Wijzigingen per 1 augustus 1997

In het GVS is per 1 augustus 1997 weer een aantal zaken veranderd. In deze rubriek noemen we enkele interessante wijzigingen.
NB. Plaatsing van een product in het GVS hoeft niet automatisch te betekenen dat het al in de handel is.

Ingedeeld bij onderling vervangbare geneesmiddelen

Carbasalaatcalcium sachets 300 en 600 mg, alsmede ibuprofen capsules en tabletten 200 en 300 mg zijn ingedeeld in de groep NSAID's.
Cipramil® tabletten 10, 20 en 40 mg, met als werkzame stof het antidepressivum citalopram, zijn ingedeeld in de groep van de serotonine-heropnameremmers.
Condyline® applicatievloeistof 5 mg/ml en Wartec® crème 1,5 mg/g, met als werkzame stof podofyllotoxine, zijn geplaatst in een nieuwe groep.
Fempres® tabletten 7,5 en 15 mg, met als werkzame stof de ACE-remmer moëxipril, zijn ingedeeld in de groep van de ACE-remmers.
Lerdip® tabletten 10 mg, met als werkzame stof de calciumantagonist lercanidipine, zijn geplaatst in de groep van de dihydropyridinen.
Requip® tabletten 0,25, 0,5, 2 en 5 mg, met als werkzame stof de dopamine-agonist ropinirol, zijn ingedeeld in de groep middelen tegen de ziekte van Parkinson waarin zich onder meer bromocriptine bevindt.
ReVia® en Nalorex® tabletten 50 mg, met als werkzame stof de opioïde-antagonist naltrexon, zijn geplaatst in een nieuwe groep.

Niet ingedeeld bij andere onderling vervangbare geneesmiddelen

CellCept® capsules 250 mg en tabletten 500 mg, met als werkzame stof het immunosuppressivum mycofenolaatmofetil, zijn geplaatst op bijlage 1B. Hiervoor gaat een toestemmingsvereiste gelden, waarbij het middel uitsluitend wordt vergoed indien het bij de geregistreerde indicatie wordt voorgeschreven. Dit betreft de toepassing samen met ciclosporine en corticosteroïden als profylaxe tegen orgaanafstoting in de acute fase, bij patiënten die een allogene niertransplantatie ondergaan.
Lamictal® tabletten 25, 50, 100 en 200 mg, met als werkzame stof het anti-epilepticum lamotrigine, zijn geplaatst op bijlage 1B. Teneinde gepast gebruik te waarborgen, geldt als voorwaarde voor vergoeding dat behandeling alleen plaatsvindt bij patiënten die, volgens het behandelprotocol, niet in aanmerking komen voor andere anti-epileptica.
Prograft® capsules 1 en 5 mg en concentraat voor infusievloeistof 5 mg/ml, met als werkzame stof het immunosuppressivum tacrolimus, zijn geplaatst op bijlage 1B en komen dus voor vergoeding in aanmerking.
Taloxa® tabletten 400 en 600 mg en suspensie 120 mg/ml, met als werkzame stof het anti-epilepticum felbamaat, zijn geplaatst op bijlage 1B en komen dus voor vergoeding in aanmerking.