Tien mythen over de farmaceutische industrie: Mythe 2

In Gebu 2014; 48: 142-143 is aandacht besteed aan het boek ’Deadly medicines and organised crime’ van de Deense internist en hoogleraar Peter Gøtzsche.1 In één van de laatste hoofdstukken bespreekt de auteur de mythen die de industrie zo vaak heeft herhaald dat veel artsen, apothekers, politici en het algemene publiek ze zijn gaan geloven. Deze mythen vormen een belemmering om tot een rationeel gezondheidszorgsysteem te komen. De naar het oordeel van de auteur belangrijkste tien mythen worden in het bulletin nader besproken.

2. Als geneesmiddelen te goedkoop op de markt komen, zal dit ten koste gaan van de innovatie.


Deze mythe wordt vooral door politici en artsen geloofd, maar is volkomen ridicuul. Zouden deze personen bijvoorbeeld ook bereid zijn om 20 maal zoveel voor een nieuwe auto te betalen alleen maar omdat autohandelaren hun vertellen dat ze daardoor in de toekomst betere auto’s zullen krijgen?
De farmaceutische industrie vindt dat zij met rust moet worden gelaten en dat er geen maatschappelijk controle behoort te zijn op haar activiteiten.2 Andere innoverende bedrijven geven aan dat zij ’sterven’ als zij hun geld niet aan onderzoek ofwel ’research’ besteden. Farmaceutische bedrijven zeggen daarentegen dat wij zullen sterven als zij niet ons geld krijgen om aan research te besteden.3
Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn de winsten van de farmaceutische industrie gigantisch toegenomen. Maar in diezelfde periode zijn er steeds minder innovatieve geneesmiddelen op de markt gekomen. Ons Franse zusterblad La Revue Prescrire, dat elk jaar een Gouden Pil uitreikt voor de belangrijkste medicamenteuze doorbraak, kon deze bijvoorbeeld niet uitreiken in 2012, maar ook niet in 2011 en 2010.
Gøtzsche noemt een voorbeeld uit Denemarken waar in 2011 werd voorgesteld dat nieuwe geneesmiddelen moeten worden onderzocht en vergeleken met bestaande en dus goedkopere geneesmiddelen voordat ze mogen worden geregistreerd. De voorzitter van de Deense associatie van farmaceutische bedrijven ontstak hierop in woede: ’…het is pathetisch zo niet schaamteloos dat Denen opnieuw hun industrievijandige houding tentoon spreiden’.
In Denemarken waren de kosten van geneesmiddelen in de acht jaren daarvoor verdrievoudigd. De Deense regering had de vergoeding van sommige dure geneesmiddelen die geen betere werkzaamheid hadden dan bestaande goedkopere geneesmiddelen gestaakt. De reactie van dezelfde voorzitter was ’…dat de autoriteiten weigeren om te betalen voor vooruitgang in de geneeskunde. Wij vrezen dat dit het einde van de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen zal betekenen’. Opmerkelijk was dat een gezondheidseconoom van mening was dat deze actie de industrie zou kunnen aansporen te gaan zoeken naar echte doorbraakgeneesmiddelen in plaats van ’me too’s’ te produceren. En hier gaat het inderdaad om: het lijkt er dan ook op dat de innovatie wordt vertraagd omdat het veel lucratiever is om me too’s te produceren dan om innovatief onderzoek te doen. Daarom zal de actie van de Deense regering alleen maar ten goede komen aan patiënten.

Mythe 2 zou moeten worden geformuleerd als:

2. Als geneesmiddelen goedkoop op de markt komen, zal dit de innovatie stimuleren.


De geneesmiddelen die in de afgelopen jaren voor de eerste lijn op de markt zijn gekomen en die als innovatief in de markt werden gezet, voegen weinig tot niets toe aan het bestaande farmacotherapeutische arsenaal. Dit is bij herhaling vastgesteld in het Geneesmiddelenbulletin en ook in de Terugblikken op de introducties van nieuwe geneesmiddelen tien jaar geleden (Gebu 2015; 49: 10-14, Gebu 2014; 48: 10-14 en Gebu 2013; 47: 11-14). Het was ook de conclusie van de stichting Wemos (voorheen WErkgroep Medische OntwikkelingsSamenwerking) die in samenwerking met de ’European Public Health Alliance’ (EPHA) een onderzoek heeft gedaan naar nieuwe geneesmiddelen voor de eerste lijn die in de afgelopen jaren op de markt zijn gekomen in Nederland, Duitsland en Frankrijk en vooral waren bestemd voor de eerste lijn.4 Geconcludeerd werd dat de meeste van deze middelen niets toevoegen. Naast het gegeven dat deze nieuwe middelen meestal niet beter werken dan hun voorgangers, blijken deze soms zelfs schadelijker te zijn voor de gezondheid en veel duurder te zijn. Gegevens voor dit onderzoek werden aangeleverd door het Geneesmiddelenbulletin (op basis van de pilwaarderingen van nieuwe geneesmiddelen in de afgelopen 14 jaar) en La Revue Prescrire. Wemos en EPHA pleiten ervoor dat bij het beoordelen van nieuwe geneesmiddelen veel nadrukkelijker wordt gekeken naar de toegevoegde therapeutische waarde van nieuwe geneesmiddelen ten opzichte van bestaande geneesmiddelen.4