Pfizer tracht vertrouwelijkheid in 'peer review'-proces medische tijdschriften te ondermijnen

In het afgelopen jaar zijn de Journal of the American Medical Association (JAMA) en Archives of Internal Medicine (AIM) betrokken geweest bij juridische processen waarin door de firma Pfizer werd getracht het systeem van 'peer review' te ondermijnen. In een redactioneel commentaar in de JAMA wordt nader ingegaan op deze kwestie.1 

Pfizer is in de VS verwikkeld in ruim 3.000 juridische procedures aangespannen door onder meer consumentenorganisaties en zorgverzekeraars (betrokken bij formularia en het vergoeden van geneesmiddelen). Zij beschuldigen Pfizer ervan dat het in reclame en marketing voor de COX-2-remmers celecoxib en valdecoxib heeft gesteld dat deze middelen eenzelfde mate van pijnstilling geven zonder de bijwerkingen die de oudere anti-inflammatoire medicatie kenmerkte. Hiermee zou door Pfizer een onjuiste voorstelling van zaken zijn gegeven waardoor de vraag naar de duurdere COX-2-remmers steeg ten koste van de goedkopere NSAID’s die even veilig of zelfs veiliger zijn.1

De advocaat van Pfizer stuurde daarop dagvaardingen naar een grote groep medische tijdschriften, waaronder JAMA en AIM. Men verlangde van de redacties van de tijdschriften dat zij alle documenten zouden overleggen die betrekking hadden op beslissingen om manuscripten van celecoxib en valdecoxib te aanvaarden dan wel af te wijzen. Voorts verlangde men van deze middelen kopieën van afgewezen manuscripten, de identiteit van de peer reviewers en de manuscripten die zij hadden beoordeeld, alsmede de commentaren die circuleerden tussen peer reviewers en redacteuren ten aanzien van deze manuscripten, revisies en beslissingen om te publiceren. JAMA en AIM voerden aan dat de onschendbaarheid van de vertrouwelijkheid in het systeem van peer review niet mocht worden aangetast. In januari 2008 werden JAMA en AIM door de advocaten van Pfizer gemaand de genoemde vertrouwelijke en niet-gepubliceerde documenten te overleggen. JAMA en AIM voerden echter aan dat de inhoud van deze niet-gepubliceerde documenten niet bekend kon zijn bij Pfizer en derhalve geen rol kon hebben gespeeld in hun reclame- en marketingcampagne. Ook de eisers hadden geen weet van deze informatie en dit kon hun vergoedingsbeslissingen niet hebben beïnvloed.1

Op 14 maart besliste de federale districtsrechtbank in Chicago dat het vertrouwelijk houden van informatie voor Pfizer, het publiek en de medische gemeenschap door JAMA en AIM, niet relevant was voor de claims van Pfizer. De rechter oordeelde dat de in de tijdschriften gepubliceerde artikelen voldoende informatie voor Pfizer bevatten. Hij stelde vast dat 'Gezien het krachtige beleid waarmee vertrouwelijkheid in het peer reviewproces wordt gewaarborgd, is de rechtbank van mening dat de verwachte waarde van een veroordeling niet opweegt tegen de schade die aan tijdschriften wordt toegebracht als er inbreuk wordt gemaakt op de onschendbaarheid van dat proces'.2 

Met deze uitspraak van de rechter kan het systeem van anonieme peer review dat veel medische tijdschriften hanteren zonder beperkingen voor auteurs en reviewers in stand worden gehouden.1 De gevolgen voor de vertrouwensrelatie tussen redacteuren, auteurs en schrijvers zouden groot zijn geweest als Pfizer de procedure had gewonnen, vooral omdat de commentaren van de peer reviewers waren gegeven in de veronderstelling dat deze anoniem zouden blijven.

Veel, meestal alleen via het internet toegankelijke tijdschriften (on-line), werken overigens met een open en niet-geanonimiseerd systeem van peer review.3-5 Hierbij weten zowel de indieners als de peer reviewers dat de beoordeling op de persoon herleidbaar is. Deze open methode is ingevoerd om onterechte kritiek van een reviewer, omdat het een wetenschappelijke concurrent is, beter te kunnen pareren. Het is niet bekend wat het effect van deze werkwijze is op de kwaliteit van medische artikelen. De actie van Pfizer staat hier echter los van en oogt als een ernstige vorm van intimidatie. 



  1. DeAngelis CD, et al. Preserving confidentiality in the peer review process. JAMA 2008; E1.
  2. Keys A. In Re: Bextra and Celebrex marketing sales practices and product liability litigation. Case No. 08 C402. US District Court, Northern District of Illinois, Eastern Division (March 14, 2008).
  3. Walsh E, et al. Open peer review: a randomised controlled trial. Br J Psychiatry 2000; 176: 47-51.
  4. Rooyen S van, et al. Effect of open peer review on quality of reviews and on reviewers’ recommendations: a randomised trial. BMJ 1999; 318: 23-27.
  5. Godlee F. Making reviewers visible: openness, accountability, and credit. JAMA 2002; 287: 2762-2765.

Auteurs

  • dr D. Bijl