In het kort Artikel

Is hydroxycarbamide effectief bij sikkelcelziekte?


De auteurs zijn dank verschuldigd voor de waardevolle ondersteuning van Professor dr B.J. Biemond bij het samenstellen van dit artikel.

Het oncolyticum hydroxycarbamide wordt toegepast bij de behandeling van sikkelcelziekte. Onderzoek toont aan dat hydroxycarbamide de frequentie van de bij deze ziekte horende pijnaanvallen bij ernstige vormen van de ziekte verlaagt met gemiddeld 45%. Ook heeft hydroxycarbamide een gunstig effect op het voorkomen van acute chest syndrome, en vermindert het de noodzaak van bloedtransfusies. Alleen in cohortstudies is aangetoond dat het gebruik van hydroxycarbamide ook is geassocieerd met een verbeterde overleving. Deze resultaten gelden alleen voor patiënten met gebruikelijke vormen van sikkelcelziekte. Voor bepaalde subvormen van sikkelcelziekte, zoals HbSC is effectiviteit niet aangetoond. Er zijn nog geen onderzoeken die aantonen of hydroxycarbamide op lange termijn wel of geen schadelijke bijwerkingen heeft die het gebruik ervan beperken. Regelmatige controle van het bloedbeeld is noodzakelijk om de juiste dosering van hydroxycarbamide vast te stellen.


  • Op basis van resultaten uit onderzoek bestaat er een goede indicatie hydroxycarbamide voor te schrijven aan patiënten met ernstige sikkelcelziekte.
  • Er is een associatie gevonden met verlenging van de levensduur van patiënten met ernstige sikkelcelziekte en het gebruik van hydroxycarbamide, maar onomstotelijk bewijs ontbreekt vooralsnog.
  • Er is nog onvoldoende bekend over teratogeniteit en over de mogelijke bijwerkingen op de lange termijn.
  • Bij het voorschrijven van dit middel moet, samen met de patiënt of de ouders van het patiëntje,  een zorgvuldige afweging worden gemaakt tussen de potentiële voor- en nadelen van het gebruik van hydroxycarbamide.

Hydroxycarbamide (Siklos®) heeft een gunstig effect op een aantal klinische manifestaties van sikkelcelziekte. In 2017 is een Cochrane-review gepubliceerd over de effectiviteit waarin de uitkomsten in gerandomiseerde placebogecontroleerde studies zijn samengevat.1 Daarnaast zijn er tal van observationele cohortstudies die naast het effect op pijnlijke crises ook gekeken hebben naar de potentiële effecten van hydroxycarbamide op orgaanschade en mortaliteit.

Wat is sikkelcelziekte?

Sikkelcelziekte wordt gekenmerkt door vorming van abnormale, sikkelcelvormige erytrocyten. Doordat deze cellen in vergelijking met normale erytrocyten minder flexibel zijn en makkelijk hemolyseren in gedeoxygeneerde toestand, kunnen door een ingewikkelde cascade van verhoogde inflammatie, celadhesie, stollingsactivatie en endotheelschade, ernstige en pijnlijke vaso-occlusieve stoornissen optreden die in de internationale literatuur vaso-occlusieve crises worden genoemd.

Toepassing hydroxycarbamide

Hydroxycarbamide is een oncolyticum dat van oudsher gebruikt wordt bij de behandeling van acute of chronische myeloïde leukemie en myeloproliferatieve aandoeningen zoals essentiële trombocythemie, polycythemia vera en myelofibrose. Hydroxycarbamide kan ook worden ingezet bij de behandeling van sikkelcelziekte. In de Verenigde Staten (VS) wordt meestal de maximaal toelaatbare dosis voorgeschreven (doorgaans gebaseerd op het effect op de leukocyten) terwijl Europese centra vaak een vaste dosis gebruiken van 25 mg/kg. Bij de behandeling is regelmatige controle van het bloedbeeld noodzakelijk om de juiste dosering van hydroxycarbamide vast te stellen.

Bewijs van effectiviteit hydroxycarbamide

In gerandomiseerde placebogecontroleerde studies, samengevat in een Cochrane-review werd aangetoond dat hydroxycarbamide in vergelijking met placebo een verbetering geeft van de frequentie, intensiteit en duur van vaso-occlusieve crises, een vermindering van het aantal ziekenhuisopnames, complicaties geassocieerd met vaso-occlusieve crises zoals het 'acute chest syndrome’  en vermindering van de pijn met een lager opiaatgebruik.1 Er zijn geen gerandomiseerde studies die het effect van hydroxycarbamide op de sterfte bij patiënten met sikkelcelziekte hebben aangetoond.1 Observationele studies vinden echter wel een duidelijke associatie tussen langdurig hydroxycarbamide-gebruik en een betere overleving.2,3,4 

Toepassing in de praktijk

Voorschrijven bij patiënten met ernstige sikkelcelziekte

Op basis van resultaten uit onderzoek bestaat er een indicatie hydroxycarbamide voor te schrijven aan sikkelcelpatiënten met frequente vaso-occlusieve crises of een doorgemaakt acute chest syndrome. Bij sikkelcelpatiënten met een ernstige vorm van de ziekte kan worden overwogen om hydroxycarbamide voor te schrijven om complicaties en orgaanschade op de lange termijn en vroege sterfte te voorkomen. 

Houd rekening met de bijwerkingen

Bij het voorschrijven van dit middel moet een zorgvuldige afweging worden gemaakt tussen de potentiële voor- en nadelen van het gebruik van hydroxycarbamide. Ondanks het feit dat er geen verhoogde incidentie van aangeboren afwijkingen is vastgesteld bij langdurig gebruik van hydroxycarbamide is dit middel potentieel teratogeen en zijn de effecten van hydroxycarbamide op de fertiliteit van kinderen op de lange termijn nog niet duidelijk. Bij volwassen mannen is een remming van de spermatogenese vastgesteld. Onduidelijk is of hydroxycarbamide ook irreversibele azoöspermie kan veroorzaken. Het effect van hydroxycarbamide bij patiënten met een mildere vorm van sikkelcelziekte (zowel mildere genotypen als HbSC en HbSbeta(+) thalassemie) is niet aangetoond. Op dit terrein is nader wetenschappelijk onderzoek gewenst.


Aanmaakstoornis van het hemoglobinemolecuul

Een normaal functionerend hemoglobinemolecuul (HbA waarbij A staat voor adult) bestaat uit een haemgroep met twee paar eiwitketens (twee keer alfa- en bèta-globine - α2β2). De pasgeborene heeft voornamelijk foetaal hemoglobine (HbF) dat bestaat uit twee alfa- en twee gammaketens (α2ϒ2). Bij sikkelcelziekte is er sprake van een puntmutatie in het voor bèta-globine coderende gen. Een normaal gen codeert voor normaal functionerend hemoglobine A (HbA). De puntmutatie leidt tot de vorming van een afwijkend hemoglobine dat de neiging heeft te polymeriseren in gedeoxygeneerde toestand. Hierdoor ontstaan niet-flexibele, sikkelcelvormige erytrocyten.(Zie figuur 1).

 

Figuur 1. Afwijkend proces van gen naar ziekte

 

Verschillende genetische varianten

Het bij sikkelcelziekte gemuteerde gen codeert voor abnormaal functionerend hemoglobine S (HbS), waarbij beide bèta-ketens zijn veranderd (α2βs2). Het gen voor HbS is een autosomaal recessief gen. Als een persoon één goed functionerend gen heeft voor hemoglobine en één gen met sikkelcel-hemoglobine (HbS), zijn er geen klinische verschijnselen en is de persoon drager van sikkelcelziekte.6 Homozygote sikkelcelziekte waarbij de patiënt twee HbS-genen heeft geërfd (HbSS) wordt ook wel sikkelcelanemie genoemd en gaat dikwijls gepaard met een ernstige klinische presentatie (zie figuur 2). Sikkelcelziekte kan ook veroorzaakt worden wanneer een persoon één HbS-gen erft en één andere dysfunctionerende variant van het gen voor hemoglobine. Dit kan hemoglobine C (HbSC) zijn, of een bèta-thalassemie-gen (HbSβ+- of HbSβ0). Naast deze meest voorkomende varianten bestaan er ook zeldzamere vormen zoals HbSD, HbSE en HbSOArab.

 

Figuur 2. Overerving van (dragerschap) van sikkelcelziekte

 

Herkomst en prevalentie

De genmutatie die sikkelcelziekte veroorzaakt komt vooral voor bij mensen die van oorsprong afkomstig zijn uit Afrika, het Midden-Oosten of India. Met de migratie vanuit West en Centraal Afrika, Suriname, het Caraïbisch gebied en meer recent het Midden-Oosten is de prevalentie van sikkelcelziekte in Nederland sterk toegenomen.7,8,9 In Nederland leven naar schatting 1.500 mensen met sikkelcelziekte, waarvan de helft kinderen.10

Beloop van sikkelcelziekte afhankelijk van genotype

Sikkelcelziekte wordt gekenmerkt door episoden met hevige pijn op uiteenlopende plaatsen in het lichaam ten gevolge van occlusie van post-capillaire venulen door samenklontering van de abnormale erytrocyten. Dergelijke episodische vaso-occlusies worden ingeleid door een verhoogde adhesie van leukocyten aan de vaatwand uitgelokt door onder meer infectie, koude, hevige inspanning of stress. Frequente vaso-occlusieve crises zijn geassocieerd met een slechtere prognose en gaan op de lange duur gepaard met progressieve orgaanschade.11 Vaso-occlusieve crises gaan meestal gepaard met hevige botpijn. De ernst en frequentie van de symptomen tussen de verschillende genotypen en tussen individuen met een gelijk genotype, is sterk variabel.12 Sommige mensen hebben slechts milde symptomen terwijl andere patiënten met dezelfde mutatie frequent moeten worden opgenomen voor pijnstilling of complicaties. 

Pasgeborenen en zuigelingen hebben vanwege het relatief hoge gehalte aan HbF tot 6 maanden meestal geen klinische symptomen. Daarna is het HbF bij sikkelcelpatiënten vrijwel volledig vervangen door HbS.6,12 Interessant is dat de mate waarin het HbF persisteert sterk geassocieerd is met de ernst van de klinische presentatie, de mate van anemie en de prognose. Minder HbF betekent meestal ernstiger klachten.13 


In een recente Cochrane-review zijn gerandomiseerde onderzoeken samengevat waarin hydroxycarbamide werd vergeleken met placebo.1,14,15,16,17 Uit de resultaten van deze vier gerandomiseerde placebogecontroleerde onderzoeken bleek hydroxycarbamide het gemiddeld aantal pijncrises bij volwassenen en zuigelingen te reduceren. Het aantal sikkelcelziekte-gerelateerde complicaties (met name het acute chest syndrome) bleek in de hydroxycarbamide-groep ook lager dan de placebogroep. Er werd in deze 4 studies geen verschil gevonden in sterfte (door alle doodsoorzaken of direct door sikkelcelziekte) of in kwaliteit van leven.

Afname pijncrises

Volwassen sikkelcelpatiënten

Eén gerandomiseerd onderzoek vergeleek gedurende een observatieperiode van 2 jaar het effect van hydroxycarbamide met placebo op het optreden van pijncrises bij volwassen sikkelcelpatiënten.17 Het aantal pijncrises van patiënten die met hydroxycarbamide werden behandeld was 2,5 per jaar versus 4,5 per jaar bij de placebogroep. Dat gold ook voor het jaarlijkse aantal crises waarvoor ziekenhuisopname noodzakelijk was, 1,0 in de hydroxycarbamide groep versus 2,4 in de placebogroep. Deze verschillen waren statistisch significant (betrouwbaarheidsintervallen niet gegeven).

Zuigelingen met sikkelcelziekte

In de BABY-HUG-studie werd bij zuigelingen (9-18 mnd) met sikkelcelziekte het effect van hydroxycarbamide onderzocht op het ontstaan van sikkelcelziekte-gerelateerde orgaanschade (milt en nierfunctie) in vergelijking met placebo. Eén van de secundaire uitkomstmaten was het effect op pijnlijke episoden.14 In de hydroxycarbamide-groep kwamen pijnlijke crises statistisch significant minder vaak voor (37/96) dan in de controlegroep (55/97) (relatieve risico (RR) 0,68 [0,50 tot 0,92]). Pijn was echter geen primaire uitkomstmaat in de BABY HUG-studie en tijdens de onderzoeksperiode veranderde de definitie van pijn van een pijnlijke episode die 2 uur of langer aanhoudt en waarvoor pijnbehandeling noodzakelijk is, naar uitsluitend het criterium pijn die ≥ 2 uur duurt.14 

Afrikaanse kinderen tussen 1 en 4 jaar

Naast deze 2 gerandomiseerde placebogecontroleerde studies zijn er ook 2 studies verricht naar de werkzaamheid van hydroxycarbamide in Afrika. In de dubbelblinde gerandomiseerde NOHARM-studie werden kinderen tussen de 1 en 4 jaar in Nigeria gerandomiseerd naar hydroxycarbamide en placebo om te kijken naar het effect op de incidentie van malaria.18 Als secundaire uitkomstmaat werd gekeken naar complicaties van sikkelcelziekte zoals het optreden van vaso-occlusieve crises, hemoglobinegehalte en ziekenhuisopnames. Hydroxycarbamide-gebruik leidde tot een statistisch significante reductie in het aantal vaso-occlusieve crises (58 in de hydroxycarbamide-arm versus 106 in de placebo-arm). Ook de frequentie van ziekenhuisopnames was significant lager in de hydroxycarbamide-groep. In een prospectief cohortonderzoek in Afrika werd de veiligheid van hydroxycarbamide onderzocht bij kinderen.4 Als secundaire uitkomstmaat werd ook gekeken naar het optreden van vaso-occlusieve crises. Ook in dit onderzoek, waarin de incidentie van pijnaanvallen na start hydroxycarbamide werd vergeleken met de incidentie voor start, bleek hydroxycarbamide de incidentie grofweg te halveren (incidence rate ratio 0.45 (95% betrouwbaarheidsinterval (BI) 0,37 tot 0,56).

Aan sikkelcelziekte gerelateerde complicaties

Acute chest syndrome

Twee van de gerandomiseerde onderzoeken onderzochten ook het effect van hydroxycarbamide in vergelijking met placebo op het optreden van het acute chest syndrome.17,19 In de groep van volwassenen met sikkelcelziekte17 werd 15,1% (23/152) van de patiënten in de hydroxycarbamide-groep gediagnosticeerd met acute chest syndrome tegenover 34,7% (51/147) van de patiënten in de placebogroep. Ook zuigelingen met sikkelcelziekte kregen statistisch significant minder vaak een acute chest syndrome in de hydroxycarbamide-groep (7/96; 7,3%) dan in de placebogroep (18/97; 18,6%).14 Op basis van deze bevindingen concludeerde de Cochrane-groep dat  hydroxycarbamide beschermt tegen het optreden van acute chest syndrome (samengesteld RR 0,43 [95%BI 0,29 tot 0,63]).1 In beide studies was acute chest syndrome overigens geen primaire uitkomstmaat. In een prospectieve cohortstudie werd een niet-significante afname in het optreden van acute chest syndrome gezien (incidence rate ratio 0.55 (95%BI 0,28 tot 1,05).4 Ook in de gerandomiseerde NOHARM-studie werd een niet-significant verschil gevonden (resp. 13 versus 20% voor hydroxycarbamide en placebo).18

Cerebrovasculair accident

Cerebrovasculair accident (CVA) is een ernstige complicatie bij sikkelcelziekte die een piekincidentie heeft op kinderleeftijd (5-8 jaar). Kinderen met een hoog risico op een CVA worden herkend door een verhoogde cerebrale doorbloeding, te meten met behulp van een transcraniële doppler. Aangetoond is dat chronische bloedtransfusie CVA’s bij deze hoogrisicopopulatie kan voorkomen.20 Er zijn verschillende pogingen gedaan om effect van hydroxycarbamide op het risico op CVA’s te onderzoeken in de hoop deze transfusies te kunnen vervangen door dit geneesmiddel. 

In een placebogecontroleerde multicenterstudie werd het effect van behandeling met hydroxycarbamide op de stroomsnelheid in de hersenvaten onderzocht bij kinderen met sikkelcelziekte en een licht verhoogd risico op een herseninfarct (CVA). Het verhoogde risico werd vastgesteld  op grond van een matig verhoogd transcranieel doppler (TCD) signaal (conditional TAMV).21 Na 15 maanden behandeling werd geen significant verschil gezien tussen de twee groepen. De cumulatieve incidentie van verslechtering van de stroomsnelheid was 9% (95%BI 0 tot 35%) in de hydroxycarbamide-groep versus 47% (95%BI 6 tot 81%) in de controlegroep. 

CVA’s bij vervanging bloedtransfusies door hydroxycarbamide

In 2 placebogecontroleerde multicenterstudies bij kinderen met sikkelcelziekte én een verhoogd risico op een herseninfarct (CVA) op grond van abnormale TCD-stroomsnelheden werd het effect van behandeling met hydroxycarbamide op transfusiebehoefte onderzocht.22,23

De SWiTCH-studie werd voortijdig gestopt, omdat tijdens de follow-up (na 24 tot 30 maanden) meer CVA’s werden gezien bij kinderen in de hydroxycarbamide-groep (7/67) dan in de bloedtransfusiegroep (0/66). In de TWiTCH-trial werd niet gekeken naar CVA’s maar naar verandering van de stroomsnelheid in de hersenvaten. In  tegenstelling tot de SWiTCH studie werden de bloedtransfusies langzaam afgebouwd en de hydroxycarbamide ingeslopen. Hierbij werd geen verschil gezien in de stroomsnelheid van de hersenvaten tussen de kinderen die doorgingen met transfusies en kinderen die waren overgezet op hydroxycarbamide.23 Deze laatste studie biedt de hoop dat kinderen mogelijk toch uitzicht hebben om te kunnen stoppen met chronische transfusie, mits de stroomsnelheid is genormaliseerd door chronische transfusietherapie.

De overige onderzoeken waarin hydroxycarbamide werd vergeleken met bloedtransfusies waren niet opgezet om iets over het effect van hydroxycarbamide op CVA-risico te kunnen zeggen.1 In twee studies werd wel de incidentie van CVA’s genoemd.17,14 Beide studiepopulaties waren echter te klein en er traden te weinig CVA’s op om een eventueel verschil in het risico aan te tonen. 

Noodzaak voor toedienen bloedtransfusies

Hydroxycarbamide lijkt de noodzaak tot bloedtransfusie te verminderen. Hier zijn meerdere verklaringen voor te bedenken. Allereerst leidt het gebruik van hydroxycarbamide tot een hoger Hb, waarschijnlijk doordat de toename in HbF de afbraak van erytrocyten vermindert. Anderzijds kan het verminderd optreden van complicaties zoals vaso-occlusieve crises en acute chest syndrome ook tot minder bloedtransfusies leiden die frequent gegeven worden tijdens ziekenhuisopnames. In een Cochrane-analyse werd op grond van twee onderzoeken geconcludeerd dat de noodzaak tot bloedtransfusie minder is bij patiënten die hydroxycarbamide gebruikten (samengesteld RR 0,66 (95%BI 0,52 tot 0,82)).1,17,14

Miltsequestratie bij zuigelingen

Er is weinig bewijs dat hydroxycarbamide beschermt tegen miltsequestratie. Bij een acute miltsequestratie treedt een plotselinge daling van het Hb op door ophoping van een groot gedeelte van het circulerend volume in de milt. In een studie naar toepassing van hydroxycarbamide bij zuigelingen werd geen verschil gevonden in de relatieve frequentie van acute miltsequestratie tussen zuigelingen die behandeld werden met hydroxycarbamide (8/96; 8,3%) en zuigelingen die placebo kregen (9/97; 9,3%) (relatief risico 0,90 [95%BI 0,36 tot 2,23]).14

Mortaliteit

Over het effect van hydroxycarbamide op de mortaliteit is alleen indirect bewijs. Een Cochrane-onderzoek concludeert op grond van de berekening van het samengesteld risico van drie gerandomiseerde onderzoeken dat er tijdens de onderzoeksperiode geen statistisch significant verschil is in sterfte tussen patiënten die behandeld waren met hydroxycarbamide en degenen die placebo kregen. Het samengestelde relatieve risico was 0,39 (95%BI 0,08 tot 1,96).1,17,14,16 Dat geldt ook voor sterfte die direct het gevolg is van sikkelcelziekte met een samengesteld relatief risico van 0,48 (0,09 tot 2,60).1,17,14,16 De duur en de power van de studies die in de Cochrane-analyse zijn meegenomen kunnen wel van invloed zijn geweest, zoals uit de betrouwbaarheidsintervallen blijkt. In verschillende cohortstudies waarin populaties voor een langere periode zijn gevolgd, lijkt het gebruik van hydroxycarbamide wel geassocieerd met een betere overleving. Meerdere studies hebben laten zien dat het HbF-gehalte sterk is gerelateerd aan toenemende levensverwachting. In de meeste gevallen wordt het HbF-gehalte door het gebruik van hydroxycarbamide 2 tot 3 keer hoger. Op grond hiervan kan al een positief effect op de mortaliteit worden verklaard. In een langlopende cohortstudie in Griekenland werd een overlevingsvoordeel gevonden voor sikkelcelpatiënten die met hydroxycarbamide werden behandeld. In een groep van 131 patiënten met sikkelcelziekte was de 10-jaarsoverleving bij patiënten die hydroxycarbamide gebruikten 86% en in de groep van 199 patiënten met sikkelcelziekte die behandeld werden met conventionele therapie (analgetica, hydratie, toediening zuurstof) 65%.3 Aangezien juist patiënten met veel crises, acute chest syndrome en meer ernstige anemie in aanmerking komen voor hydroxycarbamide is dit een opmerkelijke bevinding die sterk suggereert dat hydroxycarbamide de prognose van sikkelcelpatiënten positief beïnvloedt. 

In een vervolg op een gerandomiseerde studie uit 1995 zijn patiënten verdeeld in cohorten die langdurig door zijn gegaan met hydroxycarbamide-therapie en patiënten die dat korter hebben gebruikt. Er werden grote mortaliteitsverschillen aangetoond ten gunste van de patiënten met langer gebruik van hydroxycarbamide. Deze onderzoeken zijn echter niet gerandomiseerd en daardoor gevoeliger voor bias.2

Kwaliteit van leven

Er is weinig onderzoek beschikbaar naar het effect van hydroxycarbamide op de kwaliteit van leven. In een Cochrane-analyse van vier gerandomiseerde studies werd geen aantoonbaar effect op het algemeen welbevinden en sociaal functioneren gevonden in vergelijking met patiënten die met placebo worden behandeld. Dat geldt zowel na een half jaar als na 1 jaar, anderhalf jaar en 2 jaar na het starten van de behandeling.1,17

Behandeling met hydroxycarbamide bij patiënten met HbSC

Het effect van hydroxycarbamide op de incidentie van pijncrises of sikkelcel-gerelateerde complicaties is vrijwel uitsluitend onderzocht voor patiënten met het genotype HbSS en HbSβ0 en is er slechts sporadische informatie over de toepassing bij andere genotypen zoals HbSC. Een placebogecontroleerde studie werd voortijdig beëindigd omdat er onvoldoende geschikte patiënten konden worden geïnteresseerd voor deelname.24 In een literatuuronderzoek uit 2016 werd retrospectief onderzocht wat het effect van hydroxycarbamide is op de incidentie van crises bij patiënten met HbSC. Uit deze analyse werd een niet-significant effect gezien op de frequentie van pijnlijke crises die vooral bij patiënten > 15 jaar werd gezien.25 Er zijn tot op heden geen gerandomiseerde gecontroleerde studies naar hydroxycarbamide op sikkelcelziekte-gerelateerde klachten of complicaties bij patiënten met HbSC.


Werking

Hydroxycarbamide is een oncolyticum waarvan het werkingsmechanisme niet volledig is opgehelderd. Vooralsnog wordt verondersteld dat hydroxycarbamide functioneert als een antimetaboliet. Door remming van het ribonucleotide-reductase wordt uiteindelijk de DNA-synthese geremd waardoor meer foetaal hemoglobine (HbF) wordt aangemaakt, in plaats van het abnormale HbS.26 Andere mogelijke werkingsmechanismen zijn verlaging van het aantal leukocyten (met name neutrofielen), reticulocyten (die de sterkste adhesie laten zien aan de vaatwand) en lijkt hydroxycarbamide invloed te hebben op het NO-metabolisme wat de doorbloeding van bloedvaten bevordert.27 

Hydroxycarbamide is in Nederland geregistreerd voor de preventie van terugkerende, pijnlijke vaso-occlusieve crises en na het doormaken van een acute chest syndrome bij volwassenen en kinderen met symptomatische sikkelcelziekte.26,28,29 

Bijwerkingen

Gezien de werking is beenmergsuppressie (leukopenie, reticulocytopenie) een frequente bijwerking die kan worden toegeschreven aan de behandeling met hydroxycarbamide. Deze soms ernstige bijwerking is reversibel door dosisreductie. Andere gerapporteerde bijwerkingen zijn alopecia, misselijkheid, verkleuring van nagels, azoöspermie en het optreden van chronische ulcera aan de enkels (hoewel dit ook bij sikkelcelziekte kan optreden zonder het gebruik van hydroxycarbamide). De langetermijnrisico’s van gebruik van dit middel, waaronder het potentieel nadelige effect op de vruchtbaarheid, zijn onbekend.26,29 Het instellen van de therapie moet samen gaan met hematologische controle en controle op lever- en nierfunctie.

Zwangerschap en lactatie

Hydroxycarbamide is in dierstudies teratogeen gebleken. Over het gebruik tijdens de zwangerschap bij mensen zijn alleen gegevens uit case-reports en patiëntenseries bekend (bij zowel oncologische als hematologische toepassing van hydroxycarbamide). Hieruit lijkt de kans op aangeboren afwijkingen minder groot dan uit dierstudies is gebleken, maar over de veiligheid tijdens de zwangerschap kunnen geen conclusies worden getrokken.30 Hydroxycarbamide gaat over in de moedermelk, ongeveer 4,3% van de maternale dosis komt in de moedermelk terecht. Na 12 uur is 80% van de dosis bij de moeder via de urine verdwenen. 12 tot 24 uur na een inname van een dosis zou weer borstvoeding gegeven kunnen worden.31


Traditioneel bestaat de behandeling van sikkelcelziekte voornamelijk uit preventie van infecties en sikkelcelziekte-gerelateerde complicaties en in de acute fase symptoombestrijding, zoals beschreven in de Nederlandse ‘Richtlijn behandeling Sikkelcelziekte’ uit 2017 van een werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Hematologie.32 Patiënten krijgen uit preventieve overweging antibioticaprofylaxe en vaccinaties in verband met de functionele asplenie die reeds op jonge leeftijd bestaat en een risico vormt voor fatale infecties met gekapselde bacteriën zoals pneumokokken33, meningokokken en haemophilus influenzae. Profylactische bloedtransfusies zijn vooral geïndiceerd bij primaire en secundaire preventie van cerebrale infarcten en preoperatief bij electieve chirurgische ingrepen.  Hydroxycarbamide is het enige beschikbare geneesmiddel in Nederland waarvan is aangetoond dat het vaso-occlusieve crises effectief kan verminderen.32 Andere farmacotherapeutische behandelingen zoals bijvoorbeeld voxelotor34,35, crizanlizumab (anti-P-selectin monoclonaal antilichaam)36 L-glutamine37 en behandelingen zoals stamceltransplantatie en gentherapie 5,38 zijn niet in Nederlandse richtlijnen opgenomen. 

Ernstige vormen van sikkelcelziekte

De Nederlandse richtlijn beveelt behandeling met hydroxycarbamide aan bij patiënten met HbSS of HbSβ0 met meer dan drie ernstige vaso-occlusieve crises per jaar, sikkelcelziekte-gerelateerde pijn die dagelijkse activiteiten en kwaliteit van leven beïnvloedt, na een ernstig of recidiverend acute chest syndrome, ernstige symptomatische anemie die dagelijkse activiteiten en kwaliteit van leven beïnvloedt, bij chronische nierinsufficiëntie en erytropoëtinegebruik en bij kinderen vanaf 9 maanden onafhankelijk van klinische presentatie na geïnformeerde besluitvorming.32


Sikkelcelziekte in de hielprikscreening

In 2005 verscheen een rapport van de Gezondheidsraad waarin werd aanbevolen om een test op sikkelcelziekte op te nemen in het landelijk programma voor neonatale hielprikscreening. Sikkelcelziekte wordt namelijk beschouwd als een behandelbare aandoening waarbij tijdige behandeling ernstige gezondheidsschade kan voorkomen.39,40 Het rapport noemt bloedtransfusies, preventieve maatregelen tegen infectie en stamceltransplantatie als potentiële (be)handelingsopties. Met de invoering van een test op sikkelcelziekte kunnen met name fatale en invaliderende infecties met gekapselde bacteriën (pneumokokken, meningokokken en haemophilus influenzae) die het gevolg zijn van de functionele asplenie bij kinderen worden voorkomen. 

In 2018 werden in Nederland op grond van de hielprikscreening 31 kinderen met sikkelcelziekte geïdentificeerd. Ter vergelijking, voor de in Nederland bekendere erfelijke aandoening cystische fibrose zijn in 2018 35 gevallen geïdentificeerd met de hielprikscreening. In 2018 werd bij 821 kinderen dragerschap voor sikkelcelziekte vastgesteld.41 De geboorteprevalentie van sikkelcelziekte is ongeveer 2,5 per 10.000 levendgeborenen.

Details van het Cochrane systematisch literatuuronderzoek1

Auteurs: SJ Nevitt, AP Jones en J Howard
Soort onderzoek: systematisch literatuuronderzoek
Financiering: financiële steun van het National Institute for Health Research, via Cochrane infrastructure funding voor de Cochrane Cystic Fibrosis and Genetic Disorders Group
Belangenverstrengeling: geen
Insluitingscriteria: gerandomiseerde of quasi-gerandomiseerde (indeling niet gebaseerd op toeval, kans op selectiebias) gecontroleerde onderzoeken (RCT’s), met een follow-up van 1 maand of langer, waarin hydroxycarbamide werd vergeleken met placebo, standaardtherapie of een andere interventie voor patiënten met sikkelcelziekte
Aantal publicaties: 67 gevonden op 16 januari 2017 (plus 9 studies uit eerdere search), 62 nader onderzocht, 8 geïncludeerd
Aantal patiënten: totaal 896, 22 tot 299 per onderzoek, gemiddeld 112 per onderzoek
Primaire uitkomstmaat: modificatie van het patroon van acute gebeurtenissen. Onderscheid wordt gemaakt in 4 categorieën gebeurtenissen, zijnde (1) pijn of pijnlijke crises, (2) orgaanschade, (3) sterfte en kwaliteit van leven en (4) bijwerkingen (zie kader)
Kwaliteit van de onderzoeken: zeer laag tot matig, beoordeeld met GRADE-systematiek
Follow-up: 6 tot 30 maanden
Cochrane systematische literatuuroverzicht 
Gehanteerde criteria voor de primaire uitkomstmaten 
     1.    Modificatie van pijn of pijnlijke crises: 
                 a.    frequentie, duur en ernst gemeten aan beproefde door de patiënt ingevulde pijnscores 
                 b.    zorggebruik (bijvoorbeeld ziekenhuisopname, poliklinische consulten en bezoek aan de spoedeisende hulp)
                 c.    gebruik van opiaten
     2.    Modificatie van orgaanschade heeft betrekking op het voorkomen, vertragen of omkeerbaar maken van levensbedreigende
            ischemische orgaanschade (bijvoorbeeld ‘acute chest syndrome’, herseninfarct (CVA) en acute miltsequestratie). 
     3.    Modificatie van, het risico op, sterfte en kwaliteit van leven tijdens de periode van onderzoek
     4.    Optreden van bijwerkingen
Secundaire uitkomstmaten
     1.    Foetaal Hb-gehalte (HbF) en aantal neutrofiele granulocytena 
     2.    Overige indirecte uitkomstmaten voor het effect van behandeling (Hb, MCV, trombocyten en groei)
     3.    Kwaliteit van leven, ziekteverzuim op school of op het werk, maatschappelijke integratie, welzijn en algeheel functioneren
     4.    Indices voor orgaanschade (bijvoorbeeld milt (‘pitted red cells’), chronische sikkellongziekte (‘transfer factor’), lever, chronische
            nierinsufficiëntie (kreatinine), priapisme, huidzweer, neurologische schade (zoals gemeten met intelligentiequotient (IQ))
     5.    Elke gerapporteerde bijwerking of toxiciteit 

a  Gewoonlijk bestaat 45 tot 75% van de witte bloedcellen in het bloed (leukocyten) uit neutrofiele granulocyten

 

Details van de in het Cochrane-onderzoek ingesloten studies 

Tabel 1. Beoordeling van de mate van bewijskracht is verricht door de auteurs van de review met behulp van de Cochrane ‘Risk of bias’-tool.

RCT-studie

Kenmerken van geïncludeerde deelnemers met sikkelcelziekte

Totaal aantal deelnemers

Primaire uitkomstmaat

Interventie

Follow-up

Mate van bewijskracht

MSH-trial (1995)17

volwassenen van 18 jaar of ouder die in de voorafgaande 12 maanden meer dan 3 ‘crises’ hadden waarvoor de behandelend arts werd geraadpleegd en die < 15% HbA hadden

299

pijnlijke crisis, waarvoor ziekenhuisopname (> 4 uur) met parenterale opiaatbehandeling

hydroxycarbamide vs. placebo

21 maanden
(gepland 24 maanden)

matig tot laag, vanwege selecte groep patiënten. Onderzoek heeft laag risico op bias, echter zijn de resultaten beperkt toepasbaar en onnauwkeurig

SCATE-trial (2015)21

kinderen van 2-11 jaar met hersenschade op basis van TCD- afwijkingena

 

22

conversie van conditional TAMV (170-199 cm/sec)b naar abnormale TAMV ( ≥ 200 cm/sec)c

 

hydroxycarbamide vs. observatie

15 maanden

(gepland 30 maanden)

zeer laag, mede door beperkte toepasbaarheid resultaten, inclusie van te weinig deelnemers

SWiTCH-trial (2012)22

kinderen tussen 7 en 17 jaar met een herseninfarct in de voorgeschiedenis en die 18 maanden voorafgaand aan de inclusie transfusie-afhankelijk waren en tevens gediagnosticeerd waren met ijzerstapeling

133

samengestelde uitkomstmaat op basis van recidief CVA en de ijzerconcentratie in de lever op basis van MRI-beelden (FerriScan® R2-MRI)

hydroxycarbamide en flebotomie vs. bloedtransfusie en chelatietherapie

31 maanden

matig tot laag, vanwege selecte groep patiënten. Onderzoek heeft laag risico op bias, echter zijn de resultaten beperkt toepasbaar en onnauwkeurig

TWiTCH-trial (2016)23

transfusie-afhankelijke kinderen van 4 tot 16 jaar met TCD-afwijkingen

121

maximum TCD-TAMV van de distale carotis interna de arteria cerebri media aan de index zijnde

hydroxycarbamide en flebotomie vs. bloedtransfusie en chelatietherapie

24 maanden

matig tot laag, vanwege selecte groep patiënten. Onderzoek heeft laag risico op bias, echter zijn de resultaten beperkt toepasbaar en onnauwkeurig

BABY HUG (2012)19,14

zuigelingen tussen 9 en 18 maanden

193

miltfunctie aan de hand van uptake van het radioactieve technetium-99M isotoop (99Tc miltscan) en glomerulaire filtratiesnelheid (GFR)

gebaseerd op de plasmaklaring van 99mTc-diethyl-enetriaminepentaazijnzuur (DTPA)

hydroxycarbamide vs. placebo

24 maanden

matig tot laag, vanwege selecte groep patiënten. Onderzoek heeft laag risico op bias, echter zijn de resultaten beperkt toepasbaar en onnauwkeurig

België-trial (1996)15

25 kinderen en jongvolwassenen met HbSS-genotype in leeftijd van 2 tot 22 jaar (mediaan 9 jaar) met meer dan 3 vaso-occlusive

episodes in de voorafgaande 12 maanden en/of CVA zonder voorafgaande bloedtransfusie

25

aantal ziekenhuisopnames, aantal ligdagen in het ziekenhuis,

percentage HbF

Hydroxycarbamide vs. placebo

??

matig tot laag, vanwege selecte groep patiënten. Onderzoek heeft laag risico op bias, echter zijn de resultaten beperkt toepasbaar en onnauwkeurig

CHAMPS-trial (2011)

24

kinderen en volwassenen van 5 tot 53 jaar met HbSC-genotype en tenminste één vaso-occlusief incident in het jaar voorafgaand aan de inclusie

44 (36)

relatieve frequentie van hyperdense rode bloedlichaampjes

hydroxycarbamide vs. geen hydroxycarbamide

8 weken

zeer laag, mede door beperkte toepasbaarheid resultaten, inclusie van te weinig deelnemers. Door onderzoeksopzet was directe vergelijking met hydroxycarbamide niet mogelijk.

Jain-trial (2012)16

Indiase kinderen van 5 tot 18 jaar met ernstige manifestaties (gedefinieerd als jaarlijks 3 of meer bloedtransfusies

of vaso-occlusieve crises  waarvoor ziekenhuisopname nodig was)

60

jaarlijkse frequentie van vaso-occlusieve crises

hydroxycarbamide vs. placebo

18 maanden

matig tot laag, vanwege selecte groep patiënten. Onderzoek heeft laag risico op bias, echter zijn de resultaten beperkt toepasbaar en onnauwkeurig.

a TCD = transcraniële doppler. Bij TCD-onderzoek wordt met ultrageluid gekeken naar de doorbloeding van de basale arteriën in de hersenen 
b Kinderen met een tweemaal een ‘conditional TAMV (170 - 199 cm/sec)’ over een periode van 6 maanden werden geïncludeerd.
c TAMV = time-averaged mean velocity


  1. Nevitt SJ, Jones AP, Howard J. Hydroxyurea (hydroxycarbamide) for sickle cell disease. Cochrane Database Syst Rev. 2017;4(4):CD002202. Published 2017 Apr 20. doi:10.1002/14651858.CD002202.pub2
  2. Steinberg MH, McCarthy WF, Castro O, et al. The risks and benefits of long-term use of hydroxyurea in sickle cell anemia: A 17.5 year follow-up. Am J Hematol. 2010;85(6):403-408. doi:10.1002/ajh.21699
  3. Voskaridou E, Christoulas D, Bilalis A, et al. The effect of prolonged administration of hydroxyurea on morbidity and mortality in adult patients with sickle cell syndromes: results of a 17-year, single-center trial (LaSHS). Blood. 2010;115(12):2354-2363. doi:10.1182/blood-2009-05-221333
  4. Tshilolo L, Tomlinson G, Williams TN, et al. Hydroxyurea for Children with Sickle Cell Anemia in Sub-Saharan Africa. N Engl J Med. 2019;380(2):121-131. doi:10.1056/NEJMoa1813598
  5. Ware RE, de Montalembert M, Tshilolo L, Abboud MR. Sickle cell disease. Lancet. 2017;390(10091):311-323. doi:10.1016/S0140-6736(17)30193-9
  6. Giordano PC, Breuning MH. Van gen naar ziekte; van hemoglobinegenen naar thalassemie en sikkelcelanemie. Ned Tijdschr Geneeskd. 2000 Sep 30;144(40):1910-3.
  7. Modell B, Darlison M, Birgens H, et al. Epidemiology of haemoglobin disorders in Europe: an overview. Scand J Clin Lab Invest. 2007;67(1):39-69. doi:10.1080/00365510601046557
  8. Piel FB, Patil AP, Howes RE, et al. Global epidemiology of sickle haemoglobin in neonates: a contemporary geostatistical model-based map and population estimates. Lancet. 2013;381(9861):142-151. doi:10.1016/S0140-6736(12)61229-X
  9. Suijker MH, Roovers EA, Fijnvandraat CJ, Dors N, Rodrigues Pereira R, Giordano PC, Verkerk PH, Peters M. Hemoglobinopathie in de 21st eeuw: incidentie, diagnosis en hielprikscreening. Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:A7365
  10. Nederlandse Vereniging voor Hematologie. NVK werkboek kinderhematologie. Via: https://hematologienederland.nl/kwaliteit/werkboek-kinderhematologie/ Geraadpleegd op 20 mei 2020
  11. van Tuijn CFJ, Schimmel M, van Beers EJ, Nur E, Biemond BJ. Prospective evaluation of chronic organ damage in adult sickle cell patients: A seven-year follow-up study. Am J Hematol. 2017;92(10):E584-E590. doi:10.1002/ajh.24855
  12. Serjeant GR. The natural history of sickle cell disease. Cold Spring Harb Perspect Med. 2013;3(10):a011783. Published 2013 Oct 1. doi:10.1101/cshperspect.a011783
  13. Platt OS, Orkin SH, Dover G, Beardsley GP, Miller B, Nathan DG. Hydroxyurea enhances fetal hemoglobin production in sickle cell anemia. J Clin Invest. 1984;74(2):652-656. doi:10.1172/JCI111464
  14. Thornburg CD, Files BA, Luo Z, et al. Impact of hydroxyurea on clinical events in the BABY HUG trial [published correction appears in Blood. 2016 Dec 15;128(24):2869]. Blood. 2012;120(22):4304-4448. doi:10.1182/blood-2012-03-419879. Gepubliceerd erratum: Blood. 2016 Dec 15;128(24):2869. doi: 10.1182/blood-2016-10-748764.
  15. Ferster A, Vermylen C, Cornu G, et al. Hydroxyurea for treatment of severe sickle cell anemia: a pediatric clinical trial. Blood. 1996;88(6):1960-1964.
  16. Jain DL, Sarathi V, Desai S, Bhatnagar M, Lodha A. Low fixed-dose hydroxyurea in severely affected Indian children with sickle cell disease. Hemoglobin. 2012;36(4):323-332. doi:10.3109/03630269.2012.697948
  17. Charache S, Terrin ML, Moore RD, et al. Effect of hydroxyurea on the frequency of painful crises in sickle cell anemia. Investigators of the Multicenter Study of Hydroxyurea in Sickle Cell Anemia. N Engl J Med. 1995;332(20):1317-1322. doi:10.1056/NEJM199505183322001
  18. Opoka RO, Ndugwa CM, Latham TS, et al. Novel use Of Hydroxyurea in an African Region with Malaria (NOHARM): a trial for children with sickle cell anemia. Blood. 2017;130(24):2585-2593. doi:10.1182/blood-2017-06-788935
  19. Wang WC, Ware RE, Miller ST, et al. Hydroxycarbamide in very young children with sickle-cell anaemia: a multicentre, randomised, controlled trial (BABY HUG). Lancet. 2011;377(9778):1663-1672. doi:10.1016/S0140-6736(11)60355-3
  20. Adams RJ, McKie VC, Hsu L, et al. Prevention of a first stroke by transfusions in children with sickle cell anemia and abnormal results on transcranial Doppler ultrasonography. N Engl J Med. 1998;339(1):5-11. doi:10.1056/NEJM199807023390102
  21. Hankins JS, McCarville MB, Rankine-Mullings A, et al. Prevention of conversion to abnormal transcranial Doppler with hydroxyurea in sickle cell anemia: A Phase III international randomized clinical trial. Am J Hematol. 2015;90(12):1099-1105. doi:10.1002/ajh.24198
  22. Ware RE, Helms RW; SWiTCH Investigators. Stroke With Transfusions Changing to Hydroxyurea (SWiTCH). Blood. 2012;119(17):3925-3932. doi:10.1182/blood-2011-11-392340
  23. Ware RE, Davis BR, Schultz WH, et al. Hydroxycarbamide versus chronic transfusion for maintenance of transcranial doppler flow velocities in children with sickle cell anaemia-TCD With Transfusions Changing to Hydroxyurea (TWiTCH): a multicentre, open-label, phase 3, non-inferiority trial. Lancet. 2016;387(10019):661?670. doi:10.1016/S0140-6736(15)01041-7
  24. Wang W, Brugnara C, Snyder C, et al. The effects of hydroxycarbamide and magnesium on haemoglobin SC disease: results of the multi-centre CHAMPS trial. Br J Haematol. 2011;152(6):771-776. doi:10.1111/j.1365-2141.2010.08523.x
  25. Luchtman-Jones L, Pressel S, Hilliard L, et al. Effects of hydroxyurea treatment for patients with hemoglobin SC disease. Am J Hematol. 2016;91(2):238-242. doi:10.1002/ajh.24255
  26. Informatorium Medicamentorum. Den Haag: KNMP, 2020. Via: https://www.knmp.nl/producten/knmp-kennisbank. Geraadpleegd op 20 mei 2020.
  27. Ware RE. How I use hydroxyurea to treat young patients with sickle cell anemia. Blood. 2010;115(26):5300-5311. doi:10.1182/blood-2009-04-146852
  28. Productinformatie Hydrea. Via: https://www.geneesmiddeleninformatiebank.nl/smpc/h25876_smpc.pdf. Geraadpleegd op 20 mei 2020.
  29. Productinformatie Siklos.Via: https://www.emea.europa.eu/en/documents/product-information/siklos-epar-product-information_nl.pdf. Geraadpleegd op 11 december 2019.
  30. Briggs GG, Freeman RK, Towers VV. Drugs in Pregnancy and Lactation. 11th ed, 2017, Wolters Kluwer.
  31. Drug and Lactation Database (LactMed®). Via: www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK547437/. Geraadpleegd op 20 mei 2020.
  32. Richtlijn behandeling sikkelcelziekte. Oktober 2017. Via: https://hematologienederland.nl/wp-content/uploads/2019/07/richtlijn_sikkelcelziekte_2017.pdf. Geraadpleegd op 20 mei 2020.
  33. Rankine-Mullings AE, Owusu-Ofori S. Prophylactic antibiotics for preventing pneumococcal infection in children with sickle cell disease. Cochrane Database Syst Rev. 2017;10(10):CD003427. Published 2017 Oct 10. doi:10.1002/14651858.CD003427.pub4
  34. Smeets N. Voxelotor: veelbelovend bij sikkelcelziekte. Ned Tijdschr Geneeskd. 2019;163:C4345
  35. Vichinsky E, Hoppe CC, Ataga KI, et al. A Phase 3 Randomized Trial of Voxelotor in Sickle Cell Disease. N Engl J Med. 2019;381(6):509-519. doi:10.1056/NEJMoa1903212
  36. Ataga KI, Kutlar A, Kanter J. Crizanlizumab in Sickle Cell Disease. N Engl J Med. 2017;376(18):1796. doi:10.1056/NEJMc1703162
  37. Niihara Y, Miller ST, Kanter J, et al. A Phase 3 Trial of l-Glutamine in Sickle Cell Disease. N Engl J Med. 2018;379(3):226?235. doi:10.1056/NEJMoa1715971
  38. Olowoyeye A, Okwundu CI. Gene therapy for sickle cell disease. Cochrane Database Syst Rev. 2018;11(11):CD007652. Published 2018 Nov 16. doi:10.1002/14651858.CD007652.pub6
  39. Gezondheidsraad. Neonatale screening. Den Haag: Gezondheidsraad, 2005. Publicatienr 2005;11. Geraadpleegd op 20 mei 2020.
  40. Giordano PC, Harteveld CL, Bakker E. Genetic epidemiology and preventive healthcare in multiethnic societies: the hemoglobinopathies [published correction appears in Int J Environ Res Public Health. 2014 Dec;11(12):12367]. Int J Environ Res Public Health. 2014;11(6):6136-6146. Published 2014 Jun 11. doi:10.3390/ijerph110606136
  41. Van der Ploeg K, Wins S, Verkerk PH. De neonatale hielprikscreening – Monitor 2018. TNO december 2019 (TNO 2019 R11521).

Auteurs

  • dr Hajo I. Wildschut, gynaecoloog
  • Sanne van der Heijden, MSc, apotheker Stichting Geneesmiddelenbulletin, Utrecht