Ropinirol (Requip®), ziekte van Parkinson

In deze rubriek worden geneesmiddelen besproken, kort nadat ze in de handel zijn gebracht. Van sommige produkten kan de plaatsbepaling slechts voorlopig zijn omdat nog relatief weinig bekend is over de veiligheid en effectiviteit. Toch menen we dat een vroeg commentaar van belang kan zijn voor de praktijk. Wanneer na verloop van tijd nieuwe gegevens daartoe aanleiding geven komen we op de eerste bespreking terug.
De prijzen zijn berekend aan de hand van de KNMP-taxe van december 1997, inkoopprijzen excl. BTW, tenzij anders aangegeven.

Ropinirol
Requip ® (SmithKline Beecham Farma BV)
Tablet 0,25, 1, 2 en 5 mg

ziekte van Parkinson

Ropinirol behoort, evenals bromocriptine, pergolide (Gebu Prikbord 1992; 26: 14) en lisuride, tot de dopamine-agonisten. Het onderscheidt zich doordat het geen ergotderivaat is, maar de klinische betekenis hiervan is onduidelijk. Ropinirol is geregistreerd voor de 'behandeling van de ziekte van Parkinson' en wel voor de 'aanvangsbehandeling als monotherapie teneinde de toepassing van L-dopa uit te stellen' en 'in combinatie met L-dopa, tijdens het verloop van de ziekte als het effect van L-dopa vermindert of inconsistent wordt en fluctuaties in het therapeutisch effect optreden ('end of dose' of 'on-off' type fluctuaties)'.
Er zijn twee gerandomiseerde onderzoeken gepubliceerd, waarin ropinirol is vergeleken met placebo.1 2 Het eerste betrof 46 patiënten bij wie, ondanks levodopa, de Parkinson-verschijnselen onvoldoende onder controle waren.1 De actief behandelde groep gebruikte gedurende drie maanden tevens ropinirol (gem. 2 dd 3,3 mg), terwijl de dosering levodopa constant werd gehouden. Het enige significante verschil ten opzichte van placebo was, dat de gebruikers van ropinirol vaker een verbetering vertoonden bij een globale, klinische beoordeling op een vijfpuntsschaal (78% vs. 35%).1 Het tweede onderzoek betrof 241 patiënten in een vroeg stadium van de ziekte van Parkinson, die tot dan een beperkte of geen dopaminerge therapie hadden ondergaan.2 Het voortzetten van het gelijktijdig gebruik van de MAO B-remmer selegiline was toegestaan. Dit gebeurde in beide groepen door ongeveer de helft van de patiënten. Indien nodig, kon bovendien levodopa worden gebruikt. Na zes maanden ropinirol (gem. 15,7 mg/dag) verbeterden de motorische functies, gemeten op de UPDRS-schaal, significant (van 17,9 naar 13,4 punten) in vergelijking tot placebo (van 17,7 naar 17,9). Voorts was er met ropinirol significant minder vaak levodopa nodig (11% vs. 29%).2 Vergelijkende onderzoeken met andere anti-Parkinsonmiddelen zijn nog niet gepubliceerd.
De meest frequent gemelde bijwerkingen zijn misselijkheid, slaperigheid, oedeem in de benen, buikpijn, braken en flauwvallen. Bij gebruik samen met levodopa kwamen dyskinesie, misselijkheid, hallucinaties, verwardheid en orthostatische hypotensie voor. Bij hormoonsubstitutie zijn verhoogde plasmaconcentraties ropinirol waargenomen, zodat dosisaanpassing is vereist. In combinatie met ropinirol kan de dosis levodopa met 20% worden gereduceerd.

Plaatsbepaling

Gepubliceerde onderzoeken waarin ropinirol is vergeleken met andere anti-Parkinsonmiddelen of naar de effectiviteit op de langere termijn ontbreken vooralsnog. Uit de placebogecontroleerde onderzoeken komt geen betere balans tussen effectiviteit en bijwerkingen naar voren dan van de andere dopaminerge middelen. Gezien de geringe ervaring, is er momenteel voor ropinirol alleen een plaats indien bromocriptine, pergolide en lisuride falen. Het te verwachten succespercentage is dan echter, bij gebrek aan onderzoek, onbekend. De kosten zijn hoger dan bij bromocriptine.




1. Rascol O et al. Clin Neuropharmacol 1996; 19: 234-245.
2. Adler CH et al. Neurology 1997; 49: 393-399.