Umeclidinium

In deze rubriek worden geneesmiddelen besproken kort nadat ze in de handel zijn gebracht of als er sprake is van een uitbreiding van de indicatie. De plaatsbepaling kan meestal slechts voorlopig zijn, omdat nog relatief weinig bekend is over de werkzaamheid en bijwerkingen. Wanneer nieuwe gegevens daartoe aanleiding geven, komen wij op de eerste bespreking terug. In Gebu 2010; 44: 61-64 is de betekenis van de pilwaarderingen nader toegelicht.

gebu_pilwaarderingen_400

De prijzen zijn berekend aan de hand van de G-Standaard van de Z-Index (via KNMP Kennisbank online) van augustus 2015, vergoedingsprijzen excl. BTW (€), tenzij anders wordt vermeld.
minwaardering_200


Incruse® Ellipta® (GSK)
inhalatiepoeder 55 µg
onderhoudsbehandeling COPD

Umeclidinium (Incruse®) is geregistreerd voor ’de bronchusverwijdende onderhoudsbehandeling ter verlichting van symptomen bij volwassen patiënten met een chronische obstructieve longziekte (COPD)’.1

Werkingsmechanisme. Umeclidinium is, evenals tiotropium (Spiriva®), glycopyrronium (Seebri®) en aclidinium (Eklira®), een langwerkende competitieve en selectieve muscarinereceptorantagonist (ook wel parasympathicolyticum of anticholinergicum genoemd) en is bij dezelfde indicaties toepasbaar. Het middel dient eenmaal daags te worden toegediend. Er is geen ’Defined Daily Dose’ (DDD) vastgesteld voor umeclidinium. De standaarddagdosis is gebaseerd op de dosis in de capsule, namelijk 55 µg umeclidinium (afgegeven door de inhalator (Ellipta®), overeenkomend met 65 µg umeclidiniumbromide). De voorverdeelde dosis ofwel de hoeveelheid in de inhalator, bedraagt 62,5 µg umeclidinium (74,2 µg umeclidiniumbromide). Hieronder zal de voorverdeelde dosis umeclidinium telkens worden aangehouden.2

Klinisch onderzoek. Van de gerandomiseerde dubbelblinde onderzoeken die zijn aangeboden ten behoeve van de registratie van umeclidinium zijn er twee gepubliceerd.3 4 Beide onderzoeken waren placebogecontroleerd en daarin werd de werkzaamheid van umeclidinium 62,5 µg onderzocht bij patiënten van 40 jaar en ouder met COPD. Alleen de uitkomsten op de primaire uitkomstmaat, de dalwaarde van het geforceerde expiratoire volume in één seconde (FEV1) worden hier besproken. Er zijn geen direct vergelijkende onderzoeken gepubliceerd waarin umeclidinium is vergeleken met andere langwerkende bronchusverwijders. Er zijn zelfs geen non-inferioriteitsonderzoeken van umeclidinium met deze middelen verricht.

In het eerste onderzoek met 206 patiënten werd de werkzaamheid van twee doseringen umeclidinium (62,5 en 125 µg) vergeleken met placebo.3 Hier worden alleen de resultaten besproken van de patiënten die 62,5 µg umeclidinium gebruikten Hiervan voltooiden 62 patiënten het onderzoek en deze werden vergeleken met 50 patiënten die een placebo hadden gebruikt. 36% van de patiënten die umeclidinium gebruikte, had een ’Global Initiative for Chronic Obstructive Lung Disease’ (GOLD) stadium II (matig-ernstige COPD, FEV1 50-80% van de voorspelde waarde) en 49% in de placebogroep.3 43% in de umeclidiniumgroep had een GOLD-stadium III (ernstige COPD, FEV1 30-50%) en 38% in de placebogroep. Na 12 weken bleek dat bij patiënten die met umeclidinium waren behandeld een significant grotere verbetering van de FEV1-waarde was bereikt dan met placebo (toename in FEV1 127 ml [95%BI=52-202]).3

In het tweede onderzoek met 1.532 patiënten werd de werkzaamheid van umeclidinium 62,5 µg vergeleken met het langwerkende β2-sympathicomimeticum vilanterol 25 µg, de combinatie van umeclidinium/vilanterol (62,5 en 25 µg, Anoro®) en placebo.4 Hier worden alleen de resultaten besproken van de patiënten die umeclidinium gebruikten. Hiervan voltooiden 418 patiënten het onderzoek en deze werden vergeleken met 280 patiënten die een placebo hadden gebruikt. 46% van de patiënten die umeclidinium gebruikte had een GOLD-stadium II en 43% in de placebogroep. 41% in de umeclidiniumgroep had een GOLD-stadium III en 48% in de placebogroep. Na 24 weken bleek dat patiënten die met umeclidinium waren behandeld een statistisch significant grotere verbetering van de FEV1 hadden dan met placebo (toename in FEV1 115 ml [76-155]).4

Bijwerkingen. Volgens de productinformatie komen vaak (≥1/100 en <1/10) voor nasofaryngitis, bovenste luchtweginfecties, urineweginfecties en sinusitis. Voorts komen voor hoofdpijn, tachycardie en hoesten.1

Contra-indicaties en interacties. Het gelijktijdige gebruik van umeclidinium met andere anticholinerg werkende geneesmiddelen is niet onderzocht en wordt daarom niet aanbevolen.2

Umeclidinium is niet geïndiceerd bij astma of voor de behandeling van acute bronchospasmen, dus als aanvals- of noodmedicatie.2 Toediening van umeclidinium kan paradoxale bronchospasmen veroorzaken en in dat geval dient de behandeling te worden gestaakt. Vanwege de anticholinerge werking van het middel dient het met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met geslotenkamerhoekglaucoom of urineretentie en bij mannen met aspecifieke mictieklachten (voorheen symptomatische prostaathyperplasie) of bij patiënten met blaashalsobstructie, omdat de klachten hiervan kunnen verergeren. Bij anticholinergica wordt ook aanbevolen voorzichtig te zijn bij patiënten met hypertensie, aritmieën, hartfalen en coronaire hartziekten. Bij langdurig gebruik is er kans op tandbederf (cariës) (Gebu 2015; 49: 75-80).2

Gebruik tijdens zwangerschap en borstvoeding. Er zijn geen gegevens over het gebruik van umeclidinium tijdens de zwangerschap of bij het geven van borstvoeding. Het gebruik tijdens de zwangerschap en borstvoeding wordt niet aanbevolen, tenzij de voordelen worden geacht op te wegen tegen de mogelijke nadelen.2


Umeclidinium is alleen in kortdurend onderzoek vergeleken met placebo en daarin werkt het statistisch significant beter dan placebo (het verschil bedraagt 115 tot 127 ml). Over de vraag of dit verschil klinisch relevant is, bestaan geen harde wetenschappelijke gegevens, maar slechts subjectieve oordelen. De ’American Thoracic Society’ en de ’European Respiratory Society’ beschouwen een toename van de FEV1 van ten minste 100 tot 140 ml als klinisch relevant.5 In Gebu 2008; 42: 111-119 is aangegeven dat een toename van ten minste 200 ml als klinisch relevant wordt beschouwd en dat wordt ook in deze plaatsbepaling gehanteerd.6

Het is onduidelijk waarom een middel dat is bestemd voor een chronische aandoening wordt toegelaten en vergoed op basis van alleen kortetermijnonderzoek. Er is geen vergelijkend onderzoek gepubliceerd met andere kort- en langwerkende luchtwegverwijders en met name niet met andere langwerkende muscarinereceptorantagonisten, waardoor geen plaatsbepaling kan worden gegeven. Er ontbreekt onderzoek op de langere termijn naar de werkzaamheid en de bijwerkingen en het kortetermijnonderzoek naar de bijwerkingen is bij slechts een gering aantal patiënten verricht. Er is voorts geen bewijs dat het middel de prognose verbetert of dat het de exacerbatiefrequentie vermindert. Het gebruik van umeclidinium dient dan ook te worden afgeraden. De conclusie is derhalve dat umeclidinium een middel is zonder toegevoegde waarde, dus zonder ’added therapeutic value’ (ATV).7 Dit laatste gegeven belet echter niet dat het middel voor vergoeding in aanmerking komt. De marginale toetsing van umeclidinium wordt als een onjuiste beoordeling beschouwd, aangezien er al drie middelen beschikbaar zijn en men van een vergelijkbaar nieuw middel mag verwachten dat het evengoed is onderzocht wat werkzaamheid en bijwerkingen.

Stofnaam merknaam® DDD* kosten per 30 dg. (€)
umeclidinium Incruse 62,5 µg 39,90
aclidinium Eklira 644 µg 37,04
glycopyrronium Seebri 50 µg 34,98
tiotropium Spiriva 18 µg 43,80**

*’Defined Daily Dose’ (DDD). ** Als inhalatiecapsule.


  1. Productinformatie umeclidinium (Incruse®), via: www.ema-europa.eu, human medicines, EPAR’s.
  2. CG-rapport umeclidinium (Incruse®), via: www.zorginstituutnederland.nl, publicaties, geneesmiddelbeoordelingen.
  3. Trivedi R, et al. Umeclidinium in patients with COPD: a randomised, placebo-controlled study. Eur Respir J 2014; 43: 72-81.
  4. Donohue JF, et al. Efficacy and safety of once-daily umeclidinium/vilanterol 62.5/25 mcg in COPD. Respir Med 2013; 107: 1538-1546.
  5. Cazzola M, et al. Outcomes for COPD pharmacological trials: from lung function to biomarkers. Eur Respir J 2008; 31: 416-469.
  6. Pellegrino R, et al. Interpretative strategies for lung function tests. Eur Respir J 2005; 26: 948-968.
  7. Medicijnen: vaak bestaande wijn in aangepaste zakken [document op het internet]. Wemos. Via: http://www.wemos.nl/news/?v=2&cid=5&id=384&lid=1#.VeAf2q1Necw.