Etanercept (Enbrel®), nieuw antireumaticum

Van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) kregen we deze maand de volgende informatie over actuele ontwikkelingen op het gebied van de Nederlandse en Europese registraties.

Nieuw antireumaticum

Etanercept (Enbrel®) is een door middel van recombinant DNA-technieken verkregen fusie-eiwit van de humane tumornecrosefactor (TNF)-receptor en het Fc-domein van humaan IgG1. TNF speelt een belangrijke rol bij het ontstekingproces van reumatoïde artritis. Etanercept bindt TNF, waardoor het biologisch effect van TNF wordt tegengegaan. Etanercept is geregistreerd voor de behandeling van 'volwassenen met actieve reumatoïde artritis indien de respons op 'disease modifying antirheumatic drugs' (DMARD's), waaronder methotrexaat (tenzij gecontraïndiceerd) ontoereikend is gebleken.' Etanercept is ook geregistreerd voor de behandeling van 'kinderen van 4-17 jaar met actieve polyarticulaire chronische artritis die een ontoereikende respons hebben gehad op, of die intolerant zijn gebleken voor methotrexaat.'
Etanercept werd bij volwassenen patiënten onderzocht in twee gerandomiseerde dubbelblinde onderzoeken,1 2 waarvan er één placebogecontroleerd was.2 In het placebogecontroleerde onderzoek bleek de respons op etanercept tweemaal per week 25 mg subcutaan toegediend (bij 78 patiënten) gunstig af te steken bij de met placebo behandelde groep (van 80 patiënten). Bij de betrokken patiënten had eerdere behandeling met tenminste één maar niet meer dan vier DMARD's gefaald. Na zes maanden behandeling werd een verbetering van 50% van de symptomen, gedefinieerd volgens American College of Rheumatology (ACR-50), waargenomen bij 40% van de patiënten in de etanerceptgroep vs. bij 5% in de placebogroep. Het waargenomen verschil was reeds na drie maanden significant. Een lagere dosis etanercept (tweemaal per week 10 mg) gaf bij 24% van de patiënten een respons. Na het stoppen van de behandeling keerden de symptomen veelal binnen een maand terug. Hernieuwde toediening van etanercept bleek evenwel effectief.
Bij actieve polyarticulaire juveniele chronische artritis werd etanercept onderzocht bij 69 kinderen in de leeftijdsgroep van 4-17 jaar.3 In het eerste, open, deel van het onderzoek, waarin alle patiënten werden behandeld met etanercept tweemaal per week 0,4 mg/kg (max. 25 mg), werd bij 51 kinderen (74%) een respons waargenomen. Na drie maanden werden patiënten die een respons vertoonden gerandomiseerd tussen voortgezet gebruik van etanercept of behandeling met placebo gedurende 4 maanden. Opflakkering van de ziekte werd beoordeeld. Zes van de 25 van de patiënten (24%) in de etanerceptgroep kregen een opflakkering van de ziekte vs. 21 van de 26 patiënten (81%) in de placebogroep.
In klinisch onderzoek zijn tot op heden 1.809 patiënten met reumatoïde artritis aan etanercept blootgesteld. Ervaring met langdurige behandeling in open onderzoek is beperkt tot 24 maanden.

De meest voorkomende bijwerking, reacties op de injectieplaats, was gewoonlijk mild en van voorbijgaande aard. Bij 99 patiënten traden evenwel ernstige infecties op. Een aantal maligniteiten van verschillende types werd geobserveerd. Dit aantal (20) was echter niet hoger dan wat normaal kon worden verwacht. Ongeveer 5% van de patiënten ontwikkelde antilichamen tegen etanercept, maar hiervan zijn geen nadelige effecten waargenomen.



1. Weinblatt ME, et al. N Engl J Med 1999; 340: 253-259.
2. Moreland LW, et al. Ann Intern Med 1999;130: 478-486.
3. Lovell DJ, et al. N Engl J Med 2000; 342: 763-769.