Taxoïden: geringe effectiviteit bij borstkanker

Voor de vergoeding van de intramurale toepassing van taxoïden (docetaxel, paclitaxel) is, via een subsidieregeling in het kader van de AWBZ, over de afgelopen anderhalf jaar 50 miljoen gulden ter beschikking gesteld. Dit was bedoeld voor de behandeling van patiënten met ovariumkanker en borstkanker die geen baat meer hadden bij de tot dan toe gebruikte chemotherapie. Aangezien deze regeling, na een verlenging van vier maanden, per 1 mei a.s. afloopt, is door de Ziekenfondsraad onlangs het effect geëvalueerd.1
Allereerst kwam naar voren dat het uiteindelijke aantal patiënten met ovariumkanker dat met taxoïden was behandeld, goed overeenkwam met de aanvankelijke verwachting, namelijk 590 over 20 maanden. Opvallend was echter dat het aantal voor borstkanker behandelde patiënten aanmerkelijk geringer was (713 over 20 maanden) dan eerder verwacht (4.167). Volgens de Ziekenfondsraad wordt dit waarschijnlijk veroorzaakt door de toxiciteit van de taxoïden, met name docetaxel, en het gegeven dat er voor postmenopauzale vrouwen inmiddels nieuwe hormonale behandelingsmogelijkheden ter beschikking zijn gekomen. Verder krijgen oudere vrouwen minder vaak taxoïden voorgeschreven dan jongere. Mogelijk duidt dit op een onderbehandeling, maar waarschijnlijker is dat jongere patiënten in de praktijk als adjuvante therapie vaak reeds antracyclinen hebben gebruikt. Hierdoor komen ze sneller in aanmerking voor behandeling met taxoïden. Oudere patiënten zijn veelal eerst met CMF behandeld, vervolgens met antracyclinen, terwijl daarna pas taxoïden aan de orde zijn.
Over de effecten van de toepassing van de taxoïden bij borstkanker waren bij het ingaan van de regeling weinig gegevens uit vergelijkende onderzoeken bekend. Voor de behandeling met paclitaxel geldt dat nog steeds. Wel zijn sinds juni 1998 de resultaten van twee klinische onderzoeken met docetaxel beschikbaar. Een daarvan had betrekking op een patiëntenpopulatie die, volgens de richtlijnen in ons land, in aanmerking komt voor behandeling met taxoïden. Hieruit kwam voor docetaxel een mediane overlevingswinst van 2,7 maanden naar voren vergeleken met een combinatie van mitomycine C en vinblastine. Verder bleek dat de kwaliteit van leven tijdens de behandeling niet significant verschilde, terwijl gegevens daarover na de behandeling ontbreken. Volgens de Ziekenfondsraad is er theoretisch gezien behalve winst in overlevingsduur ook sprake van winst in kwaliteit van leven indien de 2,7 maanden verlenging van het leven in een relatief 'goede' gezondheidstoestand wordt doorgebracht. Empirische gegevens zijn hierover echter niet bekend, terwijl wel moet worden geconstateerd dat docetaxel aanzienlijke bijwerkingen kent.

Het weinige dat bekend is over de behandeling van borstkanker met taxoïden, duidt op een geringe effectiviteit bij reeds met diverse andere middelen behandelde patïenten, zodat de bij medisch oncologen waargenomen terughoudendheid terecht was. Onderzoeksresultaten lieten een verlenging van het leven door docetaxel met 2,7 maanden zien ten opzichte van een therapie met mitomycine C en vinblastine. Niet aangetoond is dat deze periode in een relatief 'goede' gezondheidstoestand wordt doorgebracht. De Ziekenfondsraad adviseert dan ook de huidige subsidieregeling per 1 mei a.s. te beëindigen.



1. Ziekenfondsraad. Voortgang evaluatieonderzoek en subsidiëring taxoïden. Brief aan de Minister van VWS. Amstelveen, 26 november 1998.