Volksgezondheidsrisico's door antibioticumgebruik in de veehouderij


Onder medeverantwoordelijkheid van de redactiecommissie

Op uitnodiging van de redactiecommissie van het Gebu heeft de heer Van den Bogaard in juli 1999 de opdracht aanvaard om een artikel te schrijven over antibioticumgebruik in de veehouderij en volksgezondheidsrisico's. Na intensieve bewerking door het redactiebureau, is het conceptartikel in maart 2001 besproken in de redactiecommissie. Vlak voordat, in samenspraak met de auteur, de definitieve versie werd vastgesteld, verscheen vrijwel exact hetzelfde artikel in het Pharmaceutisch Weekblad. Het was ons niet bekend dat de auteur dubbelplaatsing voor ogen stond. De redactiecommissie keurt de handelwijze van de auteur af, maar heeft besloten dit artikel toch te plaatsen vanwege het belang van het onderwerp en de toevoegingen die met hulp van onze referenten zijn gemaakt.  

Het gebruik van antibiotica bij vee kan bijdragen aan de resistentieproblematiek bij de mens. Bij slachtvee worden antibiotica niet alleen als geneesmiddel gebruikt, maar worden deze ook om economische redenen continu door het voer gemengd om de groei te bevorderen. Aangezien antibioticumgebruik altijd resistentie bij bacteriën veroorzaakt en bacteriën of hun resistentiegenen van dier naar mens via producten van dierlijke oorsprong kunnen worden overgedragen, kan hierdoor de effectiviteit van belangrijke reserve-antibiotica voor de mens in gevaar komen (Gebu 2001; 35: 83-88).

 



Selectie. De huidige grootschalige intensieve veehouderij is ontstaan toen het mogelijk werd de infectierisico's met antibiotica te beheersen.
In de intensieve veehouderij is, in het geval van een bacteriële infectie, individuele behandeling vaak onmogelijk door de grote aantallen dieren per stal waardoor de ziekte zich verspreidt door de hele stal. Dan worden diergeneesmiddelen therapeutisch (preventief) aan alle dieren toegediend. Dit gebeurt door het middel door het drinkwater of door het voer te mengen. Naast het therapeutisch gebruik van antibiotica worden echter ook antibiotica continu door het veevoeder gemengd als een soort vitamine, de zogenoemde additieven. Daardoor groeien de dieren sneller en hebben ze minder voedsel nodig om dezelfde hoeveelheid vlees te produceren. Bovendien wordt er minder mest geproduceerd. Deze antibiotica worden daarom ook wel antimicrobiële groeibevorderaars (AMGB's) genoemd. Deze toepassing van antibiotica gaat buiten de dierenarts om. Distributie, en eventuele advisering, van deze voeders verloopt via de mengvoederfabrikant. In de Europese regelgeving is vastgelegd welke additieven door het veevoer mogen worden gemengd. De antibiotica die in Europa tot voor kort als AMGB mochten worden toegepast, staan in tabel 1.







In 1969 verscheen in Engeland een rapport met aanbevelingen omtrent het gebruik van AMGB's.37 De aanbevelingen uit het rapport zijn destijds door de meeste nu tot de EU behorende landen overgenomen en in hun wetgeving opgenomen. In het kort kwam het erop neer, dat een scheiding werd aangebracht tussen antibiotica die werden toegelaten voor (dier)geneeskundig gebruik en als groeibevorderaar. Middelen die voor therapeutisch gebruik waren geregistreerd of tot dezelfde klasse behoorden (kruisresistentie), mochten niet meer als AMGB worden gebruikt. Deze maatregelen zijn echter nooit consequent doorgevoerd. 

Bacteriën uit de commensale flora zijn potentiële pathogenen voor patiënten met een verminderde weerstand. 

Tylosine bleef, ondanks een volledige kruisresistentie met erytromycine en een registratie als diergeneesmiddel, ook als AMGB op de markt. Bacitracine was als geneesmiddel en als AMGB toegelaten. Het gebruik van avoparcine als AMGB is destijds na het voor klinische toepassing beschikbaar komen van vancomycine, ten onrechte niet gestopt. Uiteindelijk is in april 1997 het gebruik van avoparcine in de EU verboden. In 1999 is het gebruik van een viertal overige AMGB's geschorst: virginiamycine, tylosine, spiramycine en bacitracine. Momenteel zijn alleen nog toegestaan flavofosfolipol, salinomycine, monensin en avilamycine.
De Nederlandse Gezondheidsraad,26 38 de Europese Commissie39 en de WHO40 hebben geadviseerd om op termijn het gebruik van antibiotica als AMGB volledig te verbieden. In Nederland zou dit verbod in 2002 van kracht moeten worden.  

Aanbevelingen

Om het resistentierisico te verminderen, is gesteld dat het hebben van een lage prevalentie en mate van resistentie in de fecale flora, een volksgezondheidsdoel moet zijn, net zoals een laag cholesterolgehalte of een adequate bloeddruk.18 Aangezien via producten van dierlijke oorsprong resistentie van dier naar mens kan overgaan, is ook bij slachtdieren een lage mate van resistentie in de fecale flora in het belang van de volksgezondheid. Dit zou als een kwaliteitscriterium voor slachtdieren moeten worden beschouwd.41 Om dit doel te bereiken, dient primair de hoeveelheid antibiotica die aan deze dieren wordt toegediend, te worden verminderd. Het stoppen met het toedienen van antibiotica als groeibevorderaar zou in één keer de totale hoeveelheid antibiotica, die thans voor dieren wordt gebruikt, halveren. Daarnaast dient door betere huisvesting, eradicatie van dierziekten en vaccinatie, de afhankelijkheid van het therapeutisch en vooral het preventieve gebruik van antibiotica te worden verminderd. Het is belangrijk om ook bij dieren alleen antibiotica te gebruiken als deze zijn geïndiceerd, en wel voor de behandeling van bacteriële infecties. Bij de keuze van een antibioticum dient ook de kans op het selecteren en verspreiden van resistentie-aspecten te worden betrokken. Belangrijke antibiotica voor de mens dienen bij zieke dieren alleen te worden gebruikt als bacteriologisch onderzoek heeft aangetoond dat geen van de andere voor dieren beschikbare antibiotica werkzaam zijn. Gebruik voor empirische therapie is dus uit den boze. Dit geldt voor de mens vooral bij het gebruik van reserve-antibiotica (Gebu 1998; 32: 15-21).Het door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde geformuleerde antibioticumbeleid is gebaseerd op bovenstaand uitgangspunt. De daaruit voortgekomen landelijke antibioticumformularia voor de behandeling van de verschillende diersoorten vormen een belangrijk hulpmiddel hierbij en hebben de Nederlandse dierenarts bewust gemaakt van de resistentieproblematiek en haar/zijn verantwoordelijkheid in deze.42 Samen met een verantwoord gebruik bij de mens, is dit noodzakelijk om de effectiviteit van antibiotica voor de behandeling van mens en dier in de toekomst te waarborgen.  

Trefwoorden: antibiotica, intensieve veehouderij, volksgezondheid

Stofnaam Merknamen®
ampicilline  Pentrexyl
azitromycine Zithromax
ceftriaxon Rocephin
ciprofloxacine Ciproxin
erytromycine merkloos, Eryc, Erythrocine
neomycine merkloos
quinupristine/dalfopristine Synercid
spiramycine Rovamycine
tetracycline merkloos
trimethoprim merkloos, Monotrim, Wellcoprim
vancomycine merkloos, Vancocin

Van de middelen die uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik in de handel zijn, zijn geen stof- en merknamen opgenomen.



1. Levy SB. The antibiotic paradox: how miracle drugs are destroying the miracle. New York: Plenum Press, 1992. 
2. Everdingen JJ van, et al. Als vanco valt: de falende verdediging van geneesmiddelen tegen micro-organismen. Overveen: Belvedere, 1996. 
3. Bogaard AE van den, et al. Antibiotic usage in animals: impact on bacterial resistance and public health. Drugs 1999; 58: 589-607.
4. Bogaard AE van den. Een beschouwing over de zin en onzin van gevoeligheidsbepalingen voor de diergeneeskundige praktijk. Tijdschr Diergeneeskd 1988: 113: 921-932.
5. Hartmann FA, et al. Isolation of methicillin-resistant Staphylococcus aureus from a postoperative wound infection in a horse. J Am Vet Med Assoc 1997; 211: 590-592.
6. Tomlin J, et al. Methicillin-resistant Staphylococcus aureus infections in 11 dogs. Vet Rec 1999; 144: 60-64.
7. Bogaard AE van den, et al. Antimicrobial resistance - relation to human and animal exposure to antibiotics. J Antimicrob Chemother 1997; 40: 453-454.
8. Guerra L, et al. Airborne contact dermatitis from animal feed antibiotics. Contact Dermatitis 1991; 25: 333-334.
9. Bogaard AE van den, et al. Epidemiology of resistance to antibiotics. Links between animals and humans. Int J Antimicrob Agents 2000; 14: 663-671.
10. Deleener J, et al. Enquete sur la role joue dans la propagation de Salmonella et Shigella par les porteur de germes dans l' industrie de viande. Med Mal Infect 1980; 10: 392-398.
11. Use of quinolones in food animals and potential impact on human health. Report of a WHO meeting. Geneva: 2-5 june 1998.
12. Molbak K, et al. An outbreak of multidrug-resistant, quinolone-resistant Salmonella enterica serotype typhimurium DT104. N Engl J Med 1999; 341: 1420-1425.
13. Fey PD, et al. Ceftriaxone-resistant salmonella infection acquired by a child from cattle. N Engl J Med 2000; 342: 1242-1249.
14. Endtz HP, et al. Quinolone resistance in campylobacter isolated from man and poultry following the introduction of fluoroquinolones in veterinary medicine. J Antimicrob Chemother 1991; 27: 199-208.
15. Jacobs-Reitsma WF, et al. The induction of quinolone resistance in Campylobacter bacteria in broilers by quinolone treatment. Letters in Applied Microbiology 1994; 19: 228-231. 
16. Gaunt PN, et al. Ciprofloxacin resistant Campylobacter in humans: an epidemiological and laboratory study. J Antimicrob Chemother 1997; 37: 1197-1199.
17. Smith KE, et al. Quinolone-resistant Campylobacter jejuni infections in Minnesota, 1992-1998. N Engl J Med 1999; 340: 1525-1532.
18. Lester S, et al. The carriage of Escherichia coli resistant to antimicrobial agents by healthy children in Boston, in Caracas, Venezuela, and in Qin Pu, China. N Engl J Med 1990; 323: 285-289.
19. Levy SB, et al. High frequency of antimicrobial resistance in human fecal flora. Antimicrob Agents Chemother 1988; 32: 1801-1806.
20. Murray BE. Can antibiotic resistance be controlled. N Engl J Med 1994; 330: 1229-1230.
21. Auwera P van der, et al. Influence of oral glycopeptides on the fecal flora of human volunteers: selection of highly glycopeptide-resistant enterococci. J Infect Dis 1996; 173: 1129-1136.
22. Corpet D. Antibiotic resistance from food. N Engl J Med 1988; 318: 1206-1207.
23. Guinee P, et al. Escherichia coli with resistance factors in vegetarians, babies, and non-vegetarians. Appl Microbiol 1970; 20: 531-535.
24. Levy SB, et al. Spread of antibiotic-resistant plasmids from chicken to chicken and from chicken to man. Nature 1976; 260: 40-42.
25. Bogaard AE van den, et al. Antibiotics in animal feeds and the emergence and dissemination of bacterial resistance in man. In: Andremont A, et al (eds.). Antibiotic therapy and control of antimicrobial resistance in hospitals. Paris: Elsevier, 1999: pag. 51-60. 
26. Hummel R, et al. Spread of plasmid-mediated nourseothricin resistance due to antibiotic use in animal husbandry. J Basic Microbiol 1986; 26: 461-466.
27. Witte W, et al. Antibiotics in animal feed. Acta Vet Scand Suppl 2000; 93: 37-45.
28. Devriese LA, et al. Presence of vancomycin-resistant enterococci in farm and pet animals. Antimicrob Agents Chemother 1996; 40: 2285-2287. 
29. Quednau M, et al. Antibiotic-resistant strains of Enterococcus isolated from Swedish and Danish retailed chicken and pork. J Appl Microbiol 1998; 84: 1163-1170.
30. Schouten MA, et al. VRE and meat. Lancet 1997; 349: 1258. 
31. Stobberingh EE, et al. Enterococci with glycopeptide resistance in turkeys, turkey farmers, turkey slaughterers, and (sub)urban residents in the south of the Netherlands: evidence for transmission of vancomycin resistance from animals to humans? Antimicrob Agents Chemother 1999; 43: 2215-2221.
32. Bogaard AE van den, et al. Vancomycin-resistant enterococci in turkeys and farmers. N Engl J Med 1997; 337: 1558-1559. 
33. Aarestrup FM, et al. Associations between the use of antimicrobial agents for growth promotion and the occurence of resistance among Enterococcus faecium from broilers and pigs in Denmark, Finland, and Norway. Microb Drug Resist Mech E Dis 2000; 6: 63-70.
34. Bogaard AE van den, et al. High prevalence of colonization with vancomycin- and pristinamycin-resistant enterococci in healthy humans and pigs in The Netherlands: is the addition of antibiotics to animal feeds to blame? J Antimicrob Chemother 1997; 40: 454-456. 
35. Pantosti A, et al. Decrease of vancomycin-resistant enterococci in poultry meat after avoparcin ban. Lancet 1999; 345: 741-742.
36. Bogaard AE van den, et al. The effect of banning avoparcin on VRE carriage in The Netherlands. J Antimicrob Chemother 2000; 46: 146-148. 
37. Swann MM. London: Her Majesty's Stationary Office, 1969: 82. 
38. Groeibevorderaars. CA. Den Haag: Gezondheidsraad der Nederlanden, 1998: 112.
39. Opinion of the scientific steering committee on antimicrobial resistance. Brussels: European commission, 28 May 1999.
40. WHO global principles for the containment of antimicrobial resistance in animals intended for food. Report of a WHO consultation. Geneva: 5-9 june 2000.
41. Bogaard AE van den, et al. Time to ban all antibiotics as animal growth-promoting agents? + reply and authors' reply. Lancet 1996; 348: 619 (+p.1454-1456). 
42. Bogaard AE van den, et al. Een veterinair antibioticum beleid - Aanbevelingen van een werkgroep. Tijdschr Diergeneeskd 1994; 119: 160-183.    

Auteurs

  • dr A.E. van den Bogaard