Medicamenteuze behandeling en profylaxe van influenza bij kinderen: meta-analyse

Achtergrond. Tijdens een influenza-epidemie wordt ongeveer 30-40% van de kinderen getroffen door de aandoening. Daarbij treden frequent complicaties op, zoals otitis media acuta, sinusitis en bronchitis.1 Otitis media acuta komt bij 20-50% van de kinderen jonger dan zes jaar met influenza voor.1 Kinderen overlijden echter zelden aan de gevolgen van griep. Momenteel worden voor de behandeling en de preventie van influenza en de Mexicaanse H1N1-variant de neuraminidaseremmers oseltamivir en zanamivir gebruikt.

Methode. De werkzaamheid ten aanzien van behandeling en preventie van griep bij kinderen met neuraminidaseremmers werd recent via een systematisch literatuuroverzicht en een meta-analyse onderzocht.2 Gerandomiseerde onderzoeken bij niet in het ziekenhuis opgenomen kinderen <12 jaar werden ingesloten. De primaire uitkomstmaten waren de tijd tot het verdwijnen van de symptomen en het percentage besmette kinderen. Er werden analysen gedaan bij de groep kinderen met bewezen influenza en die met een klinische verdenking daarop. Indien mogelijk werden de resultaten statistisch samengevat (gepoold).

Resultaten. Er waren vier onderzoeken naar de behandeling van influenza met in totaal 1.766 kinderen (voor elk middel twee onderzoeken), waarvan 1.243 met bewezen influenza. De leeftijden van de kinderen liepen in drie onderzoeken uiteen van 5-12 jaar en in één onderzoek van 1-12 jaar. De resultaten toonden bij kinderen met bewezen influenza dat de mediane tijd tot het verdwijnen van de symptomen dan wel het hervatten van de normale activiteiten in de controlegroepen van de twee onderzoeken met zanamivir 5,25 en 5,5 dagen bedroeg en voor oseltamivir 4,2 en 4,8 dagen. Behandeling met zanamivir en oseltamivir bekortte deze tijd met respectievelijk 1,25 en 0,5 dagen en 1,6 en 1,0 dagen. Gemiddeld bedroeg de tijd 0,5-1,5 dag bij het gebruik van neuraminidaseremmers. Dit betrof een schatting aangezien de onderzoeken statistisch niet konden worden samengevat. De grootste effecten werden gezien bij kinderen met bewezen influenza.
Er waren drie placebogecontroleerde onderzoeken naar de werkzaamheid van postexpositieprofylaxe met in totaal 863 kinderen (een met oseltamivir, twee met zanamivir). Het betreft de preventie van een in het laboratorium bevestigde én symptomatische influenza na blootstelling van een huishouden aan een patiënt met een klinisch vastgestelde influenza. De resultaten toonden dat een postexpositieprofylaxekuur van 10 dagen met oseltamivir of zanamivir in vergelijking met placebo een significante vermindering van 8% (95%BI=5-12) gaf van de incidentie van influenza. Dit komt overeen met een ‘Number Needed to Treat’ (NNT) van 13 (9-30) om één extra geval van symptomatische influenza in hert huishouden te voorkomen. In een onderzoek bij kinderen met astma had oseltamivir geen effect op het aantal exacerbaties. Voorts had behandeling met neuraminidaseremmers geen effect op het antibioticagebruik.
Zanamivir werd goed verdragen, maar het gebruik van oseltamivir ging gepaard met een verhoogd risico op braken (Number Needed to Harm: NNH = 20). Er overleden geen kinderen.

Conclusie onderzoekers. Neuraminidaseremmers hebben slechts een bescheiden voordeel doordat ze de duur van de seizoensgebonden influenza bij kinderen verkorten en de verspreiding binnenshuis verminderen. Ze hebben een gering effect op astma-exacerbaties of het gebruik van antibiotica. Het effect op ernstige complicaties en op de huidige H1N1-variant is onbekend.

Plaatsbepaling

De resultaten van deze meta-analyse bevestigen het feit dat behandeling van influenza met neuraminidaseremmers ook bij kinderen slechts een beperkt effect heeft, namelijk een vermindering van de duur van de symptomen met 12-36 uur (Gebu 2005; 39: 133-135). Het effect van de postexpositieprofylaxe is eveneens slechts zeer beperkt. Ofschoon de auteurs concluderen dat de middelen een gering effect op astma-exacerbaties en het gebruik van antibiotica hebben, wordt deze conclusie niet door de resultaten ondersteund.
Voorwaarde voor het bereiken van een effect is dat de middelen op tijd worden ingenomen, namelijk oseltamivir binnen 48 uur na het optreden van de symptomen en zanamivir binnen 36 uur. In de praktijk zal het vaak lastig blijken om binnen die termijn te bepalen of er sprake is van influenza dan wel een bovenste luchtweginfectie. In het geval van een influenzapandemie neemt de kans dat symptomen berusten op influenza toe en kan de werkzaamheid van de middelen groter zijn. Daar staat tegenover dat influenza over het algemeen een niet-ernstige aandoening is, waarvan de symptomen ook kunnen worden verlicht met paracetamol en neusdruppels. Er zijn geen bewijzen dat het zinvol is om gezonde kinderen te behandelen voor een potentieel belangrijke indicatie, het verminderen van complicaties. Bij de keuze om al of niet te behandelen, moet ook worden meegewogen dat behandeling een risico van resistentie met zich meebrengt.
Ten slotte dient men zich te realiseren dat het gebruik van met name oseltamivir gepaard kan gaan met zeldzame ernstige bijwerkingen, zoals fatale neuropsychiatrische bijwerkingen, delier, hallucinaties, suïcide, allergische reacties en braken (Gebu 2008; 42: 87).


1. Neuzil KM, et al. Burden of interpandemic influenza in children younger than 5 years: a 25-year prospective study. J Infect Dis 2002; 185: 147-152.
2. Shun-Shin M, et al. Neuraminidase inhibitors for treatment and prophylaxis of influenza in children: systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials. BMJ 2009; 339: b3172.

Auteurs

  • dr D. Bijl