Glucosamine en chondroïtine bij artrose

Achtergrond. Over de toepassing van de voedingssupplementen glucosamine (dat recent in Nederland is geregistreerd) en chondroïtine bij artrose werd uitvoerig bericht (Gebu 2005; 39: 61-66  en Gebu 2006; 40: 48). Veel van het hierover verrichte onderzoek had methodologische tekortkomingen, zoals een te klein aantal deelnemers, onvoldoende blindering of analyse niet volgens het 'intention-to-treat'-principe. Ook waren er aanwijzingen voor publicatiebias en was het onderzoek dikwijls verricht in opdracht van producenten. Een groot deel van deze bezwaren zijn ondervangen in het door de 'National Institute of Health' gestarte 'Glucosamine/chondroïtine Arthritis Intervention Trial' (GAIT)-onderzoek, dat de werkzaamheid en veiligheid van deze middelen apart en in combinatie vergeleek met placebo en met celecoxib bij de behandeling van kniepijn door gonartrose.1 2

Methode.
In dit dubbelblinde onderzoek werden 1.583 patiënten met langdurige pijnklachten door röntgenologisch bewezen gonartrose gerandomiseerd naar één van vijf groepen, die een half jaar lang dagelijks respectievelijk 1500 mg glucosaminehydrochloride, 1200 mg chondroïtinesulfaat, beide middelen gecombineerd, 200 mg celecoxib of placebo gebruikten. Behalve paracetamol waren geen andere analgetica toegestaan. De pijn was bij 22% matig tot ernstig en bij 78% licht. De deelnemers waren gemiddeld 58 jaar, tweederde was vrouw en er was aanzienlijk overgewicht. De primaire uitkomstmaat was een afname van de pijn met ten minste 20% gemeten met de bij dit soort onderzoek veel gebruikte WOMAC-pijnindex (Western Ontario and McMaster Universities) met vragen over pijn in rust en bij bewegen. De steekproefomvang was berekend om een verschil te kunnen vinden tussen één van de voedingssupplementen of de combinatie in vergelijking met placebo, maar niet ten opzichte van celecoxib. De onderzoekers namen aan dat de respons in de placebogroep zo’n 35% was. Er vond geen specifieke registratie van cardiovasculaire bijwerkingen plaats.

Resultaat.
Na een half jaar was een vermindering van de pijnindex met minstens 20% bereikt bij ruim 60% van alle met glucosamine, chondroïtine, de combinatie of placebo behandelde patiënten, zonder significante verschillen tussen deze groepen. In de met celecoxib behandelde groep verbeterde 70%. Dit is weliswaar een significant verschil, maar het onderzoek was niet opgezet om dit aan te kunnen tonen. In de kleine subgroep van patiënten met matig tot ernstige pijn gaf behandeling met de combinatie wel een significant hoger percentage verbeterden in vergelijking met placebo, 79 versus 54%. De patiënten gebruikten gemiddeld voor de aanvang van het onderzoek 1,2 tabletten paracetamol van 500 mg, terwijl dit aan het einde van het onderzoek 1,7-1,8 tabletten was, een niet-significant verschil. De bijwerkingen van de supplementen waren minimaal en verschilden niet van die bij placebo of celecoxib.

Conclusie onderzoekers.
Glucosaminehydrochloride en chondroïtinesulfaat, alleen of gecombineerd, verminderen de pijn door gonartrose niet effectiever dan placebo. De bevinding bij subgroepanalyse, dat de combinatie van beide supplementen wel werkzaam is bij patiënten met ernstige pijnklachten, verdient nader onderzoek.

Plaatsbepaling

Een definitieve plaatsbepaling van glucosamine (uit schaaldieren afkomstig) en chondroïtine (uit kraakbeen van runderen) bij de behandeling van artrose is ook na dit onderzoek nog lang niet mogelijk. In grote lijnen lijkt het effect op de pijnklachten niet groter dan dat van placebo en moet worden vastgesteld dat deze middelen niet werkzaam zijn. Daarbij moet worden opgemerkt dat de pijnklachten bij de patiënten veelal licht van aard waren, maar dat bezwaar geldt ook voor meerdere andere onderzoeken die met deze supplementen zijn verricht (Gebu 2005; 39: 61-66). Voorts was de respons op placebo onverwacht groot. Het is jammer dat de onderzoekers geen gebruik hebben gemaakt van glucosaminesulfaat dat meestal in klinisch onderzoek werd gebruikt. Het is mogelijk dat de combinatie van beide supplementen in een subgroep van patiënten met ernstige pijn wel werkzaam is. Het betrof hier een geprotocolleerde subgroepanalyse (de auteurs spreken van een verkennende analyse) waarvan de interpretatie onduidelijk is vanwege het geringe aantal patiënten. Nader onderzoek bij grotere groepen patiënten is wenselijk. Los van het niet duidelijk aantoonbare effect op de pijn, staat de claim dat deze middelen op langere termijn door remming van kraakbeenslijtage de ziekteprogressie vertragen. Ook hierover zal het GAIT-onderzoek binnenkort berichten.


1. Clegg DO, et al. Glucosamine, chondroitin sulfate, and the two in combination for painful knee osteoarthritis. N Engl J Med 2006; 354: 795-808. 
2. Hochberg MC. Nutritional supplements for knee osteoarthritis - still no resolution. N Engl J Med 2006; 354: 858-860.   

Auteurs

  • dr A.J.F.A. Kerst