Primaire en secundaire preventie met supplementen van antioxidanten is schadelijk

Achtergrond. Zogenoemde 'oxidatieve stress' wordt verondersteld een belangrijke rol te spelen bij vele ziektebeelden. Sommigen schrijven aan antioxidanten een reducerend effect toe ten aanzien van deze stress en de daaraan gerelateerde schadelijke effecten. Antioxidanten worden daarom frequent gebruikt voor de preventie van vele aandoeningen. Het effect van supplementen met antioxidanten op mortaliteit in gerandomiseerd onderzoek dat was gericht op primaire en secundaire preventie is recent onderzocht in een meta-analyse.1 

Methode. Alle gerandomiseerde en gepubliceerde onderzoeken bij volwassenen waarin bètacaroteen, vitamine A, vitamine C, vitamine E en selenium werden onderzocht en vergeleken met placebo of geen interventie, werden opgenomen in de analyse. In totaal werden 68 onderzoeken met 232.606 patiënten opgenomen in de meta-analyse. De analysen werden gestratificeerd op basis van het risico van bias, met andere woorden op basis van de methodologische kwaliteit van de onderzoeken. Onderzoeken hadden een laag risico van bias als de toewijzing van de allocatie-volgorde adequaat was, de toewijzing van de allocatie verborgen bleef, de blindering in voldoende mate was gegarandeerd, en de vervolgperiode adequaat was met onder meer adequate beschrijvingen van uitvallers en patiënten die zich uit het onderzoek terugtrokken. De uitkomstmaat van de meta-analyse was mortaliteit.

Resultaat. Als de resultaten van alle onderzoeken, zowel met een laag als met een hoog risico van bias, statistisch werden samengevat dan was er geen significant effect van antioxidanten op mortaliteit (RR 1,02 [95%BI=0,98-1,06]). Nadere analysen toonden dat onderzoeken met een laag risico van bias en onderzoeken waarin selenium was onderzocht, significant waren geassocieerd met mortaliteit (RR 1,16 [1,05-1,29] resp. RR 0,998 [0,997-0,9995]). In 47 onderzoeken met een laag risico van bias verhoogden antioxidanten de mortaliteit (RR 1,05 [1,02-1,08]). Uit onderzoeken met een laag risico van bias bleek eveneens dat antioxidanten de mortaliteit significant verhogen: bètacaroteen (RR 1,07 [1,02-1,11]), vitamine A (RR 1,16 [1,10-1,24]) en vitamine E (RR 1,04 [1,01-1,07]). Vitamine C en selenium hadden geen significant effect op mortaliteit.

Conclusie onderzoekers. Behandeling met bètacaroteen, vitamine A en vitamine E kan de mortaliteit doen toenemen. De mogelijke rol van vitamine C en selenium dient nader te worden onderzocht.


In deze meta-analyse naar de effecten van voedingssupplementen met antioxidanten is gevonden dat behandeling met bètacaroteen, vitamine A en vitamine E de mortaliteit doet toenemen. Er is geen bewijs dat vitamine C de levensduur verlengt. De rol van selenium dient nader te worden onderzocht. Sterke punten van deze meta-analyse zijn het feit dat gebruik is gemaakt van een protocol van de Cochrane-Collaboration, het grote aantal ingesloten onderzoeken en patiënten en het feit dat 2/3 van de onderzoeken werden gekenmerkt door een laag risico van bias. Voorts was er vrijwel geen heterogeniteit tussen de onderzoeken, hetgeen er op wijst dat de resultaten van de onderzoeken in dezelfde richting wijzen. Een beperking van deze meta-analyse is mogelijk dat alleen de totale mortaliteit, ongeacht de oorzaak, is onderzocht en dat niet bekend is wat de oorzaak van de toegenomen mortaliteit is. De resultaten van deze meta-analyse spreken de uitkomsten van observationeel onderzoek tegen waaruit naar voren komt dat antioxidantia de gezondheid juist bevorderen.
De auteurs schatten dat ongeveer 10-20% van de Noord-Amerikaanse en Europese bevolking voedingssupplementen met antioxidantia gebruikt. De gevolgen voor de volksgezondheid kunnen derhalve, gezien de verhoogde mortaliteit van voedingssupplementen die in deze meta-analyse werd gevonden, groot zijn. Hiertegenover staat een enorme marketing voor voedingssupplementen die een tegengestelde boodschap verkondigt.
Als mogelijke verklaring voor hun bevindingen opperen de auteurs de mogelijkheid dat oxidatieve stress niet zozeer de oorzaak maar het gevolg is van bepaalde aandoeningen. Door vrije radicalen uit ons lichaam te mijden, zou daarmee worden geïnterfereerd met een natuurlijk verdedigingsmechanisme van het lichaam. De auteurs wijzen er ten slotte op dat zij alleen synthetische antioxidanten (die dus niet zo streng toxicologisch worden onderzocht als andere farmaceutische producten) hebben onderzocht en dat hun bevindingen niet mogen worden vertaald naar groente en fruit.
In ingezonden brieven worden kritische opmerkingen gemaakt met betrekking tot de door de onderzoekers gehanteerde methodologie.2 De auteurs zouden meerdere methodologische fouten hebben gemaakt, waardoor de conclusies kunnen zijn vertekend. Zo werden ruim 400 onderzoeken niet ingesloten, omdat daarin geen patiënten waren overleden. Een nadere analyse op basis van de specifieke oorzaken van mortaliteit zou op zijn plaats zijn geweest, evenals een nadere analyse op basis van primare en secundaire preventie-onderzoeken, en een analyse van subgroepen van patiënten die baat of juist schade ondervinden van de supplementen. De auteurs hebben de meeste vragen kunnen beantwoorden en laten zien dat nadere analysen en subgroepanalysen geen andere resultaten opleveren. De kans dat de conclusies zijn vertekend door methodologische fouten is daarmee niet weggenomen, maar wel minder aannemelijk gemaakt.

1. Bjelakovic G, et al. Mortality in randomized trials of antioxidant supplements for primary and secondary prevention. JAMA 2007; 297: 842-857.
2. Antioxidant supplements and mortality. [Letters]. JAMA 2007; 298: 400-403. 

 

Auteurs

  • dr D. Bijl