Visoliesupplementen


Prof. dr G. Hornstra, onder medeverantwoordelijkheid van de redactiecommissie

 


Terug naar boven

In Nederland zijn voedingssupplementen in de handel die gezuiverde visolie of geconcentreerde visolie bevatten welke rijk zijn aan zogenoemde omega-3-vetzuren. Dit zijn meervoudig onverzadigde vetzuren waarvan de eerste dubbele binding zich op de omega-3 plaats van het molecuul bevindt, dat wil zeggen tussen het derde en vierde koolstofatoom, gerekend vanaf de eindstandige methylgroep (zie fig.). Zij behoren tot de essentiële vetzuren en zijn noodzakelijk voor de normale ontwikkeling en de gezondheid van de mens.

Visoliesupplementen zijn bewerkte natuurproducten. Zij zijn in Nederland niet voor enige indicatie geregistreerd. De supplementen zijn vrij verkrijgbaar bij drogist en apotheker. In de praktijk worden deze middelen door artsen voorgeschreven en door patiënten gebruikt ter beïnvloeding van bepaalde ziekten. Het gebruik van visolievetzuren wordt door de producenten aanbevolen bij onder meer cardiovasculaire en inflammatoire aandoeningen en tijdens de zwangerschap. Voorts claimen sommige fabrikanten een positieve invloed van visoliesupplementen op de ontwikkeling en het functioneren van het zenuwstelsel.

In Gebu 1998; 32: 27-33 werd ingegaan op de rol van visolievetzuren bij de behandeling van eclampsie. Nu wordt eerst kort stilgestaan bij de aangrijpingspunten en werkingsmechanismen van visolievetzuren en de samenstelling van de diverse preparaten. Vervolgens wordt nagegaan hoe sterk de bewijzen zijn voor de werkzaamheid van visoliesupplementen bij cardiovasculaire en inflammatoire aandoeningen. De mogelijke invloed van deze supplementen op het centrale zenuwstelsel en de foetale ontwikkeling blijft buiten beschouwing vanwege het ontbreken van gerandomiseerd, dubbelblind en gecontroleerd onderzoek. Als laatste komen de bijwerkingen aan de orde en wordt een plaatsbepaling van visoliesupplementen gegeven.

 


Terug naar boven

De in visolie voorkomende omega-3-vetzuren zijn voornamelijk eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA). Deze vetzuren kan het menselijk lichaam nauwelijks zelf aanmaken. Wel vindt enige synthese plaats uit een plantaardige voorloper, alfalinoleenzuur, dat voorkomt in olie afkomstig uit onder meer walnoten, sojabonen, lijnzaad en raapzaad. Dit omzettingsproces verloopt moeizaam. Het is onbekend hoeveel alfalinoleenzuur wordt omgezet in EPA en DHA. Een hoge inname van linolzuur, een ander essentieel vetzuur, lijkt de omzetting te remmen. De belangrijkste bronnen van EPA en DHA zijn (vette) vis, visolie en visolieconcentraten. DHA komt daarnaast ook voor in rood vlees, terwijl kip een relatief belangrijke bron van EPA is. De inname van EPA en DHA vanuit normaal voedsel is relatief gering, namelijk minder dan 1 g/dag.

EPA en DHA zijn in staat om arachidonzuur uit de celwand te verdrijven. Arachidonzuur is eveneens een meervoudig onverzadigd vetzuur dat nauwelijks door de mens kan worden gesynthetiseerd. Het behoort tot de omega-6-vetzuren en komt onder meer voor in eidooier en rood vlees. Daarnaast kan het in het lichaam worden gevormd uit linolzuur dat in grote hoeveelheden in onze voeding voorkomt. De normale dagelijkse consumptie hiervan bedraagt ongeveer 15-20 g. De meeste weefsels bevatten twee- tot driemaal zoveel arachidonzuur als EPA en DHA. Door sommigen wordt aangenomen dat een voeding die rijk is aan omega-6-vetzuren, de effecten van omega-3-vetzuren antagoneert.1

Arachidonzuur kan in het lichaam worden omgezet in zogenoemde eicosanoïden: prostaglandinen, tromboxanen, hydroxyvetzuren en leukotriënen. Sommige hiervan zijn betrokken bij immuunreacties en ontstekingsprocessen, en bij de regulatie van de tromboseneiging en de bloeddruk. Een relatieve overproductie van deze stoffen uit arachidonzuur wordt wel gezien als één van de oorzaken van hart- en vaatziekten, immuunreacties en inflammatoire aandoeningen. Door hun arachidonzuurverdrijvende werking zouden EPA en DHA kunnen bijdragen aan de preventie en behandeling van ziekten, zoals atherosclerose, reumatoïde artritis, astma en constitutioneel eczeem.

 


Terug naar boven

De precieze samenstelling van visolie hangt af van het jaargetijde, de vissoort en de oorsprong van de olie, namelijk de lever of de romp van de vis. De in de handel zijnde visoliesupplementen bevatten wisselende concentraties omega-3-vetzuren, in de vorm van triglyceriden en/of ethylesters. Tien ml olie afkomstig van kabeljauw-, heilbot- of haaienlever of van de visromp bevat ongeveer 2 g omega-3-vetzuren. Visolie bevat tevens vitamine A en D. Kabeljauwlevertraan verschaft per 10 ml 1200 µg vitamine A en 10 µg vitamine D. Heilbot- en haaienlevertraan bevatten vergelijkbare hoeveelheden vitamine D, maar veel meer vitamine A. Olie van de visromp bevat veel minder vitamine A en D dan levertraan.

De werking van visoliesupplementen is afhankelijk van de mate van zuivering en concentratie van het preparaat. Deze laatste is niet constant omdat visoliesupplementen natuurproducten zijn. Daarbij komt dat er in Nederland van overheidswege geen controle plaatsvindt op de samenstelling van deze producten.

Voor Nederland gelden geen specifieke adviezen voor verschillende vetzuren. De Europese Voedingsraad en de 'Nordic Recommendations' adviseren een minimale inname van EPA en DHA van circa 0,5% van de dagelijkse calorie-inname, hetgeen neerkomt op ongeveer 1-1,5 g/dag. De doseringen van visoliesupplementen die in het klinisch onderzoek worden gebruikt zijn meestal veel hoger. Met dergelijke hoge doseringen bereikt men farmacologische effecten, in tegenstelling tot het eten van één portie vis per week waarmee men alleen een mogelijk tekort in de voeding van visolievetzuren voorkomt.

 


Terug naar boven

Observationeel onderzoek
Enige decennia geleden is uit observationeel onderzoek in Noorwegen, Groenland en Japan de indruk ontstaan dat de sterfte aan coronaire hartaandoeningen relatief laag is in populaties die veel vis en andere zeedieren eten. Dit ging soms gepaard met een verminderde bloedplaatjesaggregatie en een verlenging van de bloedingstijd. Hoewel deze effecten algemeen werden toegeschreven aan EPA en DHA, bleek deze voeding ook te worden gekenmerkt door een laag gehalte aan verzadigde vetzuren. Latere observationele onderzoeken toonden niet altijd een consistent beeld.2 3

De resultaten van observationeel onderzoek hebben geen uitsluitsel gegeven over de vraag of het eten van vis of visolie het risico van hart- en vaatziekten beïnvloedt. Er zijn onderzoeken gepubliceerd die een negatieve,3-6 een positieve7 8 of geen9-11 associatie vonden tussen het consumeren van vis en de sterfte ten gevolge van hart- en vaatziekten.

De observationele onderzoeken vormden de aanleiding tot het verrichten van gecontroleerde interventieonderzoeken, omdat met observationeel onderzoek nooit genoeg bewijs kan worden geleverd voor een oorzaak-gevolgrelatie. Een groot deel van deze interventieonderzoeken richt zich op primaire preventie van cardiovasculaire ziekten door het beïnvloeden van cardiovasculaire risicofactoren en risico-indicatoren, zoals serumlipiden, bloeddruk en bloedplaatjesaggregatie. Slechts een gering deel van het onderzoek richt zich op het beïnvloeden van de prognose van patiënten waarbij zich reeds cardiovasculaire aandoeningen hebben geopenbaard (secundaire preventie).

De discrepanties in de onderzoeksresultaten, zowel van de hier beschreven observationele onderzoeken als de verder te bespreken interventieonderzoeken, worden door sommigen toegeschreven aan de interacties tussen omega-3- en omega-6-vetzuren.1 Verder is vaak de hoeveelheid omega-6-vetzuren in de voeding van de onderzochte patiënten niet bekend. Nader onderzoek zal duidelijkheid moeten verschaffen.

Interventieonderzoek gericht op primaire preventie

Cholesterol en triglyceriden
Veel onderzoek is verricht naar de invloed van de consumptie van vis, visolie of visolieconcentraten op de verschillende risicofactoren en risico-indicatoren voor hart- en vaatziekten. Een groot deel van dit onderzoek kan de toets der kritiek echter niet doorstaan. De onderzoeken die wat opzet en uitvoering betreft wel als betrouwbaar zijn aan te merken, geven desondanks vaak geen consistent beeld. In een overzichtsartikel zijn de resultaten van diverse placebogecontroleerde onderzoeken naar het effect van visoliesupplementen op de serumlipiden samengevat.12 Geconcludeerd wordt dat de totale serumcholesterolconcentratie niet verandert, zowel de LDL- als de HDL-cholesterolconcentratie met 1-3% stijgt en de plasmatriglyceridenconcentratie met 25-30% daalt.12

Bloeddruk
Uit recente meta-analysen van gecontroleerde onderzoeken is naar voren gekomen dat het eten van (extra) vis of het innemen van visolieconcentraten de diastolische bloeddruk van onbehandelde patiënten met hypertensie met ongeveer 1,5-3,5 mm Hg vermindert.13 14 Dit bloeddrukverlagende effect is dosisafhankelijk en bedraagt voor de systolische druk ongeveer 0,66 mm Hg en voor de diastolische druk ongeveer 0,35 mm Hg per gram extra omega-3-vetzuren per dag. De in deze meta-analysen opgenomen onderzoeken waren echter van betrekkelijk korte duur. Meer onderzoek is dan ook nodig om de effectiviteit van een dergelijke therapie op de langere termijn vast te stellen.

Bloedplaatjesaggregatie, bloedstolling en fibrinolyse
Er zijn goede aanwijzingen dat bloedplaatjesaggregatie en bloedstolling zijn betrokken bij het ontstaan van coronaire hartziekten en complicaties (Gebu 1995; 29: 123-129) , terwijl de fibrinolyse kan worden gezien als een proces dat hiertegen beschermt. Er is veel onderzoek gedaan naar de invloed van de consumptie van vis, visolie en visolieconcentraten op deze processen, maar de resultaten zijn, opnieuw, zeer inconsistent. Er zijn aanwijzingen dat de consumptie van omega-3-vetzuren de aggregatieneiging van bloedplaatjes kan doen afnemen.2 15 16 Het is echter niet aangetoond dat deze effecten ook klinisch relevant zijn.

Interventieonderzoek gericht op secundaire preventie

Myocardinfarct
In een secundair preventieonderzoek werden 2.033 mannen onderzocht die waren hersteld van een myocardinfarct.17 Een deel van deze patiënten kreeg het advies om de hoeveelheid vette vis in hun voeding te verhogen tot ten minste twee porties per week, hetgeen overeenkomt met ongeveer 2,5 g EPA. Na twee jaar was de sterfte ten gevolge van hart- en vaataandoeningen significant lager (7,7% vs. 11,4%) dan die in een controlegroep. Overigens was er geen reductie in het vóórkomen van niet-fatale myocardreïnfarcten.

In een gerandomiseerd dubbelblind onderzoek bij 49 patiënten die waren hersteld van een myocardinfarct werd het effect van visoliesupplementen op de variabiliteit van het hartritme onderzocht, en vergeleken met placebo.18 Patiënten die visoliesupplementen kregen, hadden een significant grotere variatie in hartritme dan zij die placebo ontvingen. Dit zou mogelijk een beschermend effect hebben op het ontstaan van ventriculaire aritmieën.

Restenose na angioplastiek
Arteriën die ten gevolge van atherosclerose dreigen dicht te slibben, worden soms opgerekt door middel van ballonangioplastiek (‘dotteren’). In meer dan 30% van de gevallen treedt restenose van de gedotterde arteriën op. De processen die hierbij een rol spelen, zijn ook betrokken bij het ontstaan van ischemische hart- en vaatziekten. Er is veel onderzoek gedaan naar de invloed van omega-3-vetzuren op restenose na dotteren. De uitkomsten van diverse meta-analysen zijn echter met elkaar in tegenspraak.19-21 Op grond hiervan moet worden geconstateerd dat van het gebruik van omega-3-vetzuren ter voorkoming van restenosen na dotteren nauwelijks een gunstig effect mag worden verwacht.

Restenose na ‘bypass’-operatie
Dichtgeslibde arteriën worden tevens vaak vervangen door een zogenoemde 'bypass', maar ook die raakt nogal eens verstopt ten gevolge van versnelde atherosclerotische processen. Ondanks het grote aantal 'bypass'-operaties dat jaarlijks wordt uitgevoerd, is er tot nu toe slechts één onderzoek gepubliceerd naar de invloed van omega-3-vetzuren op de latere verstopping van coronaire 'bypasses'. Hieraan deden in totaal 610 patiënten mee die, behalve de normale antitrombotische therapie, óf 4 g van een visoliesupplement per dag kregen toegediend óf een placebo.22 Na één jaar waren in de visoliegroep significant minder verstoppingen opgetreden dan in de controlegroep. Bovendien bleek een verminderde doorgankelijkheid van de bloedvaten minder voor te komen naarmate de omega-3-vetzuurconcentratie in het plasma van de patiënten hoger was. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of deze effecten op lange termijn gehandhaafd blijven.

 


Terug naar boven

Reumatoïde artritis
De verschillende onderzoeken naar de effecten van visoliesupplementen op de symptomen van reumatoïde artritis zijn samengevat in twee meta-analysen.23 24 In de meeste onderzoeken waren de toegepaste doseringen visolie 10-20 g/dag, hetgeen overeenkomt met 3-6 g omega-3-vetzuren/dag. Bij de met visoliesupplementen behandelde patiënten was, in vergelijking met placebo (een heterogene groep controle oliepreparaten), het risico van gevoelige gewrichten significant geringer. De duur van de ochtendstijfheid was met visoliesupplementen significant korter dan in de controlegroep. Op andere uitkomstmaten, zoals gewrichtszwelling, grijpkracht en de algemene klinische beoordeling door patiënt en/of arts, werden geen effecten waargenomen.23 De klinische relevantie van de gemeten effecten is bescheiden. Vertekening van de resultaten door gelijktijdig gebruik van pijnstillende geneesmiddelen en/of hoge inname van omega-6-vetzuren is echter niet uitgesloten.24

Chronisch inflammatoire darmziekten
Bij patiënten met chronische darmontstekingen leidt het toedienen van visoliesupplementen tot een afname in de vorming van ontstekingsbevorderende stoffen. In hoeverre visoliesupplementen ook een klinische verbetering bij deze patiënten kunnen bewerkstelligen, is nog in onvoldoende mate onderzocht. De meeste onderzoeken zijn namelijk te gering van omvang en/of onvoldoende gecontroleerd om tot een betrouwbare uitspraak hierover te komen.

In een gecontroleerd onderzoek kregen 87 patiënten met colitis ulcerosa, naast hun medicamenteuze behandeling, gedurende 1 jaar 20 ml visolie of olijfolie (placebo) per dag toegediend.25 In dit onderzoek werd geen statistisch significante klinische verbetering door visolie waargenomen. Bij patiënten in remissie werd de recidieffrequentie niet significant door visolie beïnvloed. Wel kon bij patiënten in de actieve fase van de ziekte door de toepassing van visolie, het gebruik van corticosteroïden significant worden teruggedrongen.25

Een meer recent placebogecontroleerd en dubbelblind onderzoek omvatte 78 patiënten met de ziekte van Crohn.26 Zij bevonden zich in een remissiefase, maar hadden een hoog recidiefrisico. De patiënten werden gerandomiseerd over een groep die dagelijks 2,6 g omega-3-vetzuren kreeg, en een placebogroep. Na een jaar bleken 23 patiënten (59%) in de met visoliesupplementen behandelde groep in remissie te blijven, in vergelijking met 10 patiënten (26%) in de placebogroep, hetgeen significant verschilde.26 Verder onderzoek is echter noodzakelijk om het potentiële belang van visoliesupplementen bij de behandeling van chronische darmontstekingen te evalueren.

Psoriasis
Reeds in 1986 werd gesuggereerd dat visolie van belang zou kunnen zijn voor de behandeling van psoriasis,27 maar de meeste onderzoeken die daarop volgden gaven niet alleen een inconsistent beeld te zien, maar waren bovendien vaak van onvoldoende omvang en/of kwaliteit. In een gecontroleerd onderzoek bij 145 patiënten bleek de dagelijkse toediening van 5 g omega-3-vetzuren uit visolie gedurende een periode van vier maanden, geen invloed te hebben op de PASI-score (Psoriatic Area and Severity Index) noch op meer subjectieve klinische variabelen.28  Vooralsnog lijkt de betekenis van visolie voor de behandeling van psoriasis niet groot.

Systemische lupus erythematodes (SLE)
In een dubbelblind gekruist onderzoek bij 17 patiënten met een matig actieve SLE werd een behandeling met een visoliesupplement vergeleken met olijfolie. De aanvankelijk waargenomen klinische en serologische verbeteringen waren na een behandelingsduur van zes maanden niet meer aantoonbaar.29 In een volgend onderzoek, dat 34 weken duurde, werden significante klinische verbeteringen door de behandeling met een visoliepreparaat gevonden.30 Anderen namen waar dat SLE-patiënten langer in remissie bleven tijdens toediening van een visoliepreparaat.31 Opgemerkt moet echter worden dat de tot nu toe gepubliceerde onderzoeken gering van omvang zijn. Daarom is meer onderzoek nodig naar het belang van visoliesupplementen voor de behandeling van SLE.

IgA-nefropathie
In een gerandomiseerd, gecontroleerd onderzoek bij 106 patiënten met een IgA-nefropathie (een relatief veel voorkomende oorzaak van nierfalen) werd het effect van visolie op de achteruitgang van de nierfunctie vergeleken met placebo.32 Het primaire eindpunt was een toename van 50% of meer van de serumcreatinineconcentratie. In de placebogroep haalden 14 patiënten dit eindpunt na twee jaar, vergeleken met drie in de visoliegroep. Het verschil was significant. Op basis van een meta-analyse van in totaal vijf gecontroleerde onderzoeken werd geconcludeerd dat een positief effect van omega-3-vetzuren bij de behandeling van IgA-nefropathie geenszins is bewezen en dat er op dit punt meer onderzoek moet worden verricht.33

Afstoting van niertransplantaten
In een gerandomiseerd en dubbelblind onderzoek bij 66 patiënten die een niertransplantatie hadden ondergaan en werden behandeld met ciclosporine en prednisolon, werd het effect van visoliesupplementen vergeleken met placebo.34 Na een jaar hadden patiënten die met visolie waren behandeld significant betere waarden van de glomerulaire filtratiesnelheid en nierdoorstroming en hadden zij een lagere gemiddelde bloeddruk. Ook was er een significant verschil wat het aantal transplantaatafstotingen betreft ten gunste van de groep die met visoliesupplementen was behandeld. Na een jaar was er echter geen verschil in de overlevingsduur van de transplantaten. In een vergelijkbaar onderzoek bij 50 patiënten werden op dezelfde uitkomstmaten geen significante verschillen gevonden tussen visolie en placebo.35

Constitutioneel eczeem
De resultaten van een dubbelblind placebogecontroleerd onderzoek gedurende 12 weken bij 31 patiënten met constitutioneel eczeem toonden dat een behandeling met omega-3-vetzuren gunstige effecten had op de schilfering, de jeuk en de door de patiënten ervaren ernst van het eczeem.36 In een later uitgevoerd dubbelblind gerandomiseerd onderzoek bij 145 patiënten met een matig tot ernstig constitutioneel eczeem bleek een behandeling met visolie een zelfde verbetering van de globale klinische uitkomst te geven als linolzuurrijke maïsolie.37 Het is daarom niet uit te sluiten dat de verbetering berustte op een placebo-effect, te meer daar in een placebogecontroleerd onderzoek geen significant effect werd waargenomen van teunisbloemolie (ook rijk aan linolzuur), al dan niet in combinatie met visolie.38

Astma
Aanwijzingen, verkregen uit vragenlijstonderzoek, dat een voeding die rijk is aan omega-3-vetzuren het risico van astma vermindert,39 konden in een placebogecontroleerd onderzoek bij patiënten met astma niet worden bevestigd. In feite bleek eerder sprake van een verslechtering onder invloed van visolie.40 Ook in latere onderzoeken werd nauwelijks tot geen klinische verbetering waargenomen na visoliesuppletie gedurende maximaal zes maanden.41-43

Multipele sclerose
Hoewel er aanwijzingen zijn uit observationeel onderzoek dat het risico van multiple sclerose lager is naarmate de voeding een hogere ratio tussen onverzadigde en verzadigde vetzuren bevat,44 is uit dubbelblind en gecontroleerd onderzoek gebleken dat visoliesupplementen niet van belang zijn bij de behandeling van multiple sclerose.45

 


Terug naar boven

Visoliesupplementen kunnen oprispingen en een lichte misselijkheid veroorzaken. Dit kan deels worden voorkomen door inname tijdens de maaltijd of vlak voor het naar bed gaan. Bij patiënten met astma die overgevoelig zijn voor acetylsalicylzuur, kan bij het gebruik van visolie een exacerbatie optreden. Verder kan de bloedingstijd door het gebruik van visoliesupplementen worden verlengd, waardoor meer en langer durende neusbloedingen kunnen ontstaan. Deze supplementen dienen daarom met voorzichtigheid te worden toegepast bij hemofiliepatiënten en bij gebruikers van anticoagulantia of acetylsalicylzuur.

Ondanks het feit dat diabetes mellitus relatief weinig voorkomt in visetende populaties, zijn er aanwijzingen dat hoge doses visoliesupplementen de plasmaglucoseconcentraties van diabetici kunnen verhogen. Ook ten aanzien van dit fenomeen is de literatuur echter niet eenduidig en een recente meta-analyse van 26 interventieonderzoeken ondersteunt deze aanwijzingen niet.46 Weliswaar wordt bij patiënten met niet-insuline-afhankelijke diabetes mellitus een geringe, niet-significante stijging gevonden van de plasmaglucoseconcentratie onder invloed van visolie, maar bij insuline-afhankelijke diabetes is er sprake van een significante daling. Voorts wordt waargenomen dat de insulinegevoeligheid van spierweefsel toeneemt, naarmate dit weefsel meer omega-3-vetzuren bevat.47 Overigens wees de genoemde meta-analyse uit dat visolieconsumptie door patiënten met diabetes gepaard gaat met een geringe, maar significante verhoging van het LDL-cholesterolgehalte in het plasma.46

Veel visoliesupplementen bevatten anti-oxidanten, zoals vitamine E, omdat wordt aangenomen dat hiermee de verhoogde oxidatiegevoeligheid van omega-3-vetzuren wordt voorkomen. Het is onduidelijk of dit doel met deze toevoeging ook werkelijk wordt bereikt. Bovendien behoren deze preparaten vrij te zijn van PCB’s en dienen te hoge concentraties vitamine A en D te worden vermeden. De meeste, zo niet alle, in ons land verkrijgbare preparaten voldoen aan deze eisen. Van overheidswege is er geen eis tot standaardisatie van de producten, noch is er sprake van enige controle op de samenstelling. Het is raadzaam zwangeren en vrouwen met kinderwens met name te waarschuwen voor een mogelijk te grote hoeveelheid vitamine A in bepaalde visoliepreparaten.

Samenvatting en conclusie
Omega-3-vetzuren behoren tot de essentiële vetzuren. Zij zijn in staat arachidonzuur, een omega-6-vetzuur, uit de weefsels te verdrijven. Arachidonzuur wordt in het lichaam omgezet in stoffen die zijn betrokken bij immuunreacties en ontstekingsprocessen. Door hun arachidonzuurverdrijvende werking zouden omega-3-vetzuren kunnen bijdragen aan de preventie en behandeling van cardiovasculaire en inflammatoire aandoeningen.

Verondersteld wordt dat een verhoogde inname van omega-3-vetzuren, in de vorm van bijvoorbeeld ten minste één portie vette vis per week, zoals makreel, sardines of zalm, het risico van hart- en vaatziekten vermindert. De aanwijzingen hiervoor komen echter grotendeels uit observationeel onderzoek. Interventieonderzoek gericht op primaire preventie van hart- en vaatziekten hebben aanwijzingen opgeleverd dat visoliesupplementen, verrijkt met farmacologische doseringen omega-3-vetzuren, de bloeddruk en serumlipidenconcentratie verlagen. De klinische relevantie hiervan is echter nog onduidelijk. De gegevens uit secundair preventieonderzoek zijn nog te schaars om hierover een oordeel te kunnen geven. Meerdere goed gecontroleerde, bij voorkeur interventieonderzoeken zijn nodig, alvorens de betekenis van vis of visolie voor de primaire en secundaire preventie van hart- en vaatziekten met zekerheid kan worden vastgesteld.

Visoliesupplementen hebben enige positieve effecten op bepaalde symptomen van reumatoïde artritis. Bij andere inflammatoire aandoeningen, zoals chronische inflammatoire darmaandoeningen, psoriasis, SLE, IgA-nefropathie en constitutioneel eczeem, is een positief effect van visoliesupplementen echter niet aangetoond. Onduidelijk zijn de effecten van visoliesupplementen bij afstotingsreacties van niertransplantaten.

Standaardisatie en controle op de samenstelling van visoliesupplementen ontbreekt. Zwangeren en vrouwen met kinderwens dienen te worden gewaarschuwd voor een mogelijk te grote hoeveelheid vitamine A in bepaalde visoliepreparaten. 

Stofnaam Merknaam®
acetylsalicylzuur  merkloos, div. fabr. Alka-Seltzer, Aspirine, Aspro, Rhonal 
ciclosporine  Neoral, Sandimmune 
prednisolon  merkloos, div. fabr., Prednisolon FNA 

Visoliebevattende middelen*

Merknaam® prijs 30 stuks
Ameu  8,95 
AOV Visolie Forte.  17,05 
Bioform Superepa  7,-- 
Bio Marine  14,75 
Bonusan Prim Omega  14,35 
Br Biomega 3  13,80 
Derma Omega  9,95 
Efamol Efalex  18,70 
Essential Organics Omega TR  15,-- 
Lamberts EPA High Potency  21,50 
Marine Omega  9,95 
Nutri Innova Omega Norm  16,25 
Orthica Fish EPA  15,-- 
Orthica GLA/EPA  12,35 
PMP Omega  6,65 
Triomar 500 mg  12,00 
Triomar 1000 mg  18,25 
prijs 50 ml
Efamol Efalex  14,30 

*Deze middelen zijn niet geregistreerd als geneesmiddel en worden daarom niet vergoed. De hoeveelheid visolie en de samenstelling is per product verschillend.



  1. Vries J de. Eén structuurtype induceert tientallen biologische effecten. Pharm Weekbl 1998; 133; 1564-1568. 
  2. Hornstra G, Berth CA, Galli C, Mensink RP, Muteau M, Riemersma RA et al. Functional food science and the cardiovascular system. Brit J Nutr 1998; 80 (suppl 1): S113-S146. 
  3. Siscovick DS, Raghunathan TE, King I, Weinmann S, Wicklund KG, Albright J et al. Dietary intake and cell membrane levels of long-chain n-3 polyunsaturated fatty acids and the risk of primary cardiac arrest. JAMA 1995; 274: 1363-1367. 
  4. Kromhout D, Bosschieter EB, Lezenne Coulander C de. The inverse relation between fish consumption and 20-year mortality from coronary heart disease. N Engl J Med 1985; 312: 1205-1209. 
  5. Daviglus ML, Stamler J, Orencia AJ, Dyer AR, Liu K, Greenland P et al. Fish consumption and the 30-year risk of fatal myocardial infarction. N Engl J Med 1997; 336: 1046-1153. 
  6. Albert CM, Hennekens CH, O’Donnell CJ, Ajani UA, Carey VJ, Willett WC et al. Fish consumption and risk of sudden cardiac death. JAMA 1998; 279: 23-28. 
  7. Simonsen T, Vartun A, Lyngmo V, Nordoy A. Coronary heart disease, serum lipids, platelets and dietary fish in two communities in northern Norway. Acta Med Scand 1987; 222: 237-245. 
  8. Pietinen P, Ascherio A, Korhonen P, Hartman AM, Willett EC, Albanes D et al. Intake of fatty acids and risk of coronary heart disease in a cohort of Finnish men. The Alpha-Tocopherol, Beta-Carotene Cancer Prevention Study. Am J Epidemiol 1997; 145: 876-887. 
  9. Lapidus L, Andersson H, Bengtsson C, Bosaeus I. Dietary habits in relation to incidence of cardiovascular disease and death in women: a 12-year follow-up of participants in the population study of women in Gothenburg, Sweden. Am J Clin Nutr 1986; 44: 444-448. 
  10. Morris MC, Manson JE, Rosner B, Buring JE, Willett WC, Hennekens CH. Fish consumption and cardiovascular disease in the physicians' health study: a prospective study. Am J Epidemiol 1995; 142: 166-175. 
  11. Ascherio A, Rimm EB, Stampfer MJ, Giovannucci EL, Willett WC. Dietary intake of marine n-3 fatty acids, fish intake, and the risk of coronary disease among men. N Engl J Med 1995; 332: 977-982. 
  12. Harris WS. n-3 fatty acids and serum lipoproteins: human studies. Am J Clin Nutr 1997; 65 (suppl 5): 1645S-1654S. 
  13. Morris MC, Sacks F, Rosner B. Does fish oil lower blood pressure? A meta-analysis of controlled trials. Circulation 1993; 88: 523-533. 
  14. Appel LJ, Miller ER 3d, Seidler AJ, Whelton PK. Does supplementation of diet with 'fish oil' reduce blood pressure? A meta-analysis of controlled clinical trials. Arch Intern Med 1993; 153: 1429-1438. 
  15. Knapp HR. Dietary fatty acids in human thrombosis and hemostasis. Am J Clin Nutr 1997; 65 (suppl 5): 1687S-1698S. 
  16. Mutanen M. Cis-unsaturated fatty acids and platelet function. Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids 1997; 57: 403-410. 
  17. Burr ML, Fehily AM, Gilbert JF, Rogers S, Holliday RM, Sweetman PM et al. Effects of changes in fat, fish, and fibre intakes on death and myocardial reinfarction: diet and reinfarction trial. Lancet 1989; 2: 757-761. 
  18. Christensen JH, Gustenhoff P, Korup E, Aarøe J, Toft E, Møller J et al. Effect of fish oil on heart rate variability in survivors of myocardial infarction: a double blind randomised controlled trial. BMJ 1996; 312: 677-678. 
  19. O'Connor GT, Malenka DJ, Olmstead EM, Johnson PS, Hennekens CH. A meta-analysis of randomized trials of fish oil in prevention of restenosis following coronary angioplasty. Am J Prev Med 1992; 8: 186-192. 
  20. Mauro VF, Frazee LA. Use of fish oil to prevent coronary angioplasty restenosis. Ann Pharmacother 1992; 26: 1541-1545. 
  21. Gapinski JP, VanRuiswyk JV, Heudebert GR, Schectman GS. Preventing restenosis with fish oils following coronary angioplasty. A meta-analysis . Arch Intern Med 1993; 153: 1595-1601. 
  22. Eritsland J, Arnesen H, Gronseth K, Fjeld NB, Abdelnoor M. Effect of dietary supplementation with n-3 fatty acids on coronary artery bypass graft patency. Am J Cardiol 1996; 77: 31-36. 
  23. Fortin PR, Lew RA, Liang MH, Wright ES, Beckett LA, Chalmers TC et al. Validation of a meta-analysis: the effects of fish oil in rheumatoid arthritis. J Clin Epidemiol 1995; 48: 1379-1390. 
  24. James MJ, Cleland LG. Dietary n-3 fatty acids and therapy for rheumatoid arthritis. Semin-Arthritis Rheum 1997; 27: 85-97. 
  25. Hawthorne AB, Daneshmend TK, Hawkey CJ, Belluzzi A, Everitt SJ, Holmes GK et al. Treatment of ulcerative colitis with fish oil supplementation: a prospective 12 month randomised controlled trial. Gut 1992; 33: 922-928. 
  26. Belluzzi A, Brignola C, Campieri M, Pera A, Boschi S, Miglioli M. Effect of an enteric-coated fish-oil preparation on relapses in Crohn's disease. N Engl J Med 1996; 334: 1557-1560. 
  27. Ziboh VA, Cohen KA, Ellis CN, Miller C, Hamilton TA, Kragballe K et al. Effects of dietary supplementation of fish oil on neutrophil and epidermal fatty acids. Modulation of clinical course of psoriatic subjects. Arch Dermatol 1986; 122: 1277-1282. 
  28. Soyland E, Funk J, Rajka G, Sandberg M, Thune P, Rustad L et al. Effect of dietary supplementation with very-long-chain n-3 fatty acids in patients with psoriasis. N Engl J Med 1993; 328: 1812-1816. 
  29. Westberg G, Tarkowski A. Effect of MaxEPA in patients with SLE. A double-blind, crossover study. Scand J Rheumatol 1990; 19: 137-143. 
  30. Walton AJ, Snaith ML, Locniskar M, Cumberland AG, Morrow WJ, Isenberg DA. Dietary fish oil and the severity of symptoms in patients with systemic lupus erythematosus. Ann Rheum Dis 1991; 50: 463-466. 
  31. Das UN. Beneficial effect of eicosapentaenoic and docosahexaenoic acids in the management of systemic lupus erythematosus and its relationship to the cytokine network. Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids 1994; 51: 207-213. 
  32. Donadio JV jr., Bergstralh EJ, Offord KP, Spencer DC, Holley KE. A controlled trial of fish oil in IgA nephropathy. Mayo Nephrology Collaborative Group. N Engl J Med 1994; 331: 1194-1199. 
  33. Dillon JJ. Fish oil therapy for IgA nephropathy: efficacy and interstudy variability. J Am Soc Nephrol 1997; 8: 1739-1744. 
  34. Heide JJ van der, Bilo HJ, Donker JM, Wilmink JM, Tegzess AM. Effect of dietary fish oil on renal function and rejection in cyclosporine-treated recipients of renal transplants. N Engl J Med 1993; 329: 769-773. 
  35. Kooijmans-Coutinho MF, Rischen-Vos J, Hermans J, Arndt JW, Woude FJ van der. Dietary fish oil in renal transplant recipients treated with cyclosporin-A: no beneficial effects shown. J Am Soc Nephrol 1996; 7: 513-518. 
  36. Bjorneboe A, Soyland E, Bjorneboe GE, Rajka G, Drevon CA. Effect of dietary supplementation with eicosapentaenoic acid in the treatment of atopic dermatitis. Br J Dermatol 1987; 117: 463-469. 
  37. Soyland E, Funk J, Rajka G, Sandberg M, Thune P, Rustad L et al. Dietary supplementation with very long-chain n-3 fatty acids in patients with atopic dermatitis. A double-blind, multicentre study. Br J Dermatol 1994; 130: 757-764. 
  38. Berth Jones J, Graham Brown RA. Placebo-controlled trial of essential fatty acid supplementation in atopic dermatitis [correctie in Lancet 1993; 342: 564]. Lancet 1993; 341: 1557-1560. 
  39. Hodge L, Salome CM, Peat JK, Haby MM, Xuan W, Woolcock AJ. Consumption of oily fish and childhood asthma risk. Med J Aust 1996; 164: 137-140. 
  40. Picado C, Castillo JA, Schinca N, Pujades M, Ordinas A, Coronas A et al. Effects of a fish oil enriched diet on aspirin intolerant asthmatic patients: a pilot study. Thorax 1988; 43: 93-97. 
  41. Arm JP, Horton CE, Mencia-Huerta JM, House F, Eiser NM, Clark TJ et al. Effect of dietary supplementation with fish oil lipids on mild asthma. Thorax 1988; 43: 84-92. 
  42. Stenius-Aarniala B, Aro A, Hakulinen A, Ahola I, Seppala E, Vapaatalo H. Evening primrose oil and fish oil are ineffective as supplementary treatment of bronchial asthma. Ann Allergy 1989; 62: 534-537. 
  43. Arm JP, Horton CE, Spur BW, Mencia-Huerta JM, Lee TH. The effects of dietary supplementation with fish oil lipids on the airways response to inhaled allergen in bronchial asthma. Am Rev Respir Dis 1989; 139: 1395-1400. 
  44. Esparza ML, Sasaki S, Kesteloot H. Nutrition, latitude, and multiple sclerosis mortality: an ecologic study. Am J Epidemiol 1995; 142: 733-737. 
  45. Bates D, Cartlidge NE, French JM, Jackson MJ, Nightingale S, Shaw DA et al. A double-blind controlled trial of long chain n-3 polyunsaturated fatty acids in the treatment of multiple sclerosis. J Neurol Neurosurg Psychiatry 1989; 52: 18-22. 
  46. Friedberg CE, Janssen MJ, Heine RJ, Grobbee DE. Fish oil and glycemic control in diabetes. A meta-analysis. Diabetes Care 1998; 21: 494-500. 
  47. Borkman M, Storlien LH, Pan DA, Jenkins AB, Chisholm DJ, Campbell LV. The relation between insulin sensitivity and the fatty-acid composition of skeletal-muscle phospholipids. New Engl J Med 1993; 328: 328-344. 

Auteurs

  • prof. dr G. Hornstra