Uitbreiding indicaties: Tinzaparine (Innohep®)

Uitbreiding indicaties

Tinzaparine (Innohep®) is een laagmoleculair-gewicht-heparine geregistreerd voor de 'profylaxe en behandeling van diepe veneuze trombose'. Recent is het indicatiegebied ervan uitgebreid met de 'behandeling van patiënten met longembolie tenzij er indicatie is voor trombolyse, embolectomie of vena-cavafilter'. Reeds was aangetoond, dat de behandeling van patiënten met diepe veneuze trombose met laagmoleculair-gewicht-heparinen tenminste gelijkwaardig was aan de behandeling met ongefractioneerd heparine (Gebu 1999; 33: 136) . Of dit ook gold voor patiënten met het klinische beeld van een longembolie was nog onzeker, omdat deze patiënten in de meeste klinische onderzoeken waren uitgesloten.
Inmiddels zijn de resultaten bekend van een gerandomiseerd, open onderzoek met tinzaparine versus ongefractioneerde heparine onder 612 patiënten met een diepe veneuze trombose en een aangetoonde longembolie.1 In een zelfde dosis zoals gebruikelijk bij diepe veneuze trombose werd tinzaparine eenmaal daags subcutaan toegediend. Heparine gaf men na een oplaaddosis continu intraveneus op geleide van stollingsonderzoek. Na een week en na 3 maanden was geen verschil aantoonbaar in het voorkomen van recidief trombo-embolie, grote bloedingen en sterfte tussen beide groepen. Op grond van deze resultaten beoordeelt het CBG de therapeutische werking van tinzaparine als equivalent met heparine, wat betreft de werkzaamheid en veiligheid bij patiënten met longembolie. In de CBO-Richtlijn 'Diep veneuze trombose en longembolie', wordt een belangrijke plaats toegekend aan de initiële behandeling met laagmoleculair-gewicht-heparinen.2 Nadrukkelijk zij vermeld dat in bovengenoemd onderzoek patiënten zijn uitgesloten met het klinisch beeld van een grote en levensbedreigende longembolie bij wie er een indicatie voor trombolyse of embolectomie is. Deze patiënten komen derhalve niet in aanmerking voor behandeling met tinzaparine.



1. Simonneau G et al. N Engl J Med 1997; 337: 663-669.
2. Consensusbijeenkomst 1998; publicatienummer 355.