Hormoonsubstitutie na de menopauze: geen effect bij secundaire preventie coronaire hartziekten

Observationele cohort- en patiënt-controle-onderzoeken duiden er op dat vrouwen die vanaf de menopauze hormonale substitutie gebruiken een verlaagd risico zouden hebben van cardiovasculaire ziekten. Dit zou ook gelden voor recidieven bij vrouwen met een doorgemaakte hartziekte. Omdat vertekening van de uitkomsten door selectie in dit soort onderzoeken nooit is uit te sluiten, is het interessant dat nu de resultaten van het eerste grootschalige, ruim vier jaar durende interventieonderzoek zijn gepubliceerd.1 Dit gerandomiseerde, placebogecontroleerde, dubbelblinde onderzoek betrof 2.763 vrouwen van 55-80 jaar met een coronaire hartziekte, die de menopauze achter de rug hadden en bij wie de baarmoeder niet was weggenomen. Onderzocht werd of door de dagelijkse toediening van een combinatiepil van geconjugeerde oestrogenen 0,625 mg met medroxyprogesteron 2,5 mg het risico van een recidief van een hartziekte ten opzichte van placebo verminderde.
Tussen beide groepen werd geen enkel significant verschil gevonden wat betreft het aantal myocardinfarcten, andere cardiovasculaire voorvallen, en de sterfte in het algemeen of die door een coronaire hartziekte in het bijzonder. Opvallend was echter dat er in het eerste jaar van de behandeling met hormonen een toename van coronaire hartziekten was en in de laatste twee jaren een afname. Als verklaring werd aangevoerd, dat het aanvankelijke negatieve effect, dat mogelijk is toe te schrijven aan toegenomen trombusvorming, mettertijd wordt gecompenseerd door een gunstige invloed op de progressie van de atherosclerose als gevolg van een verbetering in het lipidenprofiel. In de hormoongroep werden significant hogere plasmaconcentraties HDL-cholesterol (+10%) en lagere LDL-cholesterol (-11%) gevonden dan in de placebogroep. In de hormoongroep deden zich meer trombo-embolieën en galblaasziekten voor, maar het optreden van kanker verschilde niet.

Over het geheel genomen werd in dit gerandomiseerde onderzoek geen gunstig effect van hormoonsuppletie waargenomen, waarbij het risico van een coronaire hartziekte aanvankelijk zelfs toenam. Omdat voorts het risico van trombo-embolieën en galblaasziekten steeg, dient deze behandeling niet te worden voorgeschreven als secundaire preventie van een coronaire hartziekte. Er is echter geen reden om deze therapie te staken indien die om een andere reden is geïndiceerd. Deze conclusies gelden niet automatisch voor vrouwen die nog zonder een klinisch manifeste coronaire hartziekte vroeg in de menopauze met hormonale suppletie beginnen. Evenmin geldt het zonder meer voor andere dan de hier gebruikte oestrogeen-progestageencombinatie of voor kuren met een cyclische toevoeging van progestageen.2-3



1. Hulley S, Grady D, Bush T, Furberg C, Riggs B, Herrington D et al. Randomized trial of estrogen plus progestin for secondary prevention of coronary heart disease in postmenopausal women. JAMA 1998; 280: 605-613.
2. Petitti DB. Hormone replacement therapy and heart disease prevention. JAMA 1998; 280: 650-652.
3. Larkin M. Value of HRT in women with heart disease doubted. Lancet 1998; 352: 627.