Herbeoordeling balans werkzaamheid/bijwerkingen van COX-2-remmers

Achtergrond. Naar aanleiding van zorgen over de cardiovasculaire veiligheid van COX-2-remmers heeft de Committee for Proprietary Medicinal Products (CPMP, de Europese registratieautoriteiten) recent de balans van werkzaamheid en bijwerkingen nogmaals beoordeeld en aan de registratiehouders vragen gesteld over gastro-intestinale en cardiovasculaire bijwerkingen. Het gaat hier om de middelen celecoxib, etoricoxib, parecoxib, rofecoxib en valdecoxib. Deze behoren alle tot een relatief nieuwe groep middelen die selectief het enzym cyclo-oxygenase 2 remmen. Deze COX-2-remmers zijn in verschillende grote klinische onderzoeken onderzocht. Op het moment van registratie waren er voor de langdurige behandeling van reumatoïde artritis en artrose nog onvoldoende gegevens om deze middelen ten opzichte van de gebruikelijke NSAID's te kunnen beoordelen. Enkele aanvullende grote klinische onderzoeken (VIGOR: rofecoxib vs. naproxen, CLASS: celecoxib vs. diclofenac of ibuprofen) hebben inmiddels meer informatie gegeven over de verdraagzaamheid van deze middelen bij chronisch gebruik.

Gastro-intestinale bijwerkingen. Een consistent en belangrijk gastro-intestinaal voordeel van COX-2-remmers in vergelijking met conventionele NSAID's kon niet worden aangetoond. De klinische gegevens van rofecoxib toonden een consistent gastro-intestinaal voordeel in vergelijking met naproxen, maar dit voordeel was minder indien werd vergeleken met diclofenac. Het is niet bekend in hoeverre de gastro-intestinale toxiciteit van de COX-2-remmers in combinatie met acetylsalicylzuur ondergeschikt is aan die van conventionele NSAID's in combinatie met acetylsalicylzuur, maar er is zeker geen bewijs dat COX-2-remmers superieur zijn. Om deze redenen heeft de CPMP besloten om in de productinformatie van alle COX-2-remmers een algemene opmerking toe te voegen over het risico van het ontwikkelen van gastro-intestinale complicaties bij patiënten die tegelijkertijd acetylsalicylzuur gebruiken.

Cardiovasculaire toxiciteit. Met betrekking tot het cardiovasculaire risico kan worden geconcludeerd dat er een gering nadeel van de COX-2-remmers is in vergelijking met de conventionele NSAID's. Op basis van de beschikbare gegevens lijkt er bij gebruik van rofecoxib in vergelijking met naproxen, een hoger risico van cardiovasculaire toxiciteit, in het bijzonder myocardinfarcten. In tegenstelling tot de COX-1-remmers hebben COX-2-remmers in therapeutische doses geen effect op de bloedplaatjesaggregatie. De productinformatie van alle COX-2-remmers is aangepast door een waarschuwing op te nemen dat men voorzichtig moet zijn bij patiënten met een voorgeschiedenis van hart- en vaatziekten of die een lage dosis acetylsalicylzuur gebruiken als profylaxe voor cardiovasculaire trombo-embolische ziekten.

Overgevoeligheids- en ernstige huidreacties. Voor rofecoxib zijn er een aantal gevallen van overgevoeligheids- en ernstige huidreacties gemeld. Gezien de absolute aantallen en de geschatte frequenties lijken dit zeer zeldzame bijwerkingen waarvan de incidentie overeenkomt met die van de conventionele NSAID's. In de productinformatie van alle COX-2-remmers werd een waarschuwing omtrent ernstige overgevoeligheidsreacties (anafylaxie en angio-oedeem) en ernstige huidreacties (Stevens-Johnsons-syndroom, toxische epidermale necrolyse, erythema multiforme en exfoliatieve dermatitis) toegevoegd.

Conclusie. Op basis van een herbeoordeling van COX-2-remmers heeft de CPMP besloten dat de balans van werkzaamheid en bijwerkingen van deze middelen positief blijft. De productinformatie is echter op een aantal punten aangescherpt. Naar aanleiding van deze herbeoordeling heeft een harmonisatie plaatsgevonden van de rubrieken waarschuwingen (4.4) en eigenschappen (5.1) van alle COX-2-remmers.1

<hr />


1. Productinformatie COX-2-remmers via: emea.eu.int, human medicines, EPARs, of via: www.cbg-meb.nl Geneesmiddeleninformatiebank.

Stofnaam Merknaam®
celecoxib Celebrex
etoricoxib Arcoxia
parecoxib Dynastat
rofecoxib Vioxx
valdecoxib Bextra

Auteurs

  • Dr G.J. Tijhuis (CBG)