Website van de maand: www.methylphenidate-guide.eu/nl

Een deel van de producenten van methylfenidaat (merkloos, Concerta®, Equasym®, Medikinet®, Ritalin®) stuurde op 9 maart 2015 een brief aan voorschrijvers om aandacht te vragen voor een website met informatie.1 Volgens deze brief bevat de website een aantal risicominimalisatiematerialen met aanbevelingen om ernstige risico’s van methylfenidaat te beperken of te voorkomen. De website zou de beslissing tot het voorschrijven van methylfenidaat kunnen ondersteunen, evenals de controle van de behandeling van ’Attention Deficit Hyperactivity Disorder’ (ADHD) bij kinderen en adolescenten. Er is al het nodige geschreven over het effect en de risico’s van methylfenidaat, onder meer in Gebu 2012; 46: 121-129. Dat maakt nieuwsgierig naar wat er precies op de website staat en hoe nuttig en noodzakelijk het opgenomen materiaal is.
De website. Er is een viertal documenten op de website te vinden die de arts kan downloaden: een toelichting, een controlelijst voor het eerste voorschrift en één voor de vervolgcontrole, en een patiëntenkaart. In de toelichting wordt gesteld dat het belangrijk is dat producten met methylfenidaat ’consistent en uitsluitend door de juiste patiënten worden gebruikt’. De documenten sluiten volgens de toelichting aan op de aanbevelingen van de ’Committee for Medicinal Products for Human Use’ (CHMP) van de European Medicines Agency (EMA).2 De behandeling moet, volgens de productinformatie,3plaatsvinden onder toezicht van een specialist op het gebied van gedragsstoornissen bij kinderen, maar hiervan wordt geen melding gemaakt op de website.
Overwegingen bij het voorschrijven van medicatie. De controlelijst vermeldt alle in de productinformatie opgenomen contra-indicaties en interacties inclusief de aanbevelingen van de CHMP ten aanzien van onder meer controle van lengte, gewicht, bloeddruk, hartfrequentie en de aanbeveling om eens per jaar de behandeling ter evaluatie te staken. De beslissing om methylfenidaat voor te schrijven wordt daarmee vooral aan bewakingsgegevens gekoppeld. Een belangrijk probleem ligt echter al voor de beslissing om methylfenidaat te gaan gebruiken. In Gebu 2012; 46: 121-129 is aangegeven dat de diagnose ADHD kan worden gezien als een beschrijving van gedragskenmerken zonder onderliggende causale essentie. De bijbehorende criteria kunnen verschillend worden geïnterpreteerd, zodat de diagnose nooit volledig objectief is. De Multidisciplinaire richtlijn ADHD voegt daaraan toe dat een diagnose vaak lastig is omdat de symptomen afnemen met de leeftijd.4 Met name bij jonge kinderen verhoogt dit de kans op een fout-positieve diagnose.
Het zorgprogramma rondom ADHD vermeldt daarnaast dat de zorg vooral moet zijn gericht op voorlichting, preventie en psychosociale begeleiding van kinderen en ouders. Alleen in ernstige gevallen is het voorschrijven van medicatie (door artsen in de tweede lijn) aangewezen.5 Er moet dan uitgebreid onderzoek plaatsvinden om onderliggende medische problemen uit te sluiten. Als uiteindelijk wordt besloten medicamenteus te behandelen dan is methylfenidaat bij de behandeling van ADHD bij kinderen en adolescenten de eerste keuze.
Voordeel van de controlelijsten. Het is onwaarschijnlijk dat er in Nederland nog zorgverleners zijn te vinden die geen gebruik maken van een elektronisch zorginformatiesysteem. Het gebruik van deze systemen vermindert communicatiefouten rondom en faciliteert overdracht van medische gegevens. Dat neemt niet weg dat de voorschrijver alvorens methylfenidaat voor te schrijven, zou moeten controleren op comorbiditeit en comedicatie. In deze tijd van geautomatiseerde medicatiebewaking is het echter volledig achterhaald om dit te doen met een, niet in het zorgsysteem geïntegreerde, controlelijst.
Conclusie. De waarschijnlijkheidsdiagnose ADHD wordt meestal pas gesteld na een uitgebreid traject. Volgens de productinformatie dienen eerst psychosociale en/of pedagogische behandelingen in gang te worden gezet. Bij onvoldoende resultaat hiervan moet het nut van medicatie vervolgens zorgvuldig worden afgewogen. Het beschikbare materiaal op de website vergemakkelijkt dit traject op geen enkele wijze. De aanbevelingen van de CHMP zijn in 2009 gedaan en zijn dus niet recent te noemen. De Nederlandse kinder- en jeugdpsychiaters hebben wel recent hun zorgen uitgesproken over het toegenomen gebruik van methylfenidaat bij ADHD in de afgelopen jaren.6 Het is onduidelijk waarom de diverse producenten nu pas de aandacht vragen voor een website met informatie. Het doet vermoeden dat dit vooral is bedoeld om het voorschrijven van methylfenidaat nog eens onder de aandacht te brengen.


Literatuurreferenties
1.
Risicominimalisatiematerialen betreffende methylfenidaat-bevattende geneesmiddelen. Brief van 9 maart 2015.
2. Questions and answers on the review of medicines containing methylphenidate [document op het internet]. Via: http://www.ema.europa.eu/docs/en_GB/document_library/Referrals_document/Methylphenidate_31/WC500011125.pdf.
3. Productinformatie methylfenidaat (Ritalin®), via: www.cbg-meb.nl, Geneesmiddeleninformatiebank.
4. Multidisciplinaire Richtlijn ADHD. Richtlijn voor de diagnostiek en behandeling van ADHD bij kinderen en jeugdigen. Utrecht: Trimbos Instituut, 2005.
5. Landelijk basisprogramma ADHD bij kinderen en jeugdigen. Utrecht: Trimbos Instituut, 2007.
6. Kinderpsychiaters bezorgd over toename gebruik ADHD medicatie [document op het internet]. Via: http://www.nvvp.net/website/nieuws/2015/kinderpsychiaters-bezorgd-over-toename-gebruik-adhd-medicatie.

Auteurs

  • mw drs M.A.E. Nieuwhof