Selectieve serotonine-heropnameremmers en tandcariës

Achtergrond. Selectieve serotonine-heropnameremmers (SSRI’s) zijn onder meer geregistreerd voor de behandeling van depressieve stoornissen en angststoornissen. Tussen oktober 1997 en januari 2009 ontving het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb acht meldingen van een toename van tandcariës bij gebruik van een SSRI. Vier meldingen hadden betrekking op venlafaxine (Efexor®), één op fluvoxamine (Fevarin®), twee op paroxetine (Seroxat®) en één op citalopram (Cipramil®).

Casus. De leeftijd van de patiënten varieerde van 19 tot 45 jaar. Bij alle meldingen was er sprake van een snelle verslechtering van het gebit, die bestond uit een toename van tandcariës en daarnaast bij twee patiënten respectievelijk loszittende en afbrokkelende tanden, na de start van het antidepressivum. De tijd tussen de start van de SSRI en het waarnemen van tandcariës bedroeg gemiddeld zeven maanden (variërend van 1 tot 24 maanden). Drie van de acht patiënten gaven aan last te hebben van een droge mond. Bij drie meldingen werd aangegeven dat er voorafgaand aan het gebruik van het geneesmiddel niet of nauwelijks sprake was van cariës. Eén van deze patiënten ontwikkelde binnen zeven maanden na het starten met paroxetine zeven gaatjes.

Beschouwing. Het optreden van tandcariës tijdens het gebruik van een SSRI kan verschillende oorzaken hebben. Een bekende en vaak voorkomende bijwerking van deze middelen is de afname van de speekselsecretie.1 Een verminderde speekselsecretie kan leiden tot een verhoogde gevoeligheid voor tandcariës.2 Een wat minder bekende bijwerking van de genoemde stoffen is tandenknarsen. Dit wordt veroorzaakt door het effect van SSRI’s op het dopaminerge systeem.3 Door tandenknarsen kan glazuurverlies optreden waardoor een grotere kans op cariës ontstaat. Daarnaast kunnen depressieve klachten zelf een verhoogd risico op cariës geven door slechte of verminderde aandacht voor de mondhygiëne, een veranderd voedingspatroon en een afname van de speekselsecretie.4 Tandheelkundige problemen kunnen worden voorkomen door het gebruik van fluoridepreparaten, gerichte adviezen om de monddroogheidsklachten te bestrijden, een orale gel en een therapie gericht op het aanzetten van de speekselsecretie.4 5

Conclusie. Om tandheelkundige problemen te voorkomen, wordt bij het gebruik van een SSRI een consult voor mondhygiëne en gebitscontrole aanbevolen.



1. Boyd LD, et al. Nutritional implications of xerostomia and rampant caries caused by serotonin reuptake inhibitors: a case study. Nutr Rev 1997; 55: 362-368.
2. Tredwin CJ, et al. Drug-induced disorders of teeth. J Dent Res 2005; 84: 596-602.
3. Beers E, et al. Bruxisme als bijwerking van serotonineheropnameremmers. Ned Tijdschr Tandheelkd 2007; 114: 388-390.
4. Little JW. Dental implications of mood disorders. Gen Dent 2004; 52: 442-450.
5. Peeters FP, et al. Risks for oral health with the use of antidepressants. Gen Hosp Psychiatry 1998; 20: 150-154.

U wordt verzocht bijwerkingen te melden aan het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Meldingsformulieren kunt u vinden in het Farmacotherapeutisch Kompas, op www.lareb.nl en als bijlage bij het Geneesmiddelenbulletin.

Auteurs

  • Lareb