Toekomst Geneesmiddelenbulletin


Geachte lezer,

In het augustusnummer hebben wij de ontwikkelingen rondom het voortbestaan van het Geneesmiddelenbulletin tot het zomerreces van de Tweede Kamer beschreven. Wij brengen u graag op de hoogte van de ontwikkelingen in de maanden daarna.

<hr />

Op 22 juli heeft de minister van VWS de vragen van het Tweede Kamerlid Koser Kaya (D66) beantwoord (zie kader). De antwoorden van de minister lijken er op te wijzen dat slechts zal worden nagegaan hoe de informatievoorziening over farmacotherapie zo goedkoop mogelijk kan worden georganiseerd. Daarbij zou het bestaansrecht van het Geneesmiddelenbulletin niet ter discussie staan.

 

 

Antwoorden van de minister van VWS op kamervragen van het Tweede Kamerlid Koser Kaya (D66).

1. Is het bericht waar dat u het onafhankelijke Geneesmiddelenbulletin aan banden wil leggen?
Ik ben bezig om mij een oordeel te vormen over de wijze waarop in de toekomst het best vorm kan worden gegeven aan de informatievoorziening over farmacotherapie voor beroepsgroepen. Daarbij wordt ook gekeken naar enkele bestaande organisaties, die (vrijwel) volledig uit publieke middelen worden gefinancierd. Het Geneesmiddelenbulletin is er daar een van. Naar aanleiding van gesprekken met diverse partijen zijn in een conceptnotitie voorstellen gedaan. Die conceptnotitie is vervolgens aan betrokken partijen toegestuurd en inmiddels heb ik veel reacties ontvangen. Die reacties zijn van een aanzienlijke omvang, bevatten talrijke suggesties voor aanpassing en hebben in enkele gevallen een brede reikwijdte. Het is mijn ambitie om een zorgvuldige en toekomstbestendige koers te kiezen op dit belangrijke terrein. Het zal daarom enige tijd kosten om de reacties te bestuderen en ik kan me ook voorstellen dat er nogmaals overleg gevoerd zal worden met betrokken partijen. Daarnaast heb ik u in het Algemeen Overleg van 25 juni 2009 toegezegd dat ik pas een besluit zal nemen over het Geneesmiddelenbulletin nadat ik met uw Kamer overlegd heb. Dit naar aanleiding van de motie over het Geneesmiddelenbulletin van het lid van Gerven (29 477, nr. 94).
1. De Praktijk, 19 juni 2009.

2. Bent u van mening dat farmaceutische bedrijven op dit moment voldoende kwalitatieve en neutrale informatie verschaffen over geneesmiddelen? Zo ja, hoe garandeert u de neutraliteit en volledigheid van deze informatie? Zo nee, welke andere bronnen van informatie staan beroepsbeoefenaren en patiënten volgens u ter beschikking om aan deze informatie te komen?
Nee, ik vind niet dat de informatievoorziening door farmaceutische bedrijven voldoende is en geen aanvulling zou behoeven. Beroepsbeoefenaren hebben de beschikking over meerdere alternatieve informatiebronnen. Enkele voorbeelden: wetenschappelijke tijdschriften (waaronder het Geneesmiddelenbulletin), medische handboeken, het Farmacotherapeutisch Kompas, geaccrediteerde nascholing.

3. Deelt u de mening dat het in het belang is van artsen, apothekers en patiënten om een kritisch en onafhankelijk oordeel te hebben over geneesmiddelen? Zo nee, waarom niet? Hoe denkt u dat deze groepen een oordeel kunnen vormen zonder de onafhankelijke beoordeling van het Geneesmiddelenbulletin?
Ik ben het er mee eens dat een kritisch en onafhankelijk oordeel van belang is. Het is niet aan de orde dat het Geneesmiddelenbulletin niet meer zou bestaan, ook niet in de conceptnotitie waaraan ik bij vraag 1 heb gerefereerd. Zoals eerder aangegeven zal ik in het najaar een besluit nemen en zowel u als betrokken partijen daarover berichten.

4. Bent u het nog steeds eens met de in 2006 gemaakte uitspraak van uw directeur van de directie Geneesmiddelen en Medische Technologie (GMT) “Wij zijn trots op het Geneesmiddelenbulletin. Het heeft een goede reputatie en het blad is meer dan ooit nodig als tegenwicht tegen de farmaceutische industrie. Ik ben het eens met de vorige spreker Avorn dat de overheid juist meer het belang zou moeten inzien van onafhankelijke informatie.”?
Ja. Daarbij is het goed om aan te tekenen dat kort daarvoor het Geneesmiddelenbulletin was overgegaan naar het College voor Zorgverzekeringen en dat wij daar duidelijke synergievoordelen van verwachtten. Het recente verzoek van CVZ en Geneesmiddelenbulletin om weer uit elkaar te gaan, was een van de aanleidingen om te gaan kijken naar de wijze waarop in de toekomst het best vorm kan worden gegeven aan de informatievoorziening over farmacotherapie voor beroepsgroepen.

5. Bent u het eens met de opvatting dat het Geneesmiddelenbulletin in een continue nascholingsbehoefte voorziet?
Ja.

6. In hoeverre valt het handelen van de redactie onder de persvrijheid? In hoeverre kunt u invloed uitoefenen op het functioneren van de redactie?
Het handelen van de redactie staat niet ter discussie, wel wordt gekeken hoe te komen tot de meest doelmatige besteding van publieke middelen op het terrein van optimale informatievoorziening over farmacotherapie. Versterking van de samenhang tussen diverse activiteiten, waaronder het Geneesmiddelenbulletin, vormt daar een belangrijk onderdeel van.

 

 

 

Samenwerking met andere organisaties. Uitgangspunten van het Geneesmiddelenbulletin zijn haar onafhankelijkheid en de wetenschappelijke toetsing van de werkwijze en het resultaat daarvan. Het Geneesmiddelenbulletin neemt daarmee een unieke positie in, hoewel er natuurlijk ook diverse andere organisaties zijn die zich bezighouden met informatievoorziening over farmacotherapie aan professionals. Mogelijk acht het ministerie samenwerking of samenvoeging met een van deze organisaties wenselijk. Het Geneesmiddelenbulletin is daar beslist geen voorstander van en heeft dat aan het ministerie van VWS duidelijk gemaakt.
Het Geneesmiddelenbulletin onderzoekt op basis van gepubliceerde en ‘peer-reviewed’ artikelen de werkzaamheid en bijwerkingen van geneesmiddelen ten einde tot een indicatiegebonden plaatsbepaling van geneesmiddelen te komen. Zij doet dat onafhankelijk van de overheid, de industrie, de verenigingen van de verschillende specialismen, de richtlijnenmakers en de patiëntenverenigingen. Het Geneesmiddelenbulletin is de enige speler in het veld van de informatievoorziening over geneesmiddelen die geen enkel belang heeft bij het geven van geneesmiddeleninformatie. De farmaceutische industrie heeft uiteraard een belang, maar ook het College voor zorgverzekeringen (CVZ) en ook het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) kan niet vrijelijk over een middel spreken wat ze zelf hebben beoordeeld. Hun mening zal worden gekleurd door het feit dat ze eerder een registratie hebben afgegeven. Het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb zal vooral de nadruk op bijwerkingen leggen. Het Geneesmiddelenbulletin is de enige belangeloze speler in dit veld, hetgeen door de lezers, zo bleek uit de enquête, ook zo wordt gewaardeerd.
Beëindigen relatie met CVZ. CVZ heeft in een brief gedateerd 8 september 2009 aan VWS aangekondigd dat CVZ en het Geneesmiddelenbulletin uit elkaar zullen gaan en wel uiterlijk op 1 januari 2010. In deze brief staat tevens dat het Geneesmiddelenbulletin een nieuwe entiteit zal oprichten om de benodigde subsidie te ontvangen, de verantwoordelijkheden te regelen en de werkzaamheden te continueren.
Voortzetting Geneesmiddelenbulletin. Bij de zelfstandige en onafhankelijke voortzetting van het Geneesmiddelenbulletin zijn twee vragen van belang. Is samenwerking met anderen wenselijk en mogelijk, en hoe zal het Geneesmiddelenbulletin de bestuurlijke en organisatorische continuïteit waarborgen? Deze vragen worden hieronder beantwoord.
Oprichten stichting en samenwerking met Medisch Contact. Samenwerking met anderen heeft gezien de unieke, onafhankelijke positie van het Geneesmiddelenbulletin niet de voorkeur. Om de onafhankelijkheid te garanderen, heeft de redactiecommissie en de adviesraad van het Geneesmiddelenbulletin het voorstel uitgewerkt om opnieuw in een stichtingsvorm verder te gaan. Omdat het Geneesmiddelenbulletin een kleine organisatie is, is ervoor gekozen om een technische samenwerking te zoeken met het Medisch Contact. Het Geneesmiddelenbulletin blijft altijd verantwoordelijk voor de inhoud van de artikelen. Het redactiebureau is daarvoor recent verplaatst naar de Domus Medica in Utrecht, waarmee een professionele inbedding is geschapen.
Bestuurlijke en organisatorische continuïteit. Anders dan in de periode voorafgaand aan de samenwerking met CVZ zal een bestuur dat bestaat uit minimaal vijf deskundige en ervaren bestuurders toezien op de bedrijfsmatige gang van zaken binnen de op te richten stichting. De wetenschappelijke en redactionele onafhankelijkheid wordt daarnaast gegarandeerd door de redactiecommissie en de wetenschappelijke adviesraad. Het bestuur van de stichting Geneesmiddelenbulletin zal een professioneel bestuur zijn van juridische en financiële specialisten. Dit impliceert dat er een scheiding wordt aangebracht tussen het bestuur van de stichting en de inhoud van het bulletin.
Met deze aanpak beogen wij de continuïteit te garanderen van een robuuste stichting die twee taken (bestuurlijk en redactioneel) optimaal kan vervullen totdat de door het ministerie geformuleerde ideale eindsituatie is bereikt. Tot dit tijdstip, dat naar de inschatting van velen ver in de toekomst zal liggen, zullen wij ons blijven inzetten voor de rationele farmacotherapie in het belang van de samenleving, de voorschrijvers, de afleveraars en met name de patiënten.
Inmiddels heeft de minister van VWS op 8 oktober overleg gevoerd met de vaste kamercommissie voor VWS. Refererend aan zijn beoogde motie vroeg de heer Van Gerven (SP) aan de minister hoe deze de toekomst van het Geneesmiddelenbulletin zag en of hij de toekomst daarvan kon garanderen. De minister beantwoordde deze vragen niet en gaf aan, evenals op 25 juni, dat er nog geen beslissing was genomen. Tot op dit moment blijft daardoor de toekomst en de wijze van het voortbestaan van het Geneesmiddelenbulletin volstrekt onzeker. Voor alle direct bij de inhoud en uitgave betrokkenen medewerkers van het Geneesmiddelenbulletin, maar ook voor de lezers, is dit een slechte zaak. In afwachting van de langtermijnvisie van de minister, is het ook voor de tussenliggende periode van belang te weten hoe de organisatie van het Geneesmiddelenbulletin kan worden ingevuld. De problemen van het Geneesmiddelenbulletin zijn ruim een jaar onderwerp van gesprek met het ministerie van VWS en nog steeds bestaat er geen duidelijkheid. Er is zelfs geen tussenoplossing tot het moment waarop de langetermijnvisie van de minister is uitgekristalliseerd.
Tot de begrotingsbesprekingen medio november in de Tweede Kamer zal moeten worden afgewacht of de minister de toekomst van het huidige Geneesmiddelenbulletin blijvend wil faciliteren, zoals de wens is van een Kamermeerderheid. De tijd dringt aangezien er minder dan twee maanden resteren voordat CVZ en het Geneesmiddelenbulletin uit elkaar gaan. Zo lang wij daartoe in staat zijn, blijven wij echter onze kerntaak uitoefenen: het bevorderen van de rationele farmacotherapie. Verantwoord geneesmiddelengebruik verhoogt de kwaliteit van de zorg, voorkomt lijden door bijwerkingen en bespaart kosten.

 

Auteurs

  • dr D. Bijl