Tien mythen over de farma­ceutische industrie: Mythe 3

In Gebu 2014; 48: 142-143 is aandacht besteed aan het boek ’Deadly medicines and organised crime’ van de Deense internist en hoogleraar Peter Gøtzsche.1 In één van de laatste hoofdstukken bespreekt de auteur de mythen die de industrie zo vaak heeft herhaald dat veel artsen, apothekers, politici en het algemene publiek ze zijn gaan geloven. Deze mythen vormen, volgens de auteur, een belemmering om tot een rationeel gezondheidszorgsysteem te komen. De naar het oordeel van de auteur belangrijkste tien mythen worden in het bulletin nader besproken. Thans komt nummer 3 aan bod.

3. De besparingen door dure geneesmiddelen
zijn groter dan de kosten.


Op een bijeenkomst met de farmaceutische industrie waar dit argument naar voren werd gebracht, zei de directeur van de Deense Gezondheidsraad het merkwaardig te vinden dat ongeacht de hoogte van de prijs van een nieuw geneesmiddel het bedrijf altijd een farmaco-economische analyse kan overleggen waaruit blijkt dat de besparingen wat betreft ziektedagen, voortijdige pensionering en andere kosten, groter zijn dan de kosten van het geneesmiddel.1 Economie is geen harde natuurwetenschap maar een gedragswetenschap met kenmerken van een natuurwetenschap waarbij de uitkomst sterk afhankelijk is van de aannamen die men vooraf in het analysemodel opneemt en daardoor op zijn hoogst informatief is. Er is nauwelijks een groter belangenconflict voorstelbaar dan wanneer een farmaceutisch bedrijf een farmaco-economische analyse uitvoert van zijn eigen geneesmiddel of een econoom inhuurt en vraagt dit voor hem te doen. De uitkomst is, volgens de auteur, nooit negatief voor het bedrijf.

Mythe 3 zou moeten worden geformuleerd als:

3. De besparingen door dure geneesmiddelen zijn alleen volgens de farmaco-economische analysen van de fabrikanten groter dan de kosten.


Gøtzsche constateert dat een farmaco-economische analyse van een geneesmiddel in opdracht van een bedrijf nooit negatief uitvalt. Dit kwam heel duidelijk aan het licht bij de kosten-effectiviteitsanalyse van de influenzavaccinatie: zelfs bij het ontbreken van bewijs voor werkzaamheid en effectiviteit van de vaccinatie, was deze volgens velen kosten-effectief.2-4
In Gebu 2006; 40: 133-140 is aandacht besteed aan farmaco-economisch onderzoek en is geconcludeerd dat het een relatief jonge onderzoeksmethode is die in volle ontwikkeling is. Ook is vastgesteld dat de acceptatie van de farmaco-economie door beleidsmakers in de gezondheidszorg betekent dat er, vanwege de vele aannamen die moeten worden gedaan, voor de farmaceutische industrie een nieuw marketinginstrument ter beschikking is gekomen. Dit is een duidelijk gevaar voor de verdere ontwikkeling van deze onderzoeksmethode en het is van belang hierop alert te blijven. De overheid dient zich dit ook af te vragen als zij de keuze maakt bij wie de verantwoordelijkheid wordt gelegd voor de opzet en de uitvoering van farmaco-economisch onderzoek.
De genoemde constateringen over farmaco-economische analysen zijn overigens niet nieuw. In Gebu 1999; 33: 23-24 zijn tien promotionele tips voor de farmaceutische industrie gegeven. Tip 10 luidt: Presenteer een kosten-effectiviteitsanalyse die laat zien dat het geneesmiddel, hoewel het duurder is, ’toch goedkoper uitvalt’ dan dat van de concurrent.

«« naar Mythe 2 & Mythe 1


  1. Gøtzsche PC. Deadly medicines and organised crime. London: Radcliffe, 2013.
  2. Minister van VWS. Reactie op Gezondheidsraadsadvies Grip op Griep. Gezondheidsraad [document op het internet]. Via: http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/grip_op_griep_kamerstuk_141125.pdf.
  3. Samenvatting Griepvaccinatie: herziening van de indicatiestelling [document op het internet]. Gezondheidsraad. Via: http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/samenvatting_griepvaccinatie.pdf.
  4. Vaccinatie werkt! [document op het internet]. Vaccinatiezorg. Via: http://www.vaccinatiezorg.nl/werkgevers.html.