Financiële banden en concordantie tussen resultaten en conclusies in meta-analysen

Achtergrond. Het is bekend, dat veel onderzoek uitgevoerd door biomedische onderzoekers, wordt gefinancierd door de farmaceutische industrie.1 Als gevolg van deze financiële banden zijn betrokken onderzoekers meer geneigd artikelen te publiceren waarin de producten van deze industrie positief worden ondersteund.2 3 Er zijn nu aanwijzingen, dat financiële banden van onderzoekers en daaruit voortkomende publicaties ook de uitkomsten van meta-analysen beïnvloeden. Recent werd door onafhankelijke Amerikaanse onderzoekers die geen financiële banden met de industrie hadden, onderzocht in hoeverre financiële banden van onderzoekers met een farmaceutisch bedrijf geassocieerd zijn met gunstige resultaten of met gunstige conclusies in meta-analysen over antihypertensiva. 

Methode.
Meta-analysen werden ingesloten die tot december 2004 waren gepubliceerd en die de effecten onderzochten van antihypertensiva in vergelijking met andere antihypertensiva, placebo, geen behandeling of 'usual care', op klinische eindpunten bij volwassenen.4 De belangrijkste uitkomstmaten waren de resultaten en conclusies van meta-analysen, waarbij deze beide uitkomsten werden gecategoriseerd als gunstig of ongunstig (dichotoom) met betrekking tot het onderzochte middel. De niet gunstige uitkomsten werden nog onderverdeeld in vier subgroepen. Aanwezigheid van financiële banden berustte op hetgeen de auteurs zelf hadden opgegeven aan het tijdschrift of aan een supplement waarin het was gepubliceerd of wat de eerste auteur van het artikel in het verleden had opgegeven bij andere door hem of haar geschreven artikelen. Ook werd de methodologische kwaliteit van elke meta-analyse beoordeeld.

Resultaat.
Er werden 124 meta-analysen ingesloten en daarvan was 50% gepubliceerd na 1996. Bij 40% van de 124 meta-analysen was sprake van financiële banden met één farmaceutisch bedrijf. Gunstige resultaten waren significant geassocieerd met betere kwaliteit, analyse van heterogeniteit en het uitgevoerd hebben van sensitiviteitsanalysen. Financiële banden van onderzoekers met één bedrijf waren niet geassocieerd met gunstige resultaten, maar dergelijke banden waren wel het enige kenmerk dat was geassocieerd met gunstige conclusies (OR 4,09 [1,30-12,83]). Waar 55% van de door de industrie gesponsorde meta-analysen een positief resultaat lieten zien, werd aan 92% van deze meta-analysen een positieve conclusie gehangen. 
Als er werd geanalyseerd met multipele logistische regressie, waarmee de invloed van verschillende verstorende variabelen kan worden gecorrigeerd, dan bleef het effect aanwezig dat de onderzoekers van meta-analysen die financiële banden met één bedrijf hebben, meer geneigd zijn gunstige conclusies te rapporteren (OR 5,11 [1,54-16,92]). Meta-analysen met financiële banden met niet op winst gerichte organisaties toonden 100% concordantie tussen resultaten en conclusies.

Conclusie onderzoekers.
Meta-analysen over antihypertensiva waarin sprake is van financiële belangen met een farmaceutische industrie zijn niet vaker geassocieerd met gunstige resultaten, maar wel met gunstige conclusies.

Plaatsbepaling

In het groeiende aantal artikelen over de relatie tussen financiële banden van onderzoekers met de farmaceutische industrie en de uitkomsten van onderzoeken vormt deze publicatie een interessante bijdrage. In een begeleidend 'editorial' wordt geconcludeerd, dat met dit onderzoek opnieuw wordt aangetoond welke invloed de farmaceutische industrie heeft op publicaties van het door hen gefinancierde onderzoek.5 En dus niet alleen op afzonderlijk gepubliceerde klinische onderzoeken, maar ook op meta-analysen. Het voorstel om de industrie minder invloed te geven in het onderzoek dat zij financiert en organiseert en het geld dat voor onderzoek beschikbaar is in een gemeenschappelijk fonds onder te brengen, wordt door de schrijver van het editorial afgewezen omdat het niet realistisch zou zijn. Hij schetst een dilemma: genoegen nemen met minder maar beter onderzoek of meer onderzoek van mindere kwaliteit. De schrijver kiest voor het laatste. Hij vindt namelijk in het onderzoek geen enkele aanwijzing dat de ruwe onderzoeksgegevens van de meta-analysen niet correct zouden zijn.5 Maar dat hebben de onderzoekers nu juist niet onderzocht. Zij hebben geen uitspraak gedaan over de validiteit van de resultaten in de afzonderlijke onderzoeken die zijn opgenomen in de meta-analysen. Daarom kan ook een andere conclusie worden getrokken, namelijk dat het systeem van 'peer review' van medische tijdschriften tekortschiet. In ieder geval is dit gebeurd bij de publicaties over meta-analysen van onderzoeken met antihypertensiva. Zowel redacteuren als peer reviewers hebben in vele gevallen niet opgemerkt dat er een discrepantie bestaat tussen resultaten en conclusies van meta-analysen, met andere woorden dat de conclusies waren vertekend.
Aan lezers van wetenschappelijke artikelen kan over het algemeen worden aangeraden op grond van de resultaten zelf conclusies te trekken, en zich niet te veel te laten leiden door de conclusies van de auteurs. Zij kunnen onafhankelijke informatie over geneesmiddelen ook krijgen via tijdschriften die zijn aangesloten bij de International Society of Drug Bulletins (ISDB), zoals het Geneesmiddelenbulletin.



1. Bekelman JE, et al. Scope and impact of financial conflicts of interest in biomedical research: a systematic review. JAMA 2003; 289: 454-465.
2. Lexchin J, et al. Pharmaceutical industry sponsorship and research outcome and quality: systematic review. BMJ 2003; 326: 1167-1170.
3. Als-Nielsen B, et al. Association of funding and conclusions in randomized drug trials. BMJ 2003; 290: 921-928.
4. Yank V, et al. Financial ties and concordance between results and conclusions in meta-analyses: retrospective cohort study. BMJ 2007; 335: 1202-1205.
5. Epstein RA. Influence of pharmaceutical funding on the conclusions of meta-analyses. BMJ 2007; 335: 1167.  

Auteurs

  • dr D. Bijl