Persisteren van onbewezen claims in de literatuur

Achtergrond. Sommige bevindingen over het effect van geneesmiddelen of andere interventies uit observationeel onderzoek kunnen later niet worden bevestigd in gerandomiseerd onderzoek of worden zelfs ontkracht. Desondanks blijven de positief beschreven effecten langdurig in bepaalde wetenschappelijke kringen circuleren. Met name geldt dit voor de effecten van voedingssupplementen en hormonen. In twee, veel geciteerde, observationele onderzoeken uit 1993 is gerapporteerd dat het gebruik van vitamine E cardiovasculaire aandoeningen kan voorkomen.1 2 In gerandomiseerd onderzoek met vitamine E uit 20003 is dit echter niet bevestigd en waren er zelfs aanwijzingen voor een negatief effect. Onderzoekers evalueerden wat er in de wetenschappelijke literatuur gebeurt als prominente claims worden ontkracht door de resultaten van gerandomiseerd onderzoek. Hoe snel worden dan de oude claims terzijde gelegd? Welke argumenten worden er gebruikt om de oorspronkelijke claims te verdedigen? Op dezelfde wijze werden de vermeende positieve effecten van bètacaroteen op kanker en van oestrogeen op de ziekte van Alzheimer5 onderzocht. Van bètacaroteen werd in gerandomiseerd dubbelblind onderzoek onder meer in 1994 gevonden dat het de kankerincidentie niet verlaagde, maar mogelijk zelfs verhoogde.6 Van oestrogenen werd in het Women's Health Initiative (WHI)-onderzoek in 2004 gevonden dat het een negatief effect had op de cognitie bij postmenopauzale vrouwen.7 8 

Methode. Onderzoekers telden het aantal malen dat één of beide originele onderzoeken over vitamine E werden geciteerd in andere artikelen. Die artikelen werden gedurende drie perioden verzameld: voor (1997), kort na (2001) en jaren na (2005) de publicatie van het gerandomiseerde onderzoek. Nadat was gecontroleerd of de conclusies in de artikelen juist waren weergegeven, werden ze ingedeeld in drie categorieën: gunstig, onduidelijk of ongunstig ten aanzien van de werking van vitamine E. De primaire uitkomstmaat was het percentage artikelen in de drie categorieën in de drie onderzoeksperioden. Voorts werden citatiecurven gemaakt waarin gestandaardiseerde citatietellingen werden afgezet tegen de tijd.

Resultaat. Voor de categorie-indeling werden 165 artikelen geselecteerd en daarvan waren 101 gunstig, 36 onduidelijk en 28 ongunstig. Het percentage ongunstige artikelen was toegenomen van 1,9% in 1997 tot 33,9% in 2005. Tot 2005 had 50% van de geciteerde artikelen nog een gunstig oordeel.9 De kans op een gunstiger of minder ongunstig resultaat was groter als de auteurs niet uit de VS afkomstig waren of als het gespecialiseerde tijdschriften betrof. De kans op een positief oordeel nam in de loop der jaren wel af. Van de artikelen waarin het gerandomiseerde onderzoek werd genoemd had 41% een ongunstig oordeel. In een steekproef van 29 artikelen die in 2005 waren gepubliceerd oordeelde 21% gunstig, 38% onduidelijk en 41% ongunstig. Er werden diverse argumenten gebruikt om de meningen te onderbouwen dat vitamine E wel werkzaam is, zoals selectiebias, afwijkende voedingspatronen, uiteenlopende genetische achtergrond van de patiënten, wisselend anti-oxidantengehalte in de voeding of een te sterk uiteenlopend stadium van de aandoening. De resultaten van bètacaroteen bij kanker en oestrogeen bij de ziekte van Alzheimer verschilden niet wezenlijk van die van vitamine E.

Conclusie onderzoekers. Claims uit veel geciteerde observationele onderzoeken blijven langdurig bestaan en worden ondersteund in de medische literatuur ondanks sterk bewijs uit gerandomiseerd onderzoek dat op het tegendeel wijst.


Het persisteren van onbewezen claims uit observationeel onderzoek in de medisch-wetenschappelijke literatuur komt voor en houdt dan langdurig aan. In veel artikelen, en vooral die uit gespecialiseerde tijdschriften, werden de tegengestelde bewijzen uit gerandomiseerd onderzoek niet genoemd. Daarentegen werd gerandomiseerd onderzoek in algemene medische tijdschriften wel degelijk en ook eerder vermeld.
Bij het afwegen van conclusies uit observationeel en gerandomiseerd onderzoek lijkt het geloof dat bepaalde mensen in bepaalde middelen hebben en dat tot het uiterste wordt verdedigd, ook een belangrijke rol te spelen. De auteurs vragen zich dan ook af of tegengesproken associaties überhaupt zijn uit te bannen. In zoverre is een parallel te trekken met andere gebieden in de samenleving. De 'wish bias' van individuen kan erg groot zijn en kan ook de interpretatie van wetenschappelijke gegevens beïnvloeden. Het is moeilijk om vast te stellen of het aanhoudend geloof is gebaseerd op het zorgvuldig afwegen van alle bewijzen, het onterecht vasthouden aan oude informatie, een gebrek aan verspreiden van nieuwe gegevens of het doelbewust verzwijgen ervan. Hoe dan ook dienen de beoefenaren van de klinische 'evidence-based'wetenschap beter te communiceren met onderzoekers.



  1. Rimm EB, et al. Vitamin E consumption and the risk of coronary heart disease in men. N Engl J Med 1993; 328: 1450-1456.
  2. Stampfer MJ, et al. Vitamin E consumption and the risk of coronary disease in women. N Engl J Med 1993; 328: 1444-1449.
  3. Yusuf S, et al. Vitamin E supplementation and cardiovascular events in high-risk patients: the Heart Outcomes prevention Evaluation Study Investigators. N Engl J Med 2000; 342: 154-160.
  4. Peto R, et al. Can dietary beta-carotene materially reduce human cancer rates? Nature 1981; 290: 201-208.
  5. Tang MX, et al. Effect of oestrogen during menopause on risk and age of onset of Alzheimer’s disease. Lancet 1996; 348: 429-432.
  6. The effect of vitamin E and beta carotene on the incidence of lung cancer and other cancers in male smokers: the alpha-tocopherol, beta carotene cancer prevention study group. N Engl J Med 1994; 330: 1029-1035.
  7. Shumaker SA, et al. Women’s Health Initiative Memory Study. Conjugated equine estrogens and incidence of probable dementia and mild cognitive impairment in postmenopausal women: Women’s Health Initiative Memory Study. JAMA 2004; 291: 2947-2958.
  8. Espeland MA, et al. Women’s Health Initiative Memory Study. Conjugated equine estrogens and global cognitive function in postmenopausal women: Women’s Health Initiative Memory Study. JAMA 2004; 291: 2959-2968.
  9. Tatsioni A, et al. Persistence of contradicted claims in the literature. JAMA 2007; 298: 2517-2526.   

Auteurs

  • dr D. Bijl