Metoclopramide en bewegingsstoornissen

Ons Australische zusterblad Australian Adverse Drug Reactions Bulletin doet in haar oktobernummer melding van bewegingsstoornissen tijdens gebruik van metoclopramide (merkloos, Primperan®).1
De selectieve dopamine D2-receptorantagonist metoclopramide is een middel tegen misselijkheid en braken dat al ruim 40 jaar in de handel is in de vorm van tabletten, zetpillen, een drank en een injectievloeistof. Recent heeft de Amerikaanse registratieautoriteit Food and Drug Administration (FDA) van Amerikaanse fabrikanten van metoclopramidebevattende producten geëist de paragrafen over waarschuwingen in de productinformatie aan te scherpen met betrekking tot de risico’s van langdurig gebruik of gebruik in hoge doseringen.
Het gaat daarbij om de goed gedocumenteerde acute extrapiramidale dystone reacties en de minder goed bekende tardieve dyskinesie. Ofschoon acute dystone-dyskinetische reacties ‘self limiting’ zijn en zelden permanente schade veroorzaken, leiden ze tot angst en onrust en zijn ziekenhuisopnamen vaak noodzakelijk. Acute dystone reacties treden in het algemeen op binnen 72 uur na blootstelling aan metoclopramide en komen met name bij jongere mensen voor. Er zijn 111 meldingen van acute dystone reacties na gebruik van metoclopramide ontvangen. Deze reacties kwamen het meest voor bij personen in de leeftijd van enkele maanden tot jonge volwassenen. Minder dan 10% van de meldingen betrof personen ouder dan 40 jaar.
Tardieve dyskinesie is een potentieel ernstiger maar veel minder goed bekende bijwerking van metoclopramide en wordt gekenmerkt door repeterende onwillekeurige bewegingen van het gezicht, de tong of de extremiteiten. De symptomen zijn zelden reversibel, zelfs niet na staken van het gebruik en er is geen curatieve behandeling. Het risico op het ontwikkelen van tardieve dyskinesie bij gebruik van metoclopramide neemt toe bij hogere leeftijd, vrouwelijk geslacht en de duur van de behandeling of het aantal doseringen. Er zijn 11 meldingen van tardieve dyskinesie ontvangen in relatie tot metoclopramidebevattende geneesmiddelen, waarvan er negen optraden bij vrouwen van 68 jaar en ouder. Daar waar gegevens bekend waren over de duur van het gebruik voor het optreden van de bijwerkingen, was dit veelal meer dan een jaar.
Voorschrijvers moeten worden herinnerd aan het risico van het ontwikkelen van tardieve dyskinesie bij patiënten die langdurig worden behandeld met metoclopramide, vooral bij ouderen. Patiënten die metoclopramide gebruiken dienen regelmatig te worden geëvalueerd om te bepalen of voortzetting van de behandeling noodzakelijk is. Tardieve dyskinesie is vooral geassocieerd met het gebruik van antipsychotica, maar het is duidelijk dat het ook door metoclopramide kan worden veroorzaakt.



1. Anoniem. The long and the short of movement disorders with metoclopramide. Aust Adv Drug Reactions Bull 2009; 28: 18.

Auteurs

  • dr D. Bijl