Lamivudine (Zeffix®): nieuwe indicatie

Van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) kregen we deze maand de volgende informatie over actuele ontwikkelingen op het gebied van de Nederlandse en Europese registraties.

Nieuwe indicatie

Lamivudine (Zeffix®) is een synthetisch nucleoside-analoog met antivirale werking tegen het humane immunodeficiëntie virus (HIV) en hepatitis B-virus (HBV). De werking tegen HIV-infecties resulteerde in 1996 in de registratie van Epivir®. Nu is het geneesmiddel, met de lagere dosering van 100 mg, in Europees verband geregistreerd voor 'de behandeling van volwassen patiënten met chronische hepatitis B en tekenen van virale replicatie met gedecompenseerde leveraandoening of met histologisch gedocumenteerde actieve ontsteking van de lever en/of fibrose'.1

Uit enkele grote placebogecontroleerde onderzoeken gedurende één jaar bij volwassen HBeAg-positieve patiënten met een gecompenseerde chronische hepatitis B en tekenen van HBV-replicatie, bleek de HBV-DNA-replicatie te worden onderdrukt bij 34-57% van de patiënten en werd een HBeAg-seroconversie geïnduceerd bij 11% van hen.2 Verder normaliseerden de serumtransaminasen (ALAT) bij 40-72% van de patiënten, verbeterde de histologie bij 38-52% en verminderde de progressie van fibrose bij 2-17% van de patiënten. Er zijn geen gegevens bekend over de voordelen op lange termijn op harde eindpunten, zoals de preventie van cirrose, gedecompenseerde leverziekte, hepatocellulair carcinoom of de overleving. Bij 23% van de patiënten ontwikkelden zich virale mutaties (YMDD-variant) na behandeling gedurende één jaar. Hoewel deze variant in vivo minder in staat blijkt tot replicatie, zijn de gevolgen voor patiënten met deze variant nog onbekend. Summiere gegevens bij patiënten met gedecompenseerde leveraandoening, waarbij lamivudine werd toegediend voor, tijdens en na levertransplantatie, laten dezelfde gunstige effecten zien ten aanzien van de reductie van HBV-DNA-replicatie en normalisatie van serumtransaminasen.
De optimale behandelingduur is nog niet bekend. Indien er seroconversie optreedt kan de behandeling worden gestopt en lijkt de kans op een recidief niet groot. Lamivudine is niet geregistreerd voor toediening in combinatie met interferon. Gelijktijdige behandeling met deze middelen gedurende vier maanden had geen significant voordeel.
De meest frequent waargenomen bijwerkingen waren malaise, vermoeidheid, hoofdpijn, buikpijn en luchtweginfecties. Deze kwamen echter niet vaker voor dan bij behandeling met placebo.

<hr />

 


1. CPMP. EPAR Zeffix. Londen, 1999. http://www.eudra.org/emea/humandocs/humans.
2. Dienstag JL et al. N Engl J Med 1999; 341: 1256-1263.