Homeopathie opnieuw bezien

Na een eerder overzicht over 1990-1995 (Gebu 1996; 30: 26-32) zette ons Franse zusterblad Prescrire onlangs opnieuw de gepubliceerde klinische onderzoeken naar de mogelijke effectiviteit van homeopathische producten op een rij.1 Het betrof de periode van begin 1995 tot eind 1998. In afnemende volgorde van methodologische kwaliteit werden alle gerandomiseerde, dubbelblinde onderzoeken uit tijdschriften met een onafhankelijk beoordelingssysteem ('peer review') geanalyseerd, waarin een geïndividualiseerde, homeopathische behandeling is vergeleken met placebo. Verder werden de resultaten van twee meta-analysen beoordeeld. Hierna volgt een verkorte weergave van dit artikel.
Een zoekactie in de literatuur leverde vijf methodologisch correcte onderzoeken op waarin is vergeleken met placebo.2-6
Hoofdpijn.2 Het betrof 98 patiënten die minstens één keer per week last hadden van chronische hoofdpijn. Naast voedingsadviezen, werden aan hen gedurende 12 weken op individuele basis 25 verschillende homeopathische middelen of een placebo voorgeschreven. Het benodigde aantal patiënten om een verschil in effectiviteit vast te stellen werd vooraf berekend, terwijl de analyse plaatsvond volgens het principe van 'intention to treat'. De auteurs concludeerden dat er geen enkel statistisch significant verschil in effectiviteit was tussen de behandeling met een homeopathisch middel of een placebo.2 Het betrof een methodologisch goed opgezet onderzoek. Wel zou het beter zijn geweest indien het langer had geduurd en meer patiënten had omvat.
Preventie van migraine.3 Aan 63 patiënten met migraine werd gedurende vier maanden één van in totaal 11 verschillende homeopathische middelen of een placebo voorgeschreven. Vooraf werd berekend hoeveel patiënten nodig waren om een verschil van meer dan één migraineaanval per maand te kunnen vaststellen. Aan het einde van het onderzoek was in beide behandelingsgroepen in gelijke mate een lichte verbetering opgetreden. De maandelijkse frequentie van aanvallen was, volgens het oordeel van de patiënt, afgenomen van gemiddeld drie naar twee. De auteurs concludeerden dat ze geen specifieke werkzaamheid van de homeopathische behandeling hadden vastgesteld.3 Ook dit goed opgezette onderzoek zou beter groter en van langere duur kunnen zijn geweest.
Ongecompliceerde wratten op de hand.4 Gedurende acht weken werden 67 kinderen van 6-12 jaar met wratten op de rug van hun hand behandeld met één van tien verschillende homeopathische middelen of een placebo. De beoordeling vond plaats door het fotograferen en meten van het oppervlak van de wratten voor en na de behandeling. Er werd geen enkel statistisch significant verschil vastgesteld tussen de twee patiëntengroepen.4 Overigens waren de twee behandelingsgroepen niet geheel vergelijkbaar en was het aantal patiënten ook te klein.
Preventie griepverschijnselen.5 Maar liefst 1.595 personen kregen ter preventie van griepverschijnselen het homeopathisch middel Oscillococcinum of een placebo voorgeschreven. De griep werd erg ruim gedefinieerd als temperatuur boven 37,7°C, gepaard gaande met ten minste twee van de volgende, langer dan twee dagen aanhoudende verschijnselen: rillingen, hoesten, spierpijn, rinitis of keelpijn. De middelen werden vier keer toegediend. De eerste drie weken eenmaal per week en een maand na de derde gift voor de laatste keer. In de homeopathiegroep had 21,6% van de personen griepverschijnselen gekregen en in de placebogroep 23,5%, hetgeen niet statistisch significant verschilde. Volgens de auteurs had de homeopathische behandeling niet het verwachte effect. Wel stelden zij vast dat met homeopathie bijwerkingen (m.n. spierpijn, rinorroe, hoofdpijn) statistisch significant vaker voorkwamen dan met placebo.5 De methodologie van dit onderzoek was middelmatig, onder meer door de bijna totale afwezigheid van een beschrijving van de in het onderzoek betrokken personen en de brede definitie van het griepsyndroom.
Preventie van pijn en infecties na volledige hysterectomie.6 Aan 93 patiënten die een volledige hysterectomie zouden ondergaan, werd aan de vooravond van de ingreep en gedurende de vijf daarop volgende dagen Arnica 30 CH of placebo voorgeschreven. Het aantal benodigde patiënten werd niet vooraf berekend en de analyse vond niet plaats volgens 'intention to treat'. Er werd geen enkel statistisch significant verschil in effect tussen de twee groepen vastgesteld.6 Het aantal patiënten was klein en de keuze van één middel in dezelfde verdunning voor de verschillende patiënten is, volgens de homeopathische principes, discutabel.
Twee meta-analysen.7 8 In dezelfde periode zijn twee meta-analysen gepubliceerd. De auteurs van de eerste meta-analyse concludeerden dat de resultaten niet verenigbaar waren met de hypothese dat de klinische effecten van homeopatische middelen volledig zijn toe te schrijven aan het placebo-effect.7 Het betrof echter een grote hoeveelheid verschillende aandoeningen die allemaal op één hoop werden geveegd. De auteurs onderstreepten ook zelf dat zij onvoldoende bewijs vonden dat homeopathie duidelijk werkzaam was voor enige afzonderlijke aandoening. Op deze meta-analyse is veel kritiek uitgeoefend, waarvan een groot deel reeds is besproken in Gebu 1998; 32: 12-13. Overigens is door twee van deze auteurs nog een nieuwe meta-analyse van 19 onderzoeken betreffende een geïndividualiseerde behandeling gepubliceerd.9 De resultaten gaven aan dat de onderzoeken van goede kwaliteit geen significant effect van de homeopathie lieten zien.9 De tweede meta-analyse betrof zes vergelijkende onderzoeken bij in totaal 1.076 patiënten die een ileumoperatie hadden ondergaan. Bij hen werden vier verschillende homeopathische middelen vergeleken met placebo.8 De auteurs constateerden dat het in de homeopathiegroep significant, iets korter duurde voordat het ileum weer functioneerde. Toch sloten zij een foutpositief resultaat niet uit vanwege de vele mogelijke vertekeningen.8 Overigens is het principe van deze tweede meta-analyse veel acceptabeler dan dat van de eerstgenoemde, aangezien hier een beperkt aantal homeopathische middelen is getest bij één, klinisch goed gedefinieerde situatie.

Reeds 14 jaar analyseert ons zusterblad Prescrire alle klinische onderzoeken met homeopathie. Op dit moment hebben de enkele gepubliceerde, goed opgezette, vergelijkende onderzoeken geen enkel preventief of therapeutisch effect van een homeopathisch middel kunnen vaststellen. De homeopathie dient daarom te worden beschouwd als een bijzondere vorm van placebotherapie.



1. Homéopathie, la recherche de la démonstration d' une activité clinique spécifique (suite). Prescrire 1999; 19: 212-217.
2. Walach H, Haeusler W, Lowes T, Mussbach D, Schamell U, Springer W et al. Classical homeopathic treatment of chronic headaches. Cephalalgia 1997; 17: 119-126.
3. Whitmarsh TE, Coleston-Shields DM, Steiner TJ. Double-blind randomized placebo-controlled study of homeopathic profylaxis of migraine. Cephalalgia 1997; 17: 600-604.
4. Kainz JT, Kozel G, Haidvogl M, Smolle J. Homeopathic versus placebo therapy of children with warts on the hands: a randomized, double-blind clinical trial. Dermatology 1996; 193: 318-320.
5. Attena F, Toscano G, Agozzino E, Del Giudice N. A randomized trial in the prevention of influenza-like syndromes by homeopathic management. Rev Epidémiol Santé Publique 1995; 43: 380-382.
6. Hart O, Mullee MA, Lewith G, Miller J. Double-blind, placebo-controlled, randomized clinical trial of homeopathic arnica C 30 for pain and infection after total abdominal hysterectomy. J R Soc Med 1997; 90: 73-78.
7. Linde K, Clausius N, Ramirez G, Melchart D, Eitel F, Hedges LV et al. Are the clinical effects of homeopathy placebo effects? A meta-analysis of placebo-controlled trials. Lancet 1997; 350: 834-843.
8. Barnes J, Resch KL, Ernst E. Homeopathy for postoperative ileus? A meta-analysis. J Clin Gastroenterol 1997; 25: 628-633.
9. Linde K, Melchart D. Randomized controlled trials of individualized homeopathy: a state-of-the-art review. J Altern Complement Med 1998; 4: 371-388.