Infliximab (Remicade®), wijziging indicatie

Van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) kregen wij deze maand de volgende informatie over Nederlandse en Europese registraties.

Infliximab, een monoklonaal antilichaam, bindt aan zowel oplosbare als aan transmembrane vormen van tumornecrosefactor (TNF)-α. Hierdoor wordt de activiteit van TNF-α, dat een belangrijke rol bij het ontstekingsproces van onder meer reumatoïde artritis speelt, geremd.
Infliximab is in Europa geregistreerd voor de behandeling van volwassen patiënten met ernstige actieve vormen van de ziekte van Crohn en reumatoïde artritis. Onlangs is de indicatieomschrijving voor reumatoïde artritis gewijzigd in: 'Remicade is geïndiceerd voor de vermindering van tekenen en symptomen evenals de verbetering van het fysieke functioneren bij patiënten met een actieve ziekte wanneer de respons op geneesmiddelen die het ziektebeeld wijzigen, waaronder methotrexaat, onvoldoende was. In deze patiëntenpopulatie werd een afname van de snelheid van progressie van de gewrichtsbeschadiging, gemeten met röntgenfoto’s, aangetoond. Alleen in combinatie met methotrexaat werden werkzaamheid en veiligheid aangetoond'.
De wijziging ten opzichte van de eerder goedgekeurde indicatieomschrijving betreft het toevoegen van de afname van de progressie van de gewrichtsbeschadiging. Deze wijziging is gebaseerd op de langetermijnresultaten (ca. 2 jaar) van het zogenoemde ATTRACT-onderzoek, een gerandomiseerd dubbelblind placebogecontroleerd onderzoek bij 428 patiënten. In dit onderzoek werd het effect van een combinatiebehandeling van methotrexaat en infliximab vergeleken met een behandeling van methotrexaat en placebo. Na 1 jaar behandelen bleek met de combinatiebehandeling de progressie van de gewrichtsbeschadiging, gemeten aan de hand van erosies en gewrichtsspleetversmalling, significant lager te zijn dan in de controlegroep. In de controlegroep werd bij 20% van de patiënten geen progressie geconstateerd. In de groep die de combinatiebehandeling ontving, was dat het geval bij ongeveer 50% van de patiënten. Na twee jaar bleek het effect van deze laatste combinatiebehandeling gehandhaafd.
De aanbevolen aanvangsdosering voor volwassenen voor de indicatie reumatoïde artritis is 3 mg/kg lichaamsgewicht. Deze dosering wordt 2 en 6 weken na de eerste infusie herhaald, en daarna om de 8 weken.
De eerder aanvaarde mogelijkheid voor dosisverhoging tot 10 mg/kg lichaamsgewicht om de 8 weken is geschrapt naar aanleiding van recente meldingen van ernstige infecties bij het gebruik van infliximab. Er is geen onderzoek verricht bij kinderen (0-17 jaar).
Infliximab kan invloed hebben op de normale immuunreacties en kan leiden tot predispositie van de patiënt voor opportunistische infecties. Tevens kan het middel de symptomen van infecties maskeren. Infliximab is daarom gecontraïndiceerd bij patiënten met onder meer ernstige infecties, zoals sepsis, abcessen, tuberculose en opportunistische infecties. Infecties en/of abcessen moeten eerst adequaat zijn behandeld vóór de behandeling met infliximab mag worden gestart. Patiënten dienen nauwkeurig te worden vervolgd op het optreden van infecties gedurende de behandeling en gedurende 6 maanden na het staken van infliximab. Dit geldt met name ook voor tuberculose (zie Gebu Prikbord, pag. 33).
Het middel dient alleen te worden voorgeschreven door specialisten die ervaring hebben met de behandeling van reumatoïde artritis.