Huidreacties bij gebruik lamotrigine

Lamotrigine (Lamictal®) is een nieuw anticonvulsivum dat is geïndiceerd voor partiële epilepsie met en zonder generalisatie en voor primair gegeneraliseerde epilepsie. Het is sinds kort in de handel, maar wordt reeds langer toegepast. Als monotherapie is de dosering doorgaans 100-300 mg/dag, en als toegevoegde therapie 50-500 mg/dag. Frequent waargenomen bijwerkingen zijn hoofdpijn, duizeligheid, diplopie, ataxie, prikkelbaarheid en gastro-intestinale stoornissen. Daarnaast zijn diverse huidreacties beschreven, en wel voornamelijk maculopapulaire exanthemen. Minder frequente bijwerkingen zijn angio-oedeem en het syndroom van Stevens-Johnson.
Sedert 1993 ontving de Sectie Geneesmiddelenbewaking van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (voorheen: BBG) negen meldingen van huidreacties bij het gebruik van lamotrigine. Zeven keer betrof het urticaria en maculopapulair exantheem, eenmaal angio-oedeem en eenmaal het syndroom van Stevens-Johnson. Dit laatste trad op bij een 43-jarige vrouw met een therapieresistente vorm van epilepsie die chronisch werd behandeld met carbamazepine en vigabatrine. Gestart werd met lamotrigine 25-50 mg/dag. Na negen dagen begon de patiënte te braken en kreeg ze koorts, enkele dagen later gevolgd door malaise, een gegeneraliseerd exantheem en erosies in de mondholte. Hierop werd het gebruik van lamotrigine gestaakt en werd de vrouw opgenomen, mede vanwege dehydratie en sufheid.
Sinds 1994 zijn in Zweden vier gevallen gemeld van het syndroom van Stevens-Johnson en drie van toxische epidermale necrolyse.1 Internationaal gaat het tot nu toe om in totaal 115 meldingen.1 Hoewel het syndroom van Stevens-Johnson bij gebruik van lamotrigine waarschijnlijk zelden voorkomt, is het belangrijk om op deze mogelijkheid bedacht te zijn. Dit is temeer van belang omdat het syndroom kan worden voorafgegaan door een exantheem, hetgeen bij ongeveer 10% van de met lamotrigine behandelde patiënten lijkt voor te komen.Deze exanthemen treden meestal op in de eerste vier weken van de behandeling en verdwijnen doorgaans snel na het staken van het gebruik. 

Met name wanneer het exantheem gepaard gaat met slijmvlieserosies en een op griep gelijkend beeld, dient men bij het gebruik van lamotrigine bedacht te zijn op het syndroom van Stevens-Johnson. Het risico lijkt geringer te zijn met een langzaam opklimmend doseringsschema. Het risico is groter wanneer lamotrigine wordt gestart bij patiënten die reeds met valproaat worden behandeld. Mogelijk speelt hierbij de verlenging van de eliminatietijd van lamotrigine van gemiddeld 25 naar 60 uur, een rol.



1. Lamotrigine-serious skin reaction. WHO ADR Newsletter 1996; 3: 7.
2. Fitton A, Goa KL. Lamotrigine. An update of its pharmacology and therapeutic use in epilepsy. Drugs 1995; 50: 691-713.