciclosporine werd daarop gestaakt.
Bij immuungecompromitteerde patiënten komen dermatologische complicaties, zoals het ontstaan van huidtumoren en wrattengroei, vaker voor.1 Bij ongeveer 1% van de patiënten die in verband met psoriasis met ciclosporine worden behandeld, treedt echter eveneens wrattengroei op, ook al bij een lage dosering.2 Een verklaring voor het ontstaan van wratten en andere virusgerelateerde huidaandoeningen zou kunnen zijn dat ciclosporine ook de virusspecifieke cytotoxische T-cellen onderdrukt. De produktie, differentiatie en het functioneren van cellen die verantwoordelijk zijn voor niet-specifieke verdedigingsmechanismen, worden niet beïnvloed door ciclosporine. Daarom hoeft de bescherming tegen bacteriële infecties niet te zijn afgenomen.3 Bij patiënten die een niertransplantatie ondergingen, leek een verband te bestaan tussen het ontstaan van wratten en de duur van de immunosuppressieve therapie, een lichte huidskleur en de blootstelling aan zonlicht.1 Het is mogelijk dat dit ook voor de toepassing bij psoriasis geldt. In ernstige gevallen van wrattengroei zou men tot een andere therapie kunnen besluiten.

<hr />


1. McLelland J, Rees A, Williams G, Chu T. The incidence of immunosuppression related skin disease in long-term transplant patients. Transplantation 1988; 46: 871-874.
2. Krupp P, Monka C. Side-effect profile of cyclosporin A in patients treated for psoriasis. Br J Dermatol 1990; 122 (suppl 36): 47-56.
3. Bunney MH, Benton EC, Barr BB, Smith IW, Anderton JL, Hunter JAA. The prevalence of skin disorders in renal allograft recipients receiving cyclosporin A compared with those receiving azathioprine. Nephrol Dial Transplant 1990; 5: 379-382.