De pil en borstkanker

Enige tijd geleden werden de resultaten gepubliceerd van een in ons land verricht patiënt-controle-onderzoek1 naar de mogelijke samenhang tussen pilgebruik en het optreden van borstkanker (Gebu 1995; 29: 29-30). De conclusie ervan luidde dat pilgebruik gedurende vier jaar of meer aan het begin (m.n. voor het 20e levensjaar) of aan het einde van de vruchtbare jaren samenhangt met een verhoogd risico van borstkanker.
Deze zomer zijn de resultaten van dit onderzoek samen met die van nog 53 (!) andere, soortgelijke onderzoeken in een meta-analyse samengevoegd.2 Het pilgebruik van in totaal 53.297 vrouwen met borstkanker (patiënten) werd vergeleken met dat van 100.239 vrouwen (controles) zonder deze aandoening.
Vrouwen bleken op het moment dat ze de pil gebruiken een significant hoger relatief risico (+24%) van borstkanker te hebben (tab. 1). Na het stoppen met de pil liep dit verschil langzaam terug en was na tien jaar niet meer aanwezig.


Per leeftijdsgroep bezien was van alle vrouwen die de pil gebruikten of hiermee korter dan 10 jaar geleden waren gestopt, het relatieve risico het meest verhoogd (1,22) voor degenen die voor hun 20e met het gebruik waren begonnen. Het absolute risico van borstkanker is in deze leeftijdscategorie echter zeer klein (tab. 2).


Onder 10.000 vrouwen die op de leeftijd van 16-19, 20-24 en 25-29 jaar de pil gebruikten, ontstonden respectievelijk 0,5, 1,5 en 4,7 extra gevallen van borstkanker tot 10 jaar na stoppen met de pil. De duur van het gebruik, alsmede de dosering en het type oestrogeen en progestageen waren niet van invloed op het risico. In de meta-analyse kon echter niet worden gekeken naar het effect van langdurig pilgebruik vanaf jonge leeftijd tot de eerste zwangerschap, noch naar de gevolgen hiervan op hogere leeftijd wanneer het risico van borstkanker relatief hoog is.
De vastgestelde carcinomen bij vrouwen die op dit moment of in het verleden de pil gebruikten, waren minder ver gevorderd dan bij andere vrouwen, zodat ze waarschijnlijk beter behandelbaar waren.2 Wellicht heeft dit te maken met het feit dat pilgebruiksters vaker een arts zien en zelf beter letten op mogelijke veranderingen in de borst, zodat een eventuele borstkanker eerder wordt ontdekt.

Deze meta-analyse van 54 epidemiologische onderzoeken duidt er op dat vrouwen die de pil gebruiken of daarmee korter dan tien jaar geleden zijn gestopt, een gering verhoogd risico lopen dat bij hen borstkanker wordt gediagnostiseerd. Aangezien de vastgestelde carcinomen echter minder ver zijn gevorderd dan bij vrouwen zonder pil, hoeft dit niet te betekenen dat de sterfte als gevolg van borstkanker hierdoor is verhoogd. Verder onderzoek naar met name de invloed van langdurig pilgebruik vanaf jonge leeftijd tot de eerste zwangerschap op het optreden van borstkanker op oudere leeftijd is gewenst.

<hr />

1. Rookus MA, Leeuwen FE van, for the Netherlands Oral Contraceptives and Breast Cancer Study Group. Oral contraceptives and risk of breast cancer in women aged 20-54 years. Lancet 1994; 344: 844-851.
2. Collaborative Group on Hormonal Factors in Breast Cancer. Breast cancer and hormonal contraceptives: collaborative reanalysis of individual data on 53297 women with breast cancer and 100239 women without breast cancer from 54 epidemiological studies. Lancet 1996; 347: 1713-1727.