Sertindol (Serdolect®) onderzocht

Sertindol werd in 1996 geregistreerd voor de behandeling van schizofrenie. In tegenstelling tot de overige antipsychotica zou het verhoudingsgewijs weinig extrapiramidale bijwerkingen veroorzaken. Alle antipsychotica zijn in verband gebracht met verlenging van het QT-interval en met ritmestoornissen, maar er zijn sterke aanwijzingen dat dit met name het geval is bij sertindol. Reeds tijdens het klinisch onderzoek werd bij gebruikers van sertindol een significante toename van het QT-interval waargenomen. Op verzoek van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen schortte de Hoofdinspecteur voor Farmacie en Medische Technologie op 4 november 1998 de handel in sertindol op (Gebu 1999; 33: 8-9). Dit werd gevolgd door soortgelijke besluiten in diverse andere Europese lidstaten.
Naar aanleiding van dit probleem wordt nu vanuit de sectie Geneesmiddelenbewaking van de Inspectie voor de Gezondheidszorg het gehele cohort van gebruikers in kaart gebracht. Daartoe werden alle 2.241 apotheekhoudenden in ons land aangeschreven met het verzoek om een geanonimiseerde computeruitdraai te maken van alle patiënten aan wie zij sertindol hadden afgeleverd. Op deze oproep werd binnen twee maanden en na één rappel door 95% van hen gereageerd. Op dit moment beschikt de Inspectie over de medicatiehistories van meer dan 1.000 gebruikers en uiteindelijk wordt een cohort verwacht van ruim 1.200.

Blijkens meldingen bij de Inspectie, de Stichting Lareb en de fabrikant zijn in ons land inmiddels zes patiënten overleden aan de gevolgen van cardiale effecten bij gebruik van sertindol. Momenteel wordt bestudeerd in hoeverre deze overlijdensgevallen inderdaad door sertindol kunnen zijn veroorzaakt.