Denosumab en atypische femurfracturen

Denosumab (Prolia®) is geregistreerd voor de behandeling van osteoporose bij postmenopauzale vrouwen met een verhoogd risico op fracturen en de behandeling van botverlies gerelateerd aan hormoonablatie bij mannen met prostaatkanker die een verhoogd risico op fracturen hebben.1 Het middel wordt voor deze indicatie in een dosering van 60 mg éénmaal per zes maanden subcutaan toegediend. Voorts is denosumab (Xgeva®) in een dosering van 120 mg éénmaal per vier weken subcutaan geregistreerd voor de preventie van botcomplicaties bij botmetastasen van solide tumoren. De Amerikaanse registratieautoriteit Food and Drug Administration (FDA) heeft overigens alleen de indicatie voor postmenopauzale osteoporose goedgekeurd.2
De Britse registratieautoriteit ’Medicines and Healthcare products Regulatory Agency’ (MHRA) meldt dat atypische femurfracturen in zeldzame (=1/10.000 tot <10>3 In een open vervolgfase van een gerandomiseerd onderzoek met 8.928 patiënten is deze bijwerking aan het licht gekomen. Twee gevallen zijn bevestigd. De aard van de fracturen komt overeen met de atypische femurfracturen bij langdurig gebruik van bisfosfonaten. Het verhoogde risico geldt volgens de MHRA ook voor denosumab 120 mg.3
Gezondheidswerkers worden er op geattendeerd dat atypische femurfracturen ontstaan zonder of na een gering trauma in de diafyse of het subtrochantaire deel van het femur. Atypische femurfracturen komen vaak bilateraal voor.3
De al bekende en frequentst gemelde (=1/100 tot <1>Gebu 2011; 45: 91-92). Ischias, cataract en obstipatie komen eveneens vaak voor.1 Ernstige bijwerkingen komen zelden (=1/10.000 tot <1>De FDA heeft ook gemeld dat ernstige infecties en maligniteiten vaker voorkomen bij denosumab.2 Ten aanzien van de maligniteiten wordt gesteld dat een causaal verband met denosumab niet is vastgesteld.2

Plaatsbepaling

In Gebu 2011; 45: 91-92 is een negatieve pilwaardering toegekend aan denosumab. Dat oordeel was gebaseerd op onduidelijkheid over de werkzaamheid op harde eindpunten en bijwerkingen op de lange termijn. Met de thans bekend geworden bijwerkingen kan dat oordeel worden gewijzigd in een advies om het middel niet voor te schrijven. Ons Franse zusterblad La Revue Prescrire (2011; 31: 168-172) kwam eerder al tot dezelfde conclusie.



1. Productinformatie denosumab (Prolia®), via: www.ema.europa.eu, human medicines, EPAR’s.
2. Productinformatie denosumab (Prolia®), via: http://www.accessdata.fda.gov/drugsatfda_docs/label/ 2010/125320s0000lbl.pdf.
3. Drug Safety Update 2013; 6 (7): A1 [internet]. Via: http://www.mhra.gov.uk/Safetyinformation/DrugSafetyUpdate/CON239411.

Auteurs

  • dr D. Bijl