Fyto-oestrogenen

Fyto-oestrogenen zijn uit planten afkomstige stoffen die in het maag-darmkanaal worden omgezet in oestrogeenachtige substanties. Er bestaat een groot aantal verbindingen die in meer of mindere mate een oestrogene werking bezitten. De belangrijkste groepen, isoflavonen, lignanen en coumestanen, komen vooral voor in sojabonen, vlaszaad, granen, (peul)vruchten en groenten. Andere bekende bronnen zijn rode klaver (de gewoonste klaversoort) en zilverkaars (een siertuinplant).1 De term fyto-oestrogeen wordt gebruikt voor voedingsstoffen en voor plantenextracten in tabletvorm, maar ook voor synthetische producten, zoals ipriflavon. Het gebruik van fyto-oestrogenen wordt in reformwinkels en damesbladen toenemend aan de vrouw gebracht als hét antwoord op overgangsklachten en als een 'natuurlijk' (en dus gezond) alternatief voor postmenopauzale hormonale substitutie.
De werking van deze verbindingen kan zwak-oestrogeen zijn, maar een anti-oestrogene werking, mogelijk door competitie op het niveau van de oestrogeenreceptor, wordt ook wel verondersteld.2 Zo zouden sommige isoflavonen een grotere affiniteit voor de oestrogeen β-receptor dan voor de α-receptor bezitten. Daarom wordt wel gesuggereerd dat fyto-oestrogenen zouden kunnen werken als 'selective estrogen receptor modulator' (SERM). Hiervoor is echter geen bewijs.
Is de aanspraak dat fyto-oestrogenen belangrijk zijn voor de gezondheid en voor het welbevinden van vrouwen na de menopauze wetenschappelijk gefundeerd? Uit voornamelijk observationeel onderzoek is de indruk ontstaan dat Oosterse en vooral Japanse vrouwen minder last hebben van overgangsklachten dan Westerse vrouwen.3 Dit verschil wordt wel toegeschreven aan het feit dat de dagelijkse voeding van Aziatische vrouwen rijk is aan sojaproducten. Enkele dubbelblinde placebogecontroleerde onderzoeken naar het effect van soja-extracten op opvliegers zijn of moeilijk te interpreteren, of laten geen significante verschillen zien.3 De incidentie van sommige ziekten waarbij de oestrogeenstatus van invloed is, zoals hart- en vaatziekten, osteoporose en borst- en prostaatkanker, is lager in populaties die voeding gebruiken die rijk is aan fyto-oestrogenen.4 Goed epidemiologisch onderzoek van deze verbanden, waarbij rekening wordt gehouden met 'confounders', is schaars. Tevens zijn de uitkomsten van in-vivo- en in-vitro-onderzoek nogal eens tegenstrijdig.4 5 Dat fyto-oestrogenen een cardioprotectief effect zouden kunnen hebben, was de conclusie van een meta-analyse van 38 gecontroleerde onderzoeken. Voeding die dagelijks gemiddeld 47 g soja-eiwit bevatte, liet de waarden van het totaal- en LDL-cholesterol dalen.6 Op grond van het effect op deze surrogaatparameters ten aanzien van arteriële ziekten, heeft de Amerikaanse 'Food and Drug Administration' reclame van sommige sojaproducten met deze gezondheidsclaim goedgekeurd. Ernstige bijverschijnselen zijn niet gemeld, maar daar is dan ook geen specifiek onderzoek naar verricht.
Omdat fyto-oestrogenen in de handel worden gebracht als voedingssupplement en niet als geneesmiddel, vallen zij niet onder de eisen voor registratie van geneesmiddelen. Fyto-oestrogeenhoudende producten worden aangeboden zonder dat de geclaimde gunstige werking is onderbouwd met gecontroleerd onderzoek, zonder dat de juiste dosering is vastgesteld, zonder dat er inzicht bestaat in eventuele bijwerkingen en contra-indicaties, en zonder garantie voor de zuiverheid en de samenstelling van het product. Dit staat in schril contrast met de strenge eisen voor de registratie van oestrogenen, SERM’s en andere geneesmiddelen voor vrouwen na de menopauze.

Plaatsbepaling
Het is naïef om voor fyto-oestrogenen uit te gaan van de stelling 'baat het niet, dan schaadt het niet'. Eerst moeten de effecten van fyto-oestrogenen op verschillende weefsels goed worden gedocumenteerd. Tevens moeten er resultaten van prospectief en gerandomiseerd onderzoek naar de werking en de bijwerkingen beschikbaar komen. Pas dan is het mogelijk om te oordelen over de voordelen maar ook over de gevaren van deze producten.



1. Phytoestrogens. The Medical Letter 2000; 42: 17-18.
2. Ginsburg J, et al. Lack of significant hormonal effects and controlled trials of phyto-oestrgens. Lancet 2000; 355: 163-164.
3. Boulet MJ, et al. Climateric and menopause in seven South East Asian countries. Maturitas 1994; 19: 157-176.
4. Messina MJ, et al. Soy intake and cancer risk: a review of in vitro and in vivo data. Nutr Cancer 1994; 21: 113-131.
5. Xu X, et al. Effects of isoflavones on estrogen and phytoestrogen metabolism in premenopausal women. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 1998; 7: 1101-1108.
6. Anderson JW, et al. Meta-analysis of the effects of soy protein intake on serum lipids. N Engl J Med 1995; 333: 276-282.