Op stofnaam voorschrijven en doelmatig afleveren


 


Terug naar boven

Een arts die op stofnaam voorschrijft, biedt de apotheker de beste mogelijkheid tot doelmatig afleveren. De apotheker heeft daarmee namelijk de mogelijkheid om het goedkoopste produkt dat voldoet aan de omschreven samenstelling af te leveren. Deze zienswijze wordt inmiddels door velen onderschreven en geleidelijk ook in praktijk gebracht. Arts én apotheker dragen daarmee bij aan een efficiënte gezondheidszorg.
Dit artikel behandelt eerst een aantal begrippen en gaat vervolgens met name in op enkele weerstanden die sommige artsen nog moeten overwinnen, voordat zij tot voorschrijven op stofnaam kunnen overgaan.

 


Terug naar boven

Voorschrijven van een geneesmiddel is kiezen voor een bepaalde werkzame stof, een geschikt toedieningsvorm, en de juiste dosering, waarbij men tevens rekening houdt met de kosten. Ieder geneesmiddel kan men generiek omschrijven met de stofnaam, de hoeveelheid van de werkzame stof en de toedieningsvorm. Het vermelden van de stofnaam is dus een onderdeel van het generiek voorschrijven. In het hierna volgende wordt het voorschrijven op stofnaam geacht synoniem te zijn met generiek voorschrijven, omdat men immers nooit zal volstaan met alleen een stofnaam op het recept te schrijven zonder dosering en toedieningsvorm.
De werkzame stof kan op het recept worden aangeduid met de chemische naam, de ‘Internationaal Nonproprietary Name’ (INN),de stofnaam (de Nederlandse versie van de INN) en de merknaam (zie tab.1). De chemische naam, die staat voor de moleculaire structuur van de stof, is vaak lang en moeilijk uit het hoofd op te schrijven. De merknaam daarentegen is een fantasienaam, vaak zonder relatie tot de werking. Deze is meestal kort en lijkt daardoor gemakkelijker te onthouden. Voorschrijvers krijgen voortdurend de merknaam te horen of te zien en de stofnaam komt nauwelijks of nooit aan de orde in contacten met de farmaceutische industrie.


chemische naam 1-cyano-2-methyl-3-[2-[[5-methyl-
4-imidazolyl)-methyl]-thio]- ethyl]-guanidine
International Nonproprietary
Name (INN)
cimetidinum
stofnaam cimetidine 
merknaam (fantasienaam) Tagamet®

De merknaam verwijst slechts naar één bepaald produkt van één bepaalde fabrikant en is niet universeel, omdat de naam per land kan verschillen. Merknamen kunnen ook verwarrend zijn. Vanuit commerciële motieven komt het regelmatig voor dat exact hetzelfde geneesmiddel onder twee verschillende merknamen in de handel wordt gebracht. Voorbeelden zijn Bisobloc® en Emcor® voor bisoprolol, en Canei® en Lescol® voor fluvastatine. Soms lijken merknamen van verschillende geneesmiddelen op elkaar, het geen tot verwisseling aanleiding kan geven, zoals gebeurde met Depo-Medrol® en Depo-Provera®, en Lederspan® en Ledertrexate® (Gebu 1993;27: 81-82). Daarnaast komt het voor dat produkten met verschillende werkzame stoffen een zelfde merknaam hebben, bijvoorbeeld Gaviscon® suspensie en kauwtabletten, Algesal® en Algesal Forte®. Denk hierbij ook aan de wijzigingen in samenstelling van Chefarine 4® en Sinaspril® in de loop der tijden.
De stofnaam heeft de bezwaren van de merknaam niet. Het is een algemene, internationaal erkende en bekende naam, die staat voor de werkzame stof van het geneesmiddel. Die naam wordt in alle wetenschappelijke publikaties en farmacotherapeutische handboeken gebruikt. De stofnaam is afgeleid van de INN, zoals die is vastgesteld door de Wereldgezondheidsorganisaties (WHO). Omdat dit een Latijnse naam betreft, wordt veelal per land een eigen kleine aanpassing genmaakt. Deze betreft de uitgang van het woord, de INN van simvastatinum is bijvoorbeeld in het Nederlands simvastatine en in het engels simvastatin. De stofnaam in ons land wordt vastgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP.1
Met voorschrijven op stofnaam wordt niet per se het voorschrijven van generiek produkten bedoeld. De wijze van voorschrijven staat namelijk los van de beschikbaarheid van identieke produkten die een merkprodukt kunnen vervangen. Voorschrijven op stofnaam getuigt van een bewustere manier van voorschrijven, die minder is beïnvloed door promotionele activiteiten.

 


Terug naar boven

Het aanbod van geneesmiddelen op de markt is de afgelopen jaren flink veranderd. Er zijn steeds meer produkten beschikbaar gekomen waarvan de werkzame stof, de toedieningsvorm en de doseringssterkte identiek zijn aan die van het oorspronkelijke merkprodukt. Deze produkten hebben een andere naam en soms een verschillende prijs. In tabel 2 staan de verschillende produkten vermeld die voldoen aan de generieke omschrijving ‘cimetidine tablet 800 mg’. Uit tabel kan men afleiden dat van enige vorm van concurrentie wat de officiële inkoopprijzen betreft tussen fabrikanten geen sprake is.


produktnaam® RVG-nummer prijs 30 stuks
Tagamet Tiltab1 11117 103,98 
Tagamet2 14573//11117 76,50
Tagamet2 13660//11117 66,00
Cimetidine Albic3 17993 79,50
Cimetidine Dumex3 17180=171132 79,50
Cimetidine MP3 16357=11117 79,50
Cimetidine NX3 17880 79,50
Cimetidine PCH3 16372=11117 79,50
Cimetidien Pharbita3 16354=11117 79,50
Cimetidine Tiltab3 16430=11117 79,50
Cimetidine tablet3 56762 79,50
Cimetidine tablet3 18875//57422 79,50 

1 = merkprodukt; 2 = parallel geïmporteerd produkt; 3 = generiek produkt
bron: KNMP-taxe maart 1996

Parallel geïmporteerde geneesmiddelen zijn middelen die, buiten het officiële importkanaal van de fabrikant om, worden ingevoerd vanuit landen die tot de Europese Unie (EU) behoren. De namen van de parallel geïmporteerde geneesmiddelen zijn over her algemeen identiek aan de in ons land gebruikelijke merknamen. Enkele bekende uitzonderingen hierop zijn Azantac® in plaats van Zantac® en Pepdine® in plaats van Pepcidin®. Alle produkten hebben een samengesteld registratienummer, het zogenaamde RVG (Register Verpakte Geneesmiddelen)-nummer. In de tabel staat links van het //-teken het eigen nummer en rechts daarvan het nummer van het middel waaraan het identiek is.
Na het verlopen van het octrooi op een merkprodukt kan een middel ook door andere fabrikanten op de markt worden gebracht. Omdat deze produkten veelal verkrijgbaar zijn onder een naam die is afgeleid van de stofnaam, worden ze ook wel aangeduid als generieke produkten. ’Branded generics’ zijn produkten waarbij de produktnaam bestaat uit de stofnaam met daaraan toegevoegd een aanduiding van de producent, zoals MP voor Multipharma, en PCH voor Pharmachemie. Diverse generieke produkten en ‘branded generics’ hebben zelfs dezelfde fabrikant als het oorspronkelijke merkprodukt (zie tab.2, bv. 11117). Niet alleen de samenstelling is dan identiek, maar beide zijn ook op gelijke wijze bereid en hebben dezelfde controleprocessen ondergaan. In de tabel is dit te herkennen aan het =-teken tussen de RVG-nummers.
Doelmatig afleveren wil zeggen dat bij de keuze van het af te leveren produkt ook de kosten een rol spelen. Indien de kwaliteit van twee geneesmiddelen gelijk is, dient de keuze te vallen op het produkt met de laagste prijs. Hiermee wordt de prijs bedoeld zoals die aan de patiënt in rekening wordt gebracht of wordt vergoed in het kader van de ziektekostenverzekering. Het spreekt voor zich dat niet de hoogte van de kortingen en bonussen aan de afleveraar bepalend hoort te zijn voor de keuze van het af te leveren produkt.
Doelmatig afleveren betekent ook dat men rekening houdt met een doelmatig gebruik van het geneesmiddel. Dit betekent dat het geneesmiddel voorzien dient te zijn van een begrijpelijke en duidelijk leesbare bijsluiter.2 Indien nodig kan de apotheker mondelinge instructies geven.

 


Terug naar boven

De huisartsen verenigd in de LHV hebben zich voorgenomen zoveel mogelijk op stofnaam te gaan voorschrijven.3 Van de meest voorgeschreven geneesmiddelen, namelijk paracetamol, oxazepam, diclofenac, iboprofen, furosemide, diazepam, en doxycycline, wordt in meer dan driekwart van de gevallen reeds een generiek produkt afgeleverd.4 Dit gebeurt omdat deze middelen op stofnaam zijn voorgeschreven of omdat er afspraken zijn gemaakt over de wijze van substitueren. Daaronder verstaat men de vervanging door de afleveraar van het voorgeschreven merkprodukt door een goedkoper alternatief.
De overheid is vanuit het oogpunt van kostenbesparing een duidelijk voorstander van het voorschrijven op stofnaam en het doelmatig afleveren. Zij steunt initiatieven van apothekers, artsen en verzekeraars om daarover afspraken te maken.5 Voorschrijven op stofnaam heeft daarnaast ook te maken met rationeel voorschrijven.
Bij geneesmiddelen die zonder problemen kunnen worden gesubstitueerd, adviseert de Centrale Medische Pharmaceutische Commissie (CMPC) van de Ziekenfondsraad al sinds 1988 in het Farmacotherapeutisch Kompas om bij het voorschrijven gebruik te maken van de stofnaam, opdat de leveraar het goedkoopste produkt kan verstrekken.6 Toch blijken tegen het niet-gebruiken van de merknaam op het recept bepaalde weerstanden te bestaan. Uiteenlopende factoren weerhouden sommige artsen van het voorschrijven op stofnaam. Zij zetten bijvoorbeeld vraagtekens bij de therapeutische gelijkwaardigheid van produkten met een identieke samenstelling. Anderen ervaren het als een aantasting van de ‘prescriptievrijheid’. Daarnaast bestaan er een aantal praktische bedenkingen en emotionele bezwaren. Sommige voorschrijvers voelen zich moreel verplicht, gezien bijvoorbeeld hun relatie met een fabrikant in het kader van een onderzoek, om op het recept de merknaam te gebruiken. Voor een aantal artsen geldt bovendien dat ze financieel beloond wil worden voor het voorschrijven op stofnaam, daar waar de apotheker dit wordt voor het doelmatig afleveren. Deze krijgt in het huidige vergoedingssysteem een financiële stimulans voor doelmatig afleveren.
Eén van de belangrijkste weerstanden tegen voorschrijven op stofnaam, namelijk het idee dat de identieke produkten tòch van elkaar verschillen, wordt hieronder nader besproken. Tevens wordt aandacht besteed aan problemen bij specifieke toedieningsvormen en combinatiepreperaten.

 


Terug naar boven

De kwaliteit van een geneesmiddel wordt, voordat het op de markt mag komen, vastgesteld door het College ter beoordeling van geneesmiddelen. Voor elk nieuw geneesmiddel geldt dat een dossier moet worden ingediend om het te toetsen aan de wettelijke criteria. Naast de beoordeling van de balans werkzaamheid/schadelijkheid kijkt het College ook naar de kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling, dus of het geneesmiddel de juiste werkzame stof in de opgegeven hoeveelheid bevat. Voor nieuwe produkten met dezelfde samenstelling als reeds geregistreerde, geldt ook de eis van gelijkwaardigheid. Generieke produkten zijn dus niet minderwaardig aan de oorspronkelijke merkprodukten. In dit verband is het interessant te weten dat diverse fabrieken van generieke produkten eigendom zijn van farmaceutische multinationals. Parallel geïmporteerde produkten zijn evenmin minderwaardig aan de oorspronkelijke merkprodukten. Daar deze afkomstig zijn uit een ander land van de EU, kunnen het uiterlijk en de naam enigszins verschillen van het ‘gewone’ merkprodukt. Bij aflevering van het middel aan de patiënt gelden echter dezelfde wettelijke eisen voor de etikettering en de bijsluitertekst. Er dient altijd een Nederlandstalige bijsluitertekst beschikbaar te zijn. Men kan concluderen dat er dus geen verschil in kwaliteit bestaat.

 


Terug naar boven

Van twee geneesmiddelen van een verschillende produkten, naar met dezelfde werkzame stof, toedieningsvorm en doseringssterkte, mag dezelfde werkzaamheid worden verwacht. Toch zouden de aard en de hoeveelheid van de gebruikte hulpstoffen en verschillen in wijze van bereiding de absorptie en de distributie van het geneesmiddel zodanig kunnen beïnvloeden dat er verschillen ontstaan in het verloop van de plasmaconcentratie. Dit kan zich uiten in verschillen in werking en bijwerkingen.
Om te garanderen dat bij elke toepassing steeds een constante hoeveelheid van de werkzame stof beschikbaar komt uit de toedieningsvorm, geldt bij elk nieuw produkt met dezelfde samenstelling als het geregistreerde, de eis van bio-equivalentie ofwel gelijke biologische beschikbaarheid. Gegevens hierover moet de fabrikant bij de registratie overleggen aan het College ter beoordeling van geneesmiddelen. De eisen waaraan een geneesmiddel moet voldoen, zijn vastgelegd in een aanbeveling voor het onderzoek van biologische beschikbaarheid en bio-equivalentie.7
Van bio-equivalentie is sprake als de snelheid en de mate va absorptie van twee geneesmiddelen zodanig overeenkomen, dat hun werkingspatronen gelijkwaardig zijn. De toediening van deze produkten aan proefpersonen, of eventueel geschikte proefdieren, laat dus een vergelijkbaar verloop van de plasmaconcentratie zien, dat ligt tussen vooraf gestelde grenzen. Bij de overstap van het ene produkt op het andere, bestaat hiermee de zekerheid dat de patiënt de verwachte dosis krijgt en dat onder- of overdoseringen wordt vermeden. Indien men een patiënt op een ander middel wil overzetten, kan men zonder problemen overgaan van de ene orale toedieningsvorm op de andere, behoudens de hieronder te bespreken uitzonderingen. De afleveraar dient er evenwel op toe te zien dat de patiënt niet steeds een ander produkt krijgt aangeboden. De eis van bio-equivalentie geldt voor de orale toedieningsvormen, zoals capsules, tabletten, dragees en suspensies, maar niet als die een gereguleerde afgifte hebben of maagsapresistent zijn.
Er zijn enkele uitzonderingen waarbij aan een overstap van het ene op het andere middel therapeutische bezwaren verbonden kunnen zijn. Voorzichtigheid is altijd is altijd geboden bij stoffen met een geringe therapeutische breedte, waarbij een gering verschil bestaat tussen de werkzame en de toxische dosis. Voor produkten waarbij dit mogelijk een rol speelt, vermeldt de CMPC dit in het Farmacotherapeutisch Kompas. Dit geldt voor carbamazepine, fenytoïne, digoxine, kinidine, methoxsaleen, spironolacton en triamtereen.8
Mogelijke verschillen in biologische beschikbaarheid spelen ook een rol als patiënten eenmaal zijn ingesteld op een geneesmiddel en overschakelen op een ander. Dit speelt dus vooral bij een chronische behandeling. Enige voorzichtigheid is dan gewenst bij enkele produkten waarbij twijfel bestaat over de bio-equivalentie en waarbij gezien de geringe therapeutische breedte problemen zijn te verwachten. Dit vormt echter geen beletsel deze middelen toch op stofnaam voor te schrijven, omdat men van de apotheker mag verwachten dat deze weet bij welke geneesmiddelen deze problemen zouden kunnen optreden. De apotheker zal dan, vanuit het oogpunt van doelmatigheid, het produkt moeten afleveren waarop de patiënt is ingesteld. Dit kan ook een generiek produkt zijn waarbij in het RVG-nummer wordt verwezen naar het merkprodukt waarop de patiënt is ingesteld.

 


Terug naar boven

Bij de bereiding van twee geneesmiddelen met dezelfde werkzame stof kunnen verschillende farmaceutische hulpstoffen worden gebruikt. De eisen ten aanzien van de bio-equivalentie voor orale toedieningsvormen sluiten uit dat dit zal leiden tot een verschil in biologische beschikbaarheid en werking. Sommige hulpstoffen kunnen echter zonder dat ze het verloop van de plasmaconcentratie van de werkzame stof beïnvloeden een verschil in bijwerkingen veroorzaken, zoals sommige kleurstoffen en zoetstoffen in (bruis)tabletten. Ook kan er een verschil bestaan in gebruikte hulpstoffen, waardoor allergische reacties kunnen optreden, bijvoorbeeld wolvet in huidmiddelen en conserveermiddelen in oogdruppels. Indien deze stoffen zijn verwerkt, wordt daarvan in de produktomschrijving melding gemaakt en moet de afleveraar hiermee rekening houden bij de keuze van het af te leveren produkt.

 


Terug naar boven

Tussen identieke produkten kunnen uiterlijke verschillen bestaan. Vormen kleur van bijvoorbeeld tabletten, capsules en dragees, kunnen anders zijn. Dit geldt eveneens voor de opdruk, zoals de ‘oogjes’ op de tablet van het slaapmiddel Mogadon®. Ook kan de ene drank lekkerder smaken dan de andere. Deze uiterlijke kenmerken kunnen voor een individuele patiënt belangrijk zijn (placebo-effect) en invloed hebben op de therapietrouw. De aflevering van de werking en de bijwerkingen kan er anders door zijn. Bij het afleveren is een goede voorlichting over deze aspecten essentieel.

 


Terug naar boven

Van een aantal geneesmiddelen zijn verschillende toedieningsvormen beschikbaar. Voorsommige fabrikanten is dat aanleiding om dat met een bepaalde toevoeging aan de merknaam duidelijk te maken. Dit hoeft de arts niet te verhinderen om deze merkprodukten toch op stofnaam voor te schrijven. Alle toedieningsvormen kunnen steeds op uniforme wijze worden omschreven. De Werkgroep Classificatie en Coderingen van de Nationale Raad voor de Volksgezondheid heeft adviezen omtrent naamgeving en voorkeurstermen uitgebracht.9 Een nadeel is dat deze namen langer zijn, maar ze kunnen ook worden afgekort. In de KNMP-Geneesmiddelendatabank, het Farmacotherapeutisch Kompas en de registratieteksten wordt van deze voorkeurstermen gebruik gemaakt. Een aantal veel voorkomende merkgebonden aanduidingen voor de toedieningsvorm is opgenomen in tabel 3.
Wanneer voor de toediening van het geneesmiddel een specifiek hulpmiddel is vereist, dan is het niet goed mogelijk om van het ene produkt naar het andere over te stappen, zonder ook het hulpmiddel te wijzigen. Een goed voorbeeld hiervan vormen de middelen die per inhalatie moeten worden toegediend. Bijna ieder inhalatiepoeder/dosis-äerosol vereist bijpassende Cyclohaler, Diskhaler, Rotahaler, Ihalator, Spinhaler, Turbuhaler, Spacer, Volumatic, Nebuhaler, of Babyhaler (Gebu 1992;26: 44-47) . Van de apotheker mag worden verwacht het produkt af te leveren, waarvoor de patiënt al het juiste hulpmiddel tot diens beschikking heeft of dit bij aflevering te verstrekken.

3.  Voorbeelden merkgebonden aanduiding toedieningsvorm
     
toevoeging
merknaam®
voorbeelden generieke omschrijving
Autohaler Aerobec Autohaler beclometason dosis-aërosol
  Aerolin Autohaler salbutamol dosis-aërosol
Chrono Depakine Chrono valproïnezuur tablet mga*
CR Sinemet CR levodopa/carbidopa tablet mga
  Tildiem CR diltiazem tablet mga
Cyclocaps Beclometason Cyclocaps beclometason inh.pdr**in patroon
  Salbutamol Cyclocaps salbutamol inh. pdr in patroon
Divitab Anafranil Divitab clomipramine tablet (deelbaar) mga
  Tegretol CR Divitab carbamazepine tablet (deelbaar) mga
Durette Promocard Durette isosorbide-5-mononitraat tablet mga
Enteric Depakine Enteric valproïnezuur tablet msr***
HBS Madopar HBS levodopa/benserazide capsule mga
Inhalator Becotide Inhalator beclometason dosis-aërosol
  Ventolin Inhalator salbutamol dosis-aërosol
Inhalette Berotec Inhalette fenoterol inh.pdr in capsule
Nebules Ventolin Nebules salbutamol inhalatievloeistof
Oros Adalat Oros nifedipine tablet mga
  Lopresor Oros metoprolol tablet mga
Respules Bricanyl Respules terbutaline inhalatievloeistof
Pulmicort Respules budesonide inhalatievloeistof  
Rotacaps Becotide Rotacaps beclometason inh.pdr in patroon
  Ventolin Rotacaps salbutamol inh.pdr in patroon
Rotadisk Becotide Rotadisk beclometason inh pdr.
  Ventolin Rotadisk salbutamol inh.pdr
SR Isoptin SR verapamil tablet mga
  Tildiem SR diltiazem tablet mga
SRO Lomir SRO isradipine capsule mga
XR Tildiem XR diltiazem capsule mga
ZOC Selokeen ZOC metoprolol tablet mga
     

* mga=met gereguleerde afgifte
** inh.pdr=inhalatiepoeder
*** msr=maagsapresistent 

 


Terug naar boven

Een aantal produkten bevat twee of meer werkzame stoffen. Deze combinatiepreperaten vindt men voornamelijk onder de orale anticonceptiva, middelen bij oestrogeendeficiëntie, huidmiddelen, ophthalmologica, hoestmiddelen, middelen bij ooraandoeningen,en antihypertensiva. De meest voorgeschreven combinaties zijn de orale anticonceptiva en de vaste combinatie van een ß-blokker met een diureticum bij hypertensie. In vergelijking met andere landen zijn er in Nederland niet zoveel combinatieprepraten op de markt. Het College ter beoordeling van geneesmiddelen voerteen terughoudend beleid bij de goedkeuring ervan. Ook artsen zijn over het algemeen niet geneigd ze voor te schrijven. Farmacotherapeutisch kleeft er dan ook een aantal bezwaren aan het gebruik ervan. Meer dan één derde van de in het Farmacotherapeutisch Kompas opgenomen combinatieprepraten heeft een negatief CMPC-advies meegekregen.8
Ook combinatiepreperaten kunnen op stofnaam worden voorgeschreven. Alle werkzame stoffen dient men dan met de juiste sterkte op het recept te vermelden. Dit vereist weliswaar iets meer tijd, maar heeft kwalitatieve voordelen. Uit de merknaam is veelal niet af te leiden of er sprake is van een combinatiepreperaat. Toch is het voor de voorschrijver van belang zich te blijven realiseren welke stoffen men aan de patiënt voorschrijft. Het vermelden van de juiste samenstelling op het recept kan voorkómen dat één van de afzonderlijke bestanddelen van de combinatie of een middel uit dezelfde farmacotherapeutische groep daarnaast apart wordt voorgeschreven. Een bijkomend voordeel is dat de voorschrijver zich nog eens nadrukkelijk kan afvragen of een enkelvoudig preperaat niet volstaat. Een goed voorbeeld hiervan vormen de nog steeds veel gebruikte huidmiddelen met een vaste combinatie van een corticosteroïde en een antimicrobieel middel. Voor een dergelijke vaste combinatie gis geen plaats, omdat een enkelvoudig preperaat, meestal corticosteroïde, voldoet. Indien men doelbewust kiest voor het gelijktijdig gebruik van meer geneesmiddelen, kan de vaste combinatie vanuit het oogpunt van gebruikersgemak echter een voordeel zijn.
Bij een klein aantal combinatiepreperaten kan voorschrijven op stofnaam problemen opleveren. Het betreft middelen bestemd voor een vaste periode, gedurende welke de samenstelling varieert. Dit is het geval bij tweefasen en driefasen orale anticonceptiva en combinaties van een oestrogeen met een progestageen bij oestrogeendeficiëntie.

 


Terug naar boven

Als basis voor voorschrijven op stofnaam kan een synoniemenlijst dienen. In alfabetische volgorde zijn daarin de merknamen en stofnamen opgenomen, zodat duidelijk is welke merknaam hoort bij welke stofnaam en omgekeerd. Dergelijke synoniemenlijsten zijn opgenomen in het Farnacotherapeutisch Kompas, maar worden ook apart uitgegeven (Gebu 1994; 28: 77). Voor de dagelijkse praktijk is soms een spiekbriefje van de eigen veel voorgeschreven geneesmiddelen handig.10 Geautomatiseerde huisartsenpraktijken zouden een synoniemenlijst kunnen invoeren in hun computer om zodoende de omzetting tot stand te brengen . Helaas zijn hiertoe nog geen praktische mogelijkheden. Tabel 4 geeft een overzicht van de generieke omschrijving van een dertigtal merkprodukten die het meest worden voorgeschreven of de hoogste omzet hebben.

4. Voorbeeld generieke omschrijvingen
       
beschikbare (merk)produkten® generiek omschrijving parallel generiek
Dumoxin Disper doxycycline disp. tabl. 100 mg nee ja
Euhypnos Mitis temazepam caps. 10 mg ja ja
Euhypnos temazepam caps. 20 mg ja ja
Fusid tabl. 40 mg furosemide tabl. 40 mg ja ja
Hedex paracetamol tabl. 500 mg nee ja
Lasix tabl. 40 mg furosemide tabl. 40mg ja ja
Levanxol temazepam caps. 10 mg ja ja
Losec caps. 20 mg omeprazol caps. mga 20 mg ja nee
Marvelon etninylestradiol 30 µg /
desogestrel 150 µg/ tabl.
ja nee
Microgynon 30 ethinylestradiol µg/
levonorgestrel 150 µg/tabl.
ja nee
Mixtard 30/70 inj.vlst. insuline gewoon en isofaan 30/70 IE/ml ja nee
Mogadon nitrazepam tabl. 5 mg nee ja
Normison 10 mg temazepam caps. 10 mg ja ja
Normison 20 mg temazepam caps. 20 mg ja ja
Panadol paracetamol tabl. 5oo mg nee ja
Prozac caps. 20 mg fluoxetine caps. 20 mg ja nee
Pulmicort 400
Turbuhaler
budesonide inh. pdr 400 µg/dosis ja nee
Seresta 10 mg oxazepam tabl. 10 mg nee ja
Serevent Rotadisk salmeterol inh. pdr 50 µg/dosis ja nee
Stediril 30 ethinylestradiol 30 µg/
levonorgestrel 150 µg/tabl.
ja nee
Unidox Solutab doxycycline disp. tabl. 100 mg nee ja

Ventolin Rotacap inh.pdr 400 µg 

salbutamol inh.pdr 400 µg ja ja
Vesix tabl 40 mg furosemide tabl. 40 µg ja ja
Vilbra-S doxycycline disp. tabl. 100 mg nee ja
Voltaren 50 mg
enteric coated
diclofenac natrium tabl. msr 50 mg ja ja
Zantac tabl. 150 mg rantidine tabl. 150 mg ja nee
Zantac tabl. 300 mg rantidine tabl. 300 mg ja nee
Zocor 10 mg simvastatine tabl. 10 mg ja nee
Zocor 20 mg simvastatine tabl. 20 mg ja nee
       

bron: GIP/Ziekenfondsraad 1994; KNMP-taxe maart 1996

 


Terug naar boven

Voorschrijven op stofnaam en doelmatig afleveren van geneesmiddelen dragen bij aan een efficiëntere gezondheidszorg. Met generiek voorschrijven wordt bedoeld dat op recept de stofnaam, de toedieningsvorm en de sterkte staan vermeld. De apotheker heeft vervolgens de mogelijkheid om het goedkoopste produkt dat voldoet aan die omschrijving af te leveren. Voorschrijven op stofnaam betekent niet per se het voorschrijven van generieke produkten in plaats van merkprodukten.

Elke arts zou in principe op stofnaam behoren voor te schrijven. Hierentegen bestaan geen medisch-farmaceutische bezwaren. Merkprodukten en generieke produkten ondergaan dezelfde kwaliteitstoets bij beoordeling voor toelating tot de markt. Daarnaast zijn sommige generieke produkten volstrekt identiek aan het merkprodukt.

De apotheker is verantwoordelijk voor het doelmatig afleveren en het oplossen van eventuele problemen bij de substitutie. Dit laatste geldt met name voor mogelijke verschillen in smaak en uiterlijke kenmerken van middelen, die bijdragen aan het placebo-effect en de therapietrouw, en voor mogelijke verschillen in biologische beschikbaarheid.

Alvorens iedere arts op stofnaam gaat voorschrijven zal er nog een aantal weerstanden moeten worden weggenomen. Het belangrijkste is dat de arts de zekerheid moet hebben dat de patiënt bij chronisch gebruik niet door de afleveraar van het ene op het andere middel wordt omgezet, indien daartegen farmacotherapeutische bezwaren mochten bestaan. Huisartsen dienen in FTO-groepen af te spreken dat zij op stofnaam zullen voorschrijven. Een goede samenwerking tussen arts en apotheker en voldoende voorlichting aan de patiënt vormen de basis voor deze professionele benadering van het voorschrijven en afleveren van geneesmiddelen.



  1. Geneesmiddel Informatie Centrum. Informatorium Medicamentorum 1996. Voorwoord. ‘s-Gravenhage: Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter Bevordering der Pharmacie, 1996. 
  2. Smet PAGM de. Leidraad geneesmiddelsubstitutie. 's-Gravenhage: Geneesmiddel Informatie Centrum. Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter Bevordering der Pharmacie, 1990. 
  3. Paritaire Werkgroep Huisartsenzorg. Poortwachter in praktijk. Utrecht: Landelijke Huisartsen Vereniging, 1995. 
  4. Geneesmiddelen Informatie Projekt. GIPeilingen, kengetallen farmaceutische hulp 93-94, nr 6. Amstelveen: Ziekenfondsraad, 1995. 
  5. Commissie Farmacotherapie. Generiek voorschrijven; adviezen voor farmacotherapie. Utrecht: Stichting Doelmatige Geneesmiddelenvoorziening (DGV), 1996 
  6. Luijn JCF van. Farmacotherapeutisch Kompas 1988, belangrijkste wijzigingen. Medisch Contact 1988; 43: 337-338. 
  7. College ter beoordeling van geneesmiddelen. Aanbeveling onderzoek van biologische beschikbaarheid en bio-equivalentie. Rijswijk, 1985. 
  8. Kuy A. van der , red. Farmacotherapeutisch Kompas 1996. Amstelveen: Ziekenfondsraad, 1996. 
  9. Werkgroep Classificatie en Coderingen. Standaardclassificatie van farmaceutische vormen naar toedieningsweg. Nationale Raad voor de Volksgezondheid. Zoetermeer, 1991. 
  10. Seegers F. Met generiek voorschrijven moet je gewoon beginnen. De huisarts in Nederland; 1995: 17-19.

Auteurs

  • drs J.C.F. van Luijn, drs A. Schuurmans