Tromboserisico: 3e- versus 2e-generatie orale anticonceptiva

De discussie over het risico van veneuze trombose van de desogestrel of gestodeen bevattende 3e-generatie orale anticonceptiva in vergelijking met de levonorgestrel bevattende preparaten van de 2e-generatie is elders 1 2 en ook in dit blad (Gebu 1996; 30: 22-23, 1996; 30: 73, 1999; 33: 58) al enige malen aan de orde geweest. Recent zijn de resultaten van een meta-analyse gepubliceerd, waarin dit onderwerp nogmaals aan de orde komt.3 4 De resultaten toonden dat de 3e-generatie anticonceptiva in vergelijking met preparaten van de 2e-generatie waren geassocieerd met een 1,7-maal (95%BI=1,4-2,0) hoger relatief risico van veneuze trombose. De absolute waarde van het extra gelopen risico werd berekend op 1,5 per 10.000 vrouwjaren. Het risico was het hoogst bij vrouwen die voor het eerst een oraal anticonceptivum gebruikten (OR 3,1 [95%BI=2,0-4,6]). In de meta-analyse werden verschillende potentiƫle bronnen voor vertekening van de onderzoeksresultaten (bias) onderzocht. Deze konden de gevonden verschillen niet verklaren.

Als gevolg hiervan kan de discussie over het verschil in risico van veneuze trombose tussen de 2e- en de 3e-generatie orale anticonceptiva worden afgesloten.

Een eenduidige interpretatie en vertaling van deze resultaten naar een praktisch advies voor de voorschrijvend arts blijkt echter nog steeds niet mogelijk. Zo bestaan er nog steeds interpretatieverschillen tussen het recent gepubliceerde standpunt van de registratieautoriteit (Gebu 2001; 35:131 , zie ook www.cbg-meb.nl.) en de verdergaande adviezen van het NHG (www.artsennet.nl). Kort samengevat is het standpunt van het NHG dat vrouwen die de pil voor het eerst willen gaan gebruiken, wordt geadviseerd om een pil van de 2e-generatie te kiezen. Bij vervolgrecepten van vrouwen die al een 3e-generatie pil gebruiken, wordt door de NHG geadviseerd de vrouw te attenderen op het lagere risico van veneuze trombose van de 2e-generatie pil en het ontbreken van bewezen voordelen van de 3e-generatie pil.
Zoals al eerder werd vermoed, kwam in deze meta-analyse tevens naar voren dat in door de farmaceutische industrie gesponsorde onderzoeken een lager risico (OR 1,3 [95%BI=1,0-1,7]) werd gerapporteerd dan in onderzoeken die vanuit andere bronnen werden gefinancierd (OR 2,3 [95%BI=1,7-3,2]).

De wijze van financiering van onderzoeken lijkt daarmee een belangrijke bron van vertekening van de resultaten.



1. Vandenbroucke JP, et al. Oral contraceptives and the risk of venous thrombosis. NEJM 2001; 344: 1527-1535.
2. Geijer RM. Onrust rond de pil: einde van de controverse. Huisarts Wet 2001; 44: 356-358.
3. Kemmeren JM, et al. Third generation oral contraceptives and risk of venous thrombosis: meta-analysis. BMJ 2001; 323: 131-134.
4. Drife JO. The third generation pill controversy ('continued') [commentaar]. BMJ 2001; 323: 119-120.