NHG-Standaard 'Enuresis nocturna'

In de eerste herziening van de NHG-Standaard 'Enuresis nocturna' worden de beoordeling en behandeling beschreven van enuresis nocturna vanaf de leeftijd van vijf jaar. Het natuurlijke beloop bij kinderen is in het algemeen gunstig, bij adolescenten en volwassenen is de kans op succes bij een interventie kleiner.

Achtergrond.
Enuresis is een blaasontlediging volgens het patroon van een normale mictie op een ongewenst moment en plaats. Men spreekt van enuresis nocturna als een kind van vijf jaar in de afgelopen drie maanden tenminste twee maal per week ’s nachts in bed heeft geplast of als iemand van zeven jaar of ouder ten minste één maal per maand in bed plast zonder lichamelijke ziekte en zonder andere symptomen. De belangrijkste oorzaak is een onvoldoende wekreactie op een volle blaas.2 Daarnaast spelen psychologische mechanismen, zoals interacties met gezinsleden, problemen op school of gezinsproblemen (scheiding of overlijden), een rol en draagt het bij aan een negatief zelfbeeld. Het komt vaker bij jongens voor en blijft bij hen ook langer bestaan. Op de leeftijd tussen 6-10 jaar wordt jaarlijks ongeveer 15% van de bedplassende kinderen droog zonder behandeling. Geadviseerd wordt geduld en terughoudendheid te betrachten, maar als langdurig wordt afgewacht bestaat het gevaar van verlies van zelfvertrouwen. Voorlichting en keuze voor een gedragstherapeutische methode die aansluit bij de belevingswereld, worden benadrukt. Kernpunten hierbij zijn positieve aandacht, consequent zijn, verantwoordelijkheid geven, wel laten drinken en het gebruik van luiers afraden. In de NHG-Standaard worden verschillende niet-medicamenteuze methoden beschreven, zoals kalendermethode, motivatiemethode, blaastraining, plaswekkermethode, wektraining en droogbedtraining.

Medicamenteuze therapie.
Niet-medicamenteuze behandeling van enuresis nocturna kost veel tijd en energie en daarom wordt in de huisartsenpraktijk vaak gevraagd om medicamenteuze behandeling. Benadrukt wordt echter dat medicatie het probleem in het algemeen niet snel zal oplossen. Als niet-medicamenteuze behandelingen hebben gefaald kan eventueel medicatie worden voorgeschreven. Alleen van desmopressine en van imipramine is een (waarschijnlijk vergelijkbaar) beperkt effect bij enuresis aangetoond: het aantal natte nachten neemt af, maar de kinderen worden niet geheel droog. De maximale behandelduur is drie maanden en na staken is er een grote kans op terugval. Als er voor medicamenteuze behandeling wordt gekozen, gaat de voorkeur uit naar desmopressine. Vergelijkend onderzoek met imipramine ontbreekt. Voorts wordt geen voorkeur uitgesproken voor orale, nasale of mucosale toediening van desmopressine, omdat goed vergelijkend onderzoek ontbreekt.3 4 Aangeraden wordt om bij adolescenten en volwassenen die langdurig desmopressine gebruiken, te proberen de medicatie te verminderen en uiteindelijk te stoppen en afhankelijk van het effect een gedragsmatige aanpak in te zetten.


Wijzigingen. Er zijn geen belangrijke wijzigingen. Het natuurlijke beloop van enuresis nocturna bij kinderen is gunstig. De aanpak van enuresis nocturna bij kinderen is gedragsmatig en medicatie speelt vrijwel geen rol.


In de NHG-Standaard 'Enuresis nocturna' wordt terecht aangegeven dat medicamenteuze behandeling een ondergeschikte rol speelt. Er zijn slechts beperkte effecten bij enuresis aangetoond: het aantal natte nachten neemt wel af, maar de kinderen worden niet geheel droog. Daarnaast is er na staken van de behandeling een grote kans op terugval. Als toch voor (kortdurende) medicamenteuze behandeling wordt gekozen, bijvoorbeeld tijdens logeerpartijtjes of vakanties, gaat vanwege het bijwerkingenprofiel, de voorkeur uit naar desmopressine. Geadviseerd wordt niet langer dan drie maanden voor te schrijven en het effect van de behandeling regelmatig te beoordelen. In de NHG-Standaard staat een uitgebreid overzicht van niet-medicamenteuze behandelingsmethoden.

  



  1. Boomsma LJ, et al. NHG-Standaard Enuresis nocturna. Huisarts Wet 2006; 49: 663-671. 
  2. Leerdam FJM van. Enuresis, a major problem or a simple development delay? [Dissertatie]. Amsterdam. Vrije Universiteit, 2005. 
  3. Glazener CM, et al. Desmopressin for nocturnal enuresis in children. Cochrane Database Systematic Reviews 2002; issue 3. Art.no.: CD002112. 
  4. Walle JG vande, et al. A new fast-melting oral formulation of desmopressin: a pharmacodynamic study in children with primary nocturnal enuresis. BJU Int 2006; 97: 603-609.  

Auteurs

  • mw drs M.M. Verduijn