Topotecan (Hycamtin®), cytostaticum

In deze rubriek worden nieuwe geneesmiddelen besproken, kort nadat ze in de handel zijn gebracht. Van sommige producten kan de plaatsbepaling slechts voorlopig zijn omdat nog relatief weinig bekend is over de veiligheid en effectiviteit. Toch menen we dat een vroeg commentaar van belang kan zijn voor de praktijk. Wanneer na verloop van tijd nieuwe gegevens daartoe aanleiding geven komen we op de eerste bespreking terug.
De prijzen zijn berekend aan de hand van de KNMP-taxe van juni 1997, inkoopprijzen excl. BTW, tenzij anders aangegeven.

Topotecan
Hycamtin® (SmithKline Beecham Farma BV)
Poeder voor infusievloeistof 4 mg

cytostaticum

Topotecan is een cytostaticum waarvan de werking berust op een remming van het topo-isomerase I, een enzym dat nodig is voor de replicatie en reparatie van DNA. Het middel is geregistreerd voor de 'behandeling van gemetastaseerd ovariumcarcinoom ingeval eerstelijnstherapie of daaropvolgende behandelingen niet aanslaan'. Voor de behandeling van gemetastaseerd ovariumcarcinoom is paclitaxel in combinatie met cisplatine de standaard geworden. Ingeval die combinatie niet werkzaam is of te ernstige bijwerkingen veroorzaakt, is het van belang dat er middelen beschikbaar komen die als tweede keuze kunnen dienen.
Er zijn drie klinische onderzoeken met topotecan als monotherapie gepubliceerd bij patiënten met een gemetastaseerd ovariumcarcinoom, dat refractair of resistent was voor een platinaverbinding of paclitaxel. Het eerste betrof een open onderzoek met 111 patiënten die geen reactie vertoonden op een primaire chemotherapie met een platinaverbinding.1 Zij kregen allen topotecan (5 dagen 1,5 mg/m2), waarna hierop 15 vrouwen (16%) reageerden. Daaronder was er één, dus minder dan 1%, met een complete remissie, bij de overige 14 was die gedeeltelijk. De mediane duur van de remissie bedroeg 21,7 weken.1
In het tweede, kleine open onderzoek bij 30 patiënten met gemetastaseerd ovariumcarcinoom, dat niet meer reageerden op cisplatine, vertoonde 14% een gedeeltelijke reactie op topotecan (5 dagen 1,5 mg/m2).2
In het derde, vergelijkende, gerandomiseerde onderzoek werden 112 patiënten behandeld met topotecan (5 dagen 1,5 mg/m2) en 114 met paclitaxel (1 dag 175 mg/m2).3 Allen hadden voordien niet gereageerd op een platinaverbinding. Met topotecan vertoonden meer patiënten dan met paclitaxel een reactie: 23% tegen 14%. De mediane overleving bedroeg 61 tegen 43 weken. Geen van beide verschillen was echter significant. De mediane tijd tot opnieuw een progressie optrad was 23 tegen 14 weken, hetgeen wel significant verschilde.3
Van alle tot nu toe onderzochte patiënten met een gemetastaseerd ovariumcarcinoom die resistent waren voor cisplatine of cisplatine/paclitaxel, reageerde 16% op topotecan.4 Van degenen met een refractair carcinoom of bij wie de ziekte binnen drie maanden na een behandeling met cisplatine een progressie vertoonde, reageerde 10%.4
De belangrijkste bijwerkingen zijn leuko- en granulocytopenie. Er zijn geen aanwijzingen voor een cumulatieve hematologische toxiciteit. In het vergelijkende onderzoek met paclitaxel was de hematologische toxiciteit van topotecan groter. Ernstige neutropenie kwam bij 57% voor met topotecan tegen 7% met paclitaxel. Ook trombocytopenie trad vaker op bij de met topotecan behandelde patiënten. Andere bijwerkingen zijn alopecia, lichte misselijkheid en braakneigingen, slijmvliesontsteking en moeheid. Ervaring bij patiënten met ernstige nier- of leverfunctiestoornissen ontbreekt, zodat het gebruik bij hen niet wordt aanbevolen. Er is geen premedicatie en evenmin een ziekenhuisopname nodig.

Plaatsbepaling

De topo-isomerase I-remmer topotecan was in één vergelijkend onderzoek bij een gemetastaseerd ovariumcarcinoom, na falen van een behandeling met een platinaverbinding, even matig werkzaam als paclitaxel. De belangrijkste bijwerking van topotecan vormt de hematologische toxiciteit. Andere frequent gemelde bijwerkingen zijn alopecia, misselijkheid, braken, slijmvliesontsteking en moeheid. De kosten zijn zeer hoog, zij het lager dan die van paclitaxel.




1. Creemers GJ et al. J Clin Oncol 1996; 14: 3056-3061.
2. Kudelka AP et al. J Clin Oncol 1996; 14: 1552-1557.
3. Bokkel Huinink WW ten et al. J Clin Oncol 1997; 15: 2183-2193.
4. CPMP. European Public Assessment Report, 14 mei 1997.