Foliumzuur vertraagt cognitieve achteruitgang

Achtergrond. Er zijn aanwijzingen dat een te lage foliumzuurinname met daarbij een verhoogde serumconcentratie homocysteïne bij ouderen gepaard gaat met een hoger risico van cognitieve achteruitgang of dementie. Enkele placebogecontroleerde interventieonderzoeken, klein en van korte duur, lieten echter geen effect van extra foliumzuurgebruik op de cognitieve achteruitgang zien, maar dikwijls was daarbij gebruik gemaakt van weinig gevoelige testmethoden. Het effect van langdurig laaggedoseerde foliumzuursuppletie op enkele laboratoriumkenmerken van atherosclerose werd onderzocht in het 'Folic Acid and Carotid Intima-media Thickness' (FACIT)-onderzoek door de afdeling Humane Voeding van de Universiteit Wageningen en het Wageningen Centre for Food Sciences. De deeluitkomst betreffende het cognitief functioneren wordt hier besproken.1 2

Methode. De deelnemers aan dit gerandomiseerde en dubbelblinde onderzoek waren tussen 50 en 70 jaar oud en afkomstig uit regionale donorbestanden en de algemene bevolking. Omdat het onderzoek zich richtte op een populatie met een onvoldoende folaatstatus blijkens een verhoogde homocysteïnewaarde, werden personen uitgesloten met een normaal homocysteïnegehalte (<13 µmol>12-deficiëntie en dunnedarm-, nier- of schildklierziekte. Deze uitsluiting betrof 80% van de gescreenden. De 818 deelnemers kregen drie jaar lang dagelijks 0,8 mg foliumzuur of placebo. Metingen vonden plaats bij het begin van het onderzoek en na drie jaar. Er was weinig uitval en de therapietrouw was zeer hoog. Analyse geschiedde volgens het 'intention-to-treat'-principe. 

Resultaat. Driekwart van de deelnemers waren mannen, gemiddeld 60 jaar oud. Het scholingsniveau was modaal. De folaatopname uit de voeding was tijdens het hele onderzoek te laag: gemiddeld 170-190 µg/dag (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid is in Nederland 300 µg/dag). Bij het begin van het onderzoek waren de gemiddelde foliumzuurwaarden in serum en erytrocyten normaal, bij een al wel licht verhoogde plasmahomocysteïnewaarde. Na drie jaar waren in de foliumzuurgroep de folaatwaarden verhoogd en de homocysteïnewaarden normaal, terwijl in de placebogroep niets was veranderd. Hoe ontwikkelden zich in drie jaar tijd de cognitieve functies, die met een hele testbatterij in verschillende domeinen werden onderzocht? Zowel het geheugen (eerste opslag van nieuwe ervaringen), als de snelheid van sensomotorische verwerking van basale informatie was significant beter in de foliumzuur- dan in de placebogroep. De verwerking van meer complexe informatie en het snel noemen van woorden van een bepaalde soort, waren niet veranderd. Vergeleken met de te verwachten leeftijdsafhankelijke regressie zou drie jaar foliumsuppletie het globaal cognitief functioneren met anderhalf jaar verjongen. Hoe hoger de uitgangswaarde van homocysteïne des te sterker de verbetering van de snelheid van informatieverwerking.

Conclusie onderzoekers. Foliumzuursuppletie gedurende drie jaar geeft in een op verhoogd homocysteïne geselecteerde Nederlandse populatie van niet-demente personen tussen de 50 en 70 jaar een significant gunstig effect in testen die geheugen en snelheid van informatieverwerking meten, domeinen van de cognitieve functie die het meest gevoelig zijn voor vertraging bij veroudering.


De rijkste natuurlijke voedingsbronnen van folaten zijn bladgroenten, peulvruchten, volkorenproducten en orgaanvlees. Foliumzuur is als co-enzym betrokken bij de synthese van DNA, maar ook bij de omzetting van sommige aminozuren, zoals de vorming van methionine uit homocysteïne. Dat verklaart waarom homocysteïneverhoging naast een afzonderlijke risicofactor voor hart- en vaatziekten ook een gevoelige risico-indicator is voor foliumzuurdeficiëntie.
Uit dit goed opgezette FACIT-onderzoek komt naar voren, dat bij een beperkt deel van Nederlanders tussen 50 en 70 jaar de folaatinname met de voeding lager is dan wenselijk en dat langdurige laaggedoseerde suppletie niet alleen biochemische maten normaliseert maar tevens het cognitief functioneren gunstig beïnvloedt.
De Gezondheidsraad adviseerde in 2000 tegen verrijking van meel en brood met foliumzuur, omdat ouderen met een marginale vitamine B12-status door extra foliumzuur te gebruiken hun vitamine B12-tekort zouden maskeren met neurologische schade als mogelijk gevolg. Hiertegen kan worden ingebracht dat in de Verenigde Staten sinds de wettelijke invoering van foliumzuurverrijking in 1998 geen toename van het aantal gevallen van dergelijke maskering is gezien.
Voor een beter inzicht in de klinische relevantie van foliumzuursuppletie is vergelijkbaar opgezet interventieonderzoek nodig ook in andere populaties, zoals bij lichte cognitieve stoornis en bij beginnende dementie. Mogelijk komt herziening van het ministeriële besluit over verrijking van voedingsmiddelen dan opnieuw aan de orde.

1. Durga J, et al. Effect of 3-year folic acid supplementation on cognitive function in older adults in the FACIT trial: a randomised, double blind, controlled trial. Lancet 2007; 369: 208-216. 
2.
Morris MC, et al. Is dietary intake of folate too low? [Comment.] Lancet 2007; 369: 166-167.

 

Auteurs

  • dr A.J.F.A. Kerst