Rabdomyolyse tijdens onjuist gebruik van rosuvastatine (Crestor®)

Recentelijk zijn er wereldwijd 13 meldingen geweest van rabdomyolyse bij gebruik van rosuvastatine. Rabdomyolyse is een bekende, zeldzaam voorkomende (bij 1 op de 1.000-10.000 patiënten), maar ernstige bijwerking van statinen die letaal kan verlopen. Rabdomyolyse is een voortgeschreden vorm van myopathie (die bij 1-7% van de statinegebruikers optreedt). Bij voortgaande rabdomyolyse kan de spierschade zo uitgebreid zijn dat door de myoglobinemie schade aan nieren en andere organen ontstaat, met acute nierinsufficiëntie en soms dodelijke afloop. Het mechanisme waardoor rabdomyolyse wordt veroorzaakt, is nog niet bekend maar er zijn verschillende hypotheses. Deze gaan meestal uit van een effect van statinen op het metabolisme van cholesterol.1
Er zijn tot nu toe geen aanwijzingen dat rabdomyolyse vaker zou voorkomen bij gebruik van rosuvastatine dan bij gebruik van andere geregistreerde statinen. Wel viel het op dat bij nagenoeg alle patiënten waarbij rabdomyolyse werd geconstateerd, rosuvastatine niet was gebruikt zoals in de productinformatie wordt aanbevolen. Er was onvoldoende rekening gehouden met contra-indicaties, waarschuwingen en interacties zoals vermeld in desbetreffende rubrieken van de productinformatie.
In de gemelde gevallen was sprake van enkele bijzondere situaties. Zo werd de behandeling nogal eens gestart met rosuvastatine 40 mg of zelfs 80 mg, terwijl in de productinformatie duidelijk een startdosering van 10 mg wordt aanbevolen. Deze startdosering kan, indien nodig, na 4 weken worden aangepast naar 20 mg. De dosering tot 40 mg dient alleen te worden overwogen bij patiënten met ernstige hypercholesterolemie met een verhoogd cardiovasculair risico, die de doelstelling van de behandeling niet bereiken met 20 mg en die regelmatig worden gecontroleerd. De dosering van 80 mg is niet geregistreerd, juist vanwege het verhoogde risico van rabdomyolyse, en dient derhalve niet te worden voorgeschreven. Ook was er soms sprake van gelijktijdige behandeling met andere geneesmiddelen die zijn geassocieerd met een toename van myositis en myopathie, in het bijzonder gemfibrozil en immunosuppressiva. Voorts waren in enkele gevallen predisponerende factoren voor rabdomyolyse aanwezig, zoals hypothyreoïdie, alcoholmisbruik en leeftijd ouder dan 70 jaar.
In overleg met de registratie-autoriteiten van de andere EU-lidstaten werd besloten, naar aanleiding van deze meldingen, de productinformatie aanmerkelijk aan te scherpen. De aanpassingen betreffen het advies over de startdosering die in alle gevallen 10 mg behoort te zijn, ook als wordt overgeschakeld van andere statinen. De dosis mag alleen worden verhoogd naar 20 mg per dag als dit noodzakelijk wordt geacht na een proefperiode van 4 weken met 10 mg. Verder verhogen van de dosis naar 40 mg per dag mag alleen worden overwogen bij patiënten met ernstige hypercholesterolemie, die geen risicofactoren hebben voor myopathie (spierafbraak). Het gebruik van de 40 mg-dosis is gecontraïndiceerd in een aantal situaties met verhoogd risico van rabdomyolyse, zoals matige nierinsufficiëntie en gelijktijdig gebruik van gemfibrozil. Bovendien mag de 40 mg-dosis in eerste instantie alleen door een specialist worden voorgeschreven.
De combinatie van meerdere, op zich lichte, risicofactoren kan bovendien een additief effect hebben. Bij het voorschrijven van statinen, zoals rosuvastatine, dient hiermee rekening te worden gehouden. Het is belangrijk patiënten te informeren over de symptomen van rabdomyolyse, zodat deze situatie, mocht die zich voordoen, snel kan worden herkend.
Deze en andere risicosituaties zijn alle terug te vinden in de productinformatie op de website van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (www.cbg-meb.nl, Geneesmiddeleninformatiebank).

<hr />

1. Thompson PD, et al. Statin-associated myopathy. JAMA 2003; 289: 1681-1690. 

Auteurs

  • drs M.M.S. Bekkering