Middelen die vanaf 1 april 1996 niet meer worden vergoed

Voortbouwend op de rapporten 'Kiezen en delen' van de commissie Dunning en 'Verdeling door verdunning' van de commissie Van Winzum, heeft de Ziekenfondsraad een toetsingsmodel voor het geneesmiddelenpakket ontwikkeld.1 Hierin zijn zes beslismomenten opgenomen om te beoordelen of een geneesmiddel al dan niet voor vergoeding in aanmerking komt: 1. noodzakelijk te verzekeren zorg 2. werkzaamheid 3. effectiviteit 4. therapeutische waarde 5. doelmatigheid en 6. voor eigen rekening en kosten. Bij elk beslismoment wordt apart nagegaan of uitsluiting van vergoeding mogelijk leidt tot ongewenste substitutie. Inmiddels is door het ministerie van VWS in samenwerking met de Ziekenfondsraad en de Vereniging Zorgverzekeraars Nederland het totale geneesmiddelenpakkket getoetst op de eerste vier criteria. Daarvan was de werkzaamheid reeds vastgesteld door het College ter beoordeling van geneesmiddelen.
De toetsing resulteerde in de onderstaande geneesmiddelen of overeenkomstige apotheekbereidingen die vanaf 1 april 1996 niet meer in aanmerking komen voor vergoeding aan ziekenfonds- en particulier verzekerden. Behalve enkele utensili├źn voor gebruik in de spreekkamer, betreft het voor het overgrote deel obsolete middelen met een onvoldoende effectiviteit of een negatieve balans tussen effectiviteit en bijwerkingen. De meeste middelen staan reeds jaren, op grond van louter farmacotherapeutische gronden, met een negatief (rood gedrukt) advies met de bijbehorende alternatieven vermeld in het Farmacotherapeutisch Kompas. Het ligt in de bedoeling om over enige tijd tot een verdere verkleining van het pakket te komen door ook de criteria 'doelmatigheid' en 'voor eigen rekening en kosten' toe te passen.




1. Luijn JCF van, Loenhout JWA van, Riteco JA, Ripken T. Toetsing van het geneesmiddelenpakket. Het 'Beslismodel extramurale farmaceutische hulp' van de Ziekenfondsraad. Medisch Contact 1995; 50: 1433-1439.