Nierfunctiestoornissen tijdens gebruik van ciprofloxacine (Ciproxin®)

Fluorchinolonen vormen een groep antimicrobiële geneesmiddelen met een bactericide werking. Het indicatiegebied omvat onder meer lucht- en urineweginfecties, maar de toepassing dient te worden beperkt tot situaties waarbij andere antimicrobiële geneesmiddelen onvoldoende effect hebben. De sectie geneesmiddelenbewaking van de Inspectie voor de Gezondheidszorg ontving sinds 1990 een aantal meldingen van acute nierinsufficiëntie in verband met voorafgaand gebruik van fluorchinolonen. Twee meldingen worden hier nader besproken.
Patiënte A, een 89-jarige vrouw, kreeg ciprofloxacine 2 dd 500 mg voorgeschreven wegens een luchtweginfectie. Enkele dagen na het starten van de behandeling ontwikkelde zich een vrijwel complete anurie, welke bleek te berusten op een acute nierinsufficiëntie. Het serumcreatininegehalte was gestegen van 69 naar 1085 µmol/l. Het ureumgehalte bedroeg 39,7 mmol/l. Na het staken van ciprofloxacine kwam de diurese geleidelijk weer op gang en herstelde de nierfunctie zich.
Patiënt B, een 49-jarige man, kreeg gedurende twee dagen norfloxacine 2 dd 400 mg en vervolgens gedurende zes dagen ciprofloxacine 2 dd 500 mg voorgeschreven wegens een prostatitis. In de dagen volgend op de start van deze behandeling ontwikkelde de patiënt klachten van algehele malaise, misselijkheid en braken. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis alwaar de diagnose acute nierinsufficiëntie werd gesteld. Het gebruik van ciprofloxacine werd gestaakt. Laboratoriumonderzoek toonde een serumcreatininegehalte van 1054 µmol/l en een ureumgehalte van 60 mmol/l. De creatinineklaring was nihil en besloten werd tot hemodialyse. Geleidelijk herstelde de nierfunctie zich en de patiënt werd na twee weken uit het ziekenhuis ontslagen.
Het optreden van acute nierinsufficiëntie is niet beperkt tot ciprofloxacine, maar is ook bij de Stichting Lareb gemeld voor andere fluorchinolonen, zoals norfloxacine.

Ondanks de geboden terughoudendheid met betrekking tot het voorschrijven van chinolonen voor genoemde indicaties in verband met de resistentieontwikkeling en het bijwerkingenpatroon, is de afgelopen jaren het gebruik van fluorchinolonen in Nederland duidelijk toegenomen. Derhalve mag worden verwacht dat zeldzame bijwerkingen, zoals acute nierinsufficiëntie, ook vaker zullen optreden. Zowel artsen als apothekers dienen rekening te houden met dergelijke zeldzame bijwerkingen. Vroegtijdige herkenning van fluorchinolongebruik als mogelijke causale factor bij nierfunctiestoornissen en acute nierinsufficiëntie kan belangrijk bijdragen aan het voorkomen van verdere morbiditeit en mogelijk ook mortaliteit. Fluorchinolonen zijn reservemiddelen en komen niet in aanmerking voor toepassing in de praktijk bij 'gewone' infecties. Voor het melden van dergelijke vermoede bijwerkingen kan men terecht bij de Stichting Lareb.