Hallucinaties tijdens het gebruik van oxybutynine (Dridase®)

Een zesjarig meisje, dat verder geen andere geneesmiddelen gebruikte, kreeg oxybutynine (Dridase®) 3 dd 3 mg voorgeschreven vanwege een instabiele blaas met enuresis. Haar lichaamsgewicht bedroeg op dat moment 32 kg, waarmee de dosering binnen het therapeutische gebied viel. Na inname van de tweede dosis kreeg ze, nog voor het slapen gaan, visuele hallucinaties. Na twee dagen werd in overleg met de voorschrijvend arts de medicatie gestaakt. Het meisje had geen voorgeschiedenis van psychiatrische symptomen of psychologische problemen. De hallucinaties verdwenen binnen enkele dagen, en sindsdien heeft ze geen klachten meer gehad.
In Gebu 1994; 28: 22 werd reeds aandacht besteed aan het optreden van neuropsychiatrische bijwerkingen bij oxybutynine. Zo werden van 1985-1990 in Frankrijk 39 gevallen van auditieve of visuele hallucinaties gemeld.1 Bij de Stichting Lareb zijn inmiddels 11 gevallen van psychische effecten gemeld bij 10 patiënten die met oxybutynine waren behandeld. De helft van hen waren kinderen of bejaarden. Het betrof apathie (n=1), concentratiestoornissen (n=1), psychose (n=1) en slaperigheid (n=7). Ook bij de Sectie Geneesmiddelenbewaking van de Inspectie voor de Gezondheidszorg kwamen sedert 1988 acht van dergelijke meldingen binnen. Slechts één patiënt was van middelbare leeftijd, de anderen waren kinderen of bejaarden. De klachten bestonden uit hallucinaties (n=3), depersonalisatie (n=1), verwarring, desoriëntatie en concentratiestoornissen (n=4) en agitatie (n=1).
Oxybutynine is een anticholinergicum dat tevens een direct spasmolytisch effect heeft op de musculus detrusor in de blaaswand. Op grond van de anticholinerge werking zouden psychiatrische klachten kunnen worden verwacht, met name bij een intoxicatie. Effecten op het centrale zenuwstelsel, waaronder hallucinaties, zijn beschreven bij een overdosering van tertiaire aminen, waartoe ook oxybutynine behoort. In de productinformatie staan tot nu toe psychiatrische klachten niet als bijwerking vermeld.
Wellicht bestaan er individuele verschillen in gevoeligheid voor de anticholinerge werking. In de regel zijn jonge kinderen, bejaarden en mensen met een psychiatrische voor- of familiegeschiedenis gepredisponeerd voor psychiatrische bijwerkingen in het algemeen.
Het doseringsadvies van de recent geregistreerde oxybutynine-producten is aanvankelijk bij volwassenen 3 dd 2,5 mg en bij ouderen 2 dd 2,5 mg. Bij kinderen van 5-9 jaar is het 3 dd 2,5 mg, van 9-12 jaar 2 dd 5 mg en van 12 jaar en ouder 3 dd 5 mg. De dosis dient op geleide van het effect te worden getitreerd. De maximale dosering voor volwassenen is 20 mg/dag en voor kinderen 15 mg/dag, maar mogelijk is deze voor sommige ouderen en kinderen te hoog.



1. Jonville AP, Dutertre JP, Autret E, Barbellion M. Effets indésirables du chlorure d'oxybutynine (Ditropan®). Bilan de l'enquête officielle des Centres Régionaux de Pharmacovigilance. Therapie 1992; 47: 389-392.