Varenicline (Champix®), geregistreerd

Varenicline is recent geregistreerd voor het stoppen met roken bij volwassenen. Varenicline is een partiële agonist voor de nicotinerg acetylcholine (nAch) receptor a4ß2, terwijl nicotine een volledige agonist is. Binding aan deze nicotinereceptor veroorzaakt vrijmaking van dopamine in het mesolimbisch systeem, hetgeen de positieve gevoelens oproept die het roken in stand houden. Varenicline activeert zelf ook enigszins het dopaminerge mesolimbische systeem. 
De aanbevolen dosering is tweemaal daags één tablet van 1 mg, gedurende een periode van 12 weken. Bij patiënten die goed reageren, kan de behandeling worden verlengd met nog eens 12 weken. Om gastro-intestinale bijwerkingen te voorkomen, dient de dosis geleidelijk gedurende een week te worden opgebouwd. De werkzaamheid van varenicline (2 dd 1 mg) ten opzichte van placebo en bupropion werd getoetst in twee fase III-onderzoeken met 2.045 rokers.1 2 Aan het einde van de 12-weekse behandeling waren in de vareniclinegroep significant meer deelnemers gestopt met roken (ca. 44%) dan in de bupropion- (30%) en de placebogroep (18%). Op de langere termijn namen de onderlinge verschillen af: na 52 weken was er in het ene onderzoek geen significant verschil met bupropion (22 vs 16%) en in het andere onderzoek wel (23 vs. 15%). Varenicline is niet vergeleken met nicotinevervangende middelen.
De belangrijkste bijwerkingen zijn misselijkheid (32 vs. 10% bij placebo), obstipatie (8,2 vs. 3,1%), abnormale dromen (13,8 vs. 5%) en slapeloosheid (19,1 vs 12,1%). Hoofdpijn komt voor bij 13-16% van de vareniclinegebruikers tegenover zo'n 12% bij placebo. Misselijkheid neemt snel af, maar slaapstoornissen kunnen enkele weken aanhouden. Bekende nicotine-onthoudingsverschijnselen, zoals toename van eetlust en prikkelbaarheid, kwamen vaak voor bij het gebruik van varenicline (resp. 5,6 en 6,7% en bij placebo 2,2 en 6,2%). 
Varenicline wordt onveranderd door de nieren uitgescheiden. Voor patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring <30 ml>Het gebruik van varenicline bij zwangerschap wordt afgeraden op basis van proefdieronderzoek waar reproductieve toxiciteit werd geconstateerd. Varenicline wordt mogelijk uitgescheiden in moedermelk en dient dus niet te worden toegediend tijdens de lactatie. 
In tegenstelling tot nicotine heeft varenicline geen affiniteit voor perifere nACh-receptoren, welke vasoconstrictie en hypertensie veroorzaken. Varenicline mag worden voorgeschreven aan rokers met cardiovasculaire aandoeningen. Omdat er geen klinische ervaring is met het gebruik van varenicline bij patiënten met epilepsie, depressie, psychose en/of alcoholisme in de voorgeschiedenis, dient varenicline aan deze patiënten met voorzichtigheid te worden voorgeschreven. 



1. Gonzales D, et al. Varenicline, an a4ß2 nicotinic acetylcholine receptor partial agonist vs sustained-release bupropion or placebo for smoking cessation. JAMA 2006; 296: 47-55. 
2. Jorenby DE, et al. Efficacy of varenicline, an a4ß2 nicotinic acetylcholine receptor partial agonist vs placebo or sustained-release bupropion for smoking cessation. JAMA 2006; 296: 56-63.

Auteurs

  • mw dr E.J. Rook (CBG)