De medicamenteuze behandeling tijdens en na het myocardinfarct


onder medeverantwoordelijkheid van de redactiecommissie

Er zijn in de afgelopen jaren enkele belangrijke ontwikkelingen geweest op het gebied van de medicamenteuze behandeling en de secundaire preventie van het myocardinfarct. De belangrijkste ontwikkelingen waren echter op het niet-medicamenteuze gebied. Van de verschillende geneesmiddelengroepen kan steeds duidelijker worden aangegeven wat hun plaats is in de behandeling en de secundaire preventie (Gebu 2003; 37: 13-19).

 



Fibrinolyse is het proces dat ervoor zorgt dat een eenmaal gevormd stolsel (van fibrinetrombi) na enige tijd weer wordt afgebroken. Men spreekt van trombolyse als men de werking op een specifieke plaats bedoelt. Diverse onderzoeken met betrekking tot trombolyse in de acute fase van het myocardinfarct hebben laten zien dat iedere patiënt met een myocardinfarct voordeel heeft bij deze behandeling, ondanks een iets verhoogd risico van intracraniële bloeding.6-11
Het risico dat het gebruik van trombolyse met zich mee brengt moet worden afgewogen tegen de te verwachten winst die is te behalen door beperking van myocardschade. Als de myocardschade, gebaseerd op elektrocardiografische criteria, niet groot zal zijn, is de te verwachten winst niet groot en is behandeling met trombolyse derhalve niet zinvol.
Het voordeel van het gebruik van trombolytica wordt groter bij patiënten met een voorwandinfarct, diabetes mellitus, lage bloeddruk (<100 mm hg systolisch) en hoge hartfrequentie. hoe eerder wordt gestart met de therapie, groter winst. meeste winst is te behalen in eerste drie uur (en dan vooral het uur, ook buiten ziekenhuis: driemaal minder doorgezette myocardinfarcten12) na het ontstaan van de klachten. Maar ook 3-6 uur na het ontstaan van de klachten is behandeling met trombolytica nog zinvol. Voor alteplase en streptokinase is aangetoond dat ook 6-12 uur na het ontstaan van de klachten behandeling zinvol is.8 13-16 Een meta-analyse van negen onderzoeken bij ruim 58.000 patiënten waarin de werkzaamheid van behandeling met trombolytica is onderzocht, liet een absolute mortaliteitsreductie zien van 1,8% na 35 dagen (NNT 56).13
Een belangrijke voorwaarde voor trombolyse is ST-elevatie op het elektrocardiogram (ECG). Ook oudere patiënten hebben voordeel bij behandeling, maar zij hebben een groter risico van bijwerkingen. In een onderzoek bij ruim 70.000 patiënten (periode 1994-1996) bij wie trombolyse met alteplase vanwege een acuut myocardinfarct was uitgevoerd, werd van 673 patiënten (0,95%) gerapporteerd dat zij een intracraniële bloeding hadden gehad. Het risico nam duidelijk toe met de leeftijd: in vergelijking met patiënten jonger dan 65 jaar was de OR 2,71 voor patiënten van 65-74 jaar en voor patiënten van 75 jaar en ouder was de OR 4,34.17 Patiënten met alleen ST-depressie hebben geen baat bij trombolyse.13 18
Streptokinase is een trombolyticum van de eerste generatie en is relatief goedkoop en veilig, met als nadeel dat er allergische reacties kunnen voorkomen. Streptokinase werkt relatief langzaam en aspecifiek. Ofschoon het middel nog wel wordt toegepast, heeft het in Nederlandse en internationale richtlijnen geen plaats meer.
Nieuwere trombolytica, zoals het tweedegeneratiemiddel alteplase (recombinant tissue Plasminogen Activator (rt-PA)), werken sneller en specifieker dan streptokinase en zijn bewezen werkzamer. Deze grotere werkzaamheid gaat gepaard met een geringe statistisch significante stijging in het voorkomen van intracraniële bloeding.19-22 In een onderzoek bij ruim 40.000 patiënten met een zich ontwikkelend myocardinfarct werd de werkzaamheid vergeleken van streptokinase (met heparine intraveneus of subcutaan toegediend), alteplase, en de combinatie van beide middelen.19 Na 30 dagen bleek dat de mortaliteit na behandeling met streptokinase 7,2% (met heparine s.c.) was en 7,4% (met heparine i.v.), met versneld toegediend rt-PA (en heparine i.v.) 6,3% en met de combinatie van streptokinase en rt-PA 7,0%.19 Behandeling met rt-PA geeft een absolute mortaliteitsreductie van circa 1% (NNT ca. 100). Bij respectievelijk 0,49%, 0,54%, 0,72% en 0,94% van de patiënten trad een intracraniële bloeding op.
Reteplase en tenecteplase zijn derdegeneratietrombolytica die als bolusinjectie kunnen worden toegediend.23 Tenecteplase is in een onderzoek bij ruim 16.000 patiënten met een acuut myocardinfarct vergeleken met alteplase en daarin bleek de mortaliteit na 30 dagen bij gebruik van deze middelen niet-significant te verschillen.24 Ook het aantal intracraniële bloedingen bleek niet te verschillen. Met tenecteplase waren er wel significant minder niet-cerebrale bloedingen en minder noodzakelijke bloedtransfusies. Van de combinatie van tenecteplase met het laagmoleculaire heparine ('low-molecular-weight' heparines (LMWH)) enoxaparine en acetylsalicylzuur is ook aangetoond dat deze effectief is.25-27 Reteplase is in een onderzoek bij ruim 15.000 patiënten met een acuut myocardinfarct vergeleken met alteplase.20 De resultaten toonden na 30 dagen geen significante verschillen in mortaliteit en intracerebrale bloedingen.
De bolusinjectie heeft als voordeel dat deze snel na het optreden van een myocardinfarct kan worden toegepast, bijvoorbeeld in de ambulance. De kans op succes van de behandeling wordt hierdoor vergroot. Ook in geval van uitblijven van succes van de therapie zijn er mogelijkheden de patiënt binnen een redelijk tijdsbestek een andere reperfusietherapie, zoals percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA), te geven.

 



Op theoretische gronden zou de vaatverwijdende werking van nitraten een gunstig effect moeten hebben bij patiënten met een myocardinfarct.47 Door de vasodilatatie in het coronaire vaatbed in combinatie met de afname in pre- en afterload die door nitraten wordt geïnduceerd, verbetert de ratio van myocardiale zuurstofvraag en -aanbod.48 Daarnaast heeft de door het nitraat vrijgemaakte 'endothelium derived relaxing factor' een gunstig effect op de remodellering van het hart na een myocardinfarct. Uit een aantal wat oudere onderzoeken, komen suggesties dat bij gebruik van nitraten de infarctgrootte vermindert.49-51 In latere onderzoeken, na de invoering van trombolyse, kon dit effect niet worden bevestigd.52 53 In vele onderzoeken, ook in het trombolysetijdperk, is gebleken dat het gebruik van nitraten bij myocardinfarct, toegevoegd aan trombolytische therapie en een ACE-remmer, geen additionele klinisch relevante vermindering van sterfte geeft.52 53
Het routinematig toedienen van nitraten tijdens en na het infarct wordt niet gesteund door wetenschappelijk bewijs. Deze middelen zijn in het verleden op theoretische gronden ingezet, ingeburgerd geraakt en vervolgens is het gebruik ervan in richtlijnen overgenomen. Zo wordt het gebruik van nitraten gedurende 24-48 uur na het infarct in verschillende richtlijnen aanbevolen, evenals het langdurig gebruik bij patiënten met een groot voorwandinfarct of hartfalen. Bij het toepassen van nitraten kan nitraattolerantie optreden, hetgeen kan worden voorkomen door dagelijks een nitraatarm of nitraatvrij interval in te lassen.54 In verband met mogelijke onthoudings- of 'rebound'-verschijnselen wordt in de IB-tekst geadviseerd de toediening geleidelijk te staken.

 



Van calciumantagonisten is geen gunstig effect aangetoond op de mortaliteit bij acuut myocardinfarct (Gebu 1996; 30: 51-57). Dit betreft onder meer nifedipine.57 In twee gerandomiseerde dubbelblinde onderzoeken bleek dat verapamil in vergelijking met placebo geen statistisch significant effect had op het verminderen van de mortaliteit en re-infarcten bij patiënten na een myocardinfarct (STEMI), zowel na zes maanden58 als na 18 maanden59. Door beide onderzoeken te combineren in een meta-analyse bleken de onderzochte effecten wel statistisch significant.60
Slechts indien er geen ß-blokkers aan patiënten kunnen worden gegeven in verband met een contra-indicatie (m.n. ernstige COPD), kan verapamil worden voorgeschreven na de acute fase vanwege het negatief chronotrope effect. In de praktijk wordt ook wel diltiazem voorgeschreven. Contra-indicaties hiervoor zijn symptomatisch hartfalen of atrioventriculair blok. Diltiazem heeft een gering positief effect op het voorkómen van een re-infarct bij patiënten die een myocardinfarct (non-STEMI) op het ECG hebben doorgemaakt, echter slechts als er geen aanwijzingen voor linkerventrikeldysfunctie zijn.61-63
Kortwerkende dihydropyridinen, zoals nifedipine, zijn gecontraïndiceerd voor toepassing bij een acuut myocardinfarct. Redenen hiervoor zijn met name de negatief inotrope eigenschappen van calciumantagonisten en de door reflexsympathische activatie opgewekte tachycardie, en de hypotensie die met het gebruik gepaard gaat. Voor verapamil en diltiazem geldt evidente linkerventrikeldysfunctie als contra-indicatie.

 


Uit diverse onderzoeken en meta-analysen komt naar voren dat het vroegtijdig starten van een behandeling met een ACE-remmer na een myocardinfarct een aanzienlijke mortaliteitsreductie geeft.64 Met name patiënten met een voorwandinfarct, recidiefinfarct of hartfalen in de acute fase lijken het meeste baat te hebben bij deze behandeling. Na een trombolytische behandeling en als de bloeddruk is genormaliseerd, start men binnen 24 uur met een lage orale dosering van een ACE-remmer. Deze dosering dient dan in 24-48 uur te worden verhoogd tot de maximale dosering, op voorwaarde dat er sprake is van een hemodynamisch stabiele situatie. Bij afwezigheid van symptomatische of asymptomatische linkerventrikeldysfunctie, zoals bepaald met echocardiografie, kunnen ACE-remmers na 6 tot 8 weken worden gestaakt. Als er sprake is van linkerventrikeldysfunctie (ejectiefractie <40%), dan dient de behandeling met een ACE-remmer levenslang te worden gecontinueerd. Indien er sprake is van hypotensie (systolisch <100 mm hg) of ernstige nierfunctiestoornissen (creatinineklaring <10 ml>De uitkomsten van meta-analysen tonen dat er met de gecombineerde behandeling (trombolytica en ACE-remmers) na een myocardinfarct een (relatieve) mortaliteitsreductie van 6-27% kan worden bereikt.64 Er is geen wetenschappelijk bewijs om na de acute fase van het infarct nog te starten met ACE-remmers als er sprake is van een normale of slechts licht aangedane linkerventrikelfunctie.

 


Ventriculaire ritmestoornissen worden vaak waargenomen na een myocardinfarct en zijn geassocieerd met een grotere mortaliteit. Met de introductie van trombolytica en PCI's worden vaker ventriculaire ritmestoornissen gezien die zijn geassocieerd met het optreden van reperfusie (het zogenoemde 'accelerated idio-ventricular rhythm'). In tegenstelling tot de klassieke ventriculaire ritmestoornissen is dit een gunstig teken. Het duidt er namelijk op dat de coronaire arterie opnieuw doorgankelijk is geworden en dat stoffen die waren opgenomen in de trombus vrijkomen in de bloedbaan. Medicamenteuze anti-aritmische behandeling na een myocardinfarct is wel succesvol gebleken, wat het herstel van het ritme betreft maar niet wat de reductie van de mortaliteit betreft.
Het enige anti-aritmicum dat nog wordt toegepast bij ventriculaire tachycardie en ventrikelfibrilleren bij het acute myocardinfarct, is lidocaïne.65 66 Dit middel dient niet routinematig te worden toegediend, maar slechts als een dergelijke ritmestoornis optreedt. ß-Blokkers hebben reeds hun toepassing in de vroege fase na het infarct en hebben daarnaast een gunstig effect op het verminderen van plotselinge hartdood. Ze worden niet routinematig toegepast als anti-aritmicum bij een myocardinfarct. Amiodaron heeft ook een gunstig effect op het verminderen van plotse hartdood, maar niet op de mortaliteit (alle oorzaken).67 68  Het middel is tweede keuze in verband met bijwerkingen, die de toepassing van amiodaron in de praktijk sterk beperken.69 70 Het heeft daarom alleen een plaats bij de behandeling en niet bij de profylaxe.
Als er bij een acuut myocardinfarct bradycardie optreedt op basis van atrioventriculaire geleidingsstoornissen of asystolie, wordt atropine of isoprenaline toegepast als symptoombestrijder.3

 



1. Ohman EM, Casey C, Bengtson JR, Pryor D, Tormey W, Horgan JH. Early detection of acute myocardial infarction: additional diagnostic information from serum concentrations of myoglobin in patients without ST elevation. Br Heart J 1990; 63: 335-338. 
2. Braunwald EB (ed.). Heart disease: a textbook of cardiovascular medicine. Philadelphia: WB Saunders, 1996. 
3. Alpert JS, Thygesen K, Antman E, Bassand JP. Myocardial infarction redefined - a consensus document of The Joint European Society of Cardiology/American College of Cardiology Committee for the redefinition of myocardial infarction. J Am Coll Cardiol 2000; 36: 959-969. 
4. Bertrand ME, Simoons, ML, Fox KAA, Wallentin LC, Hamm CW, McFadden E, et al. Management of acute coronary syndromes: acute coronary syndromes without persistent ST segment elevation. Recommendations of the Task Force of the European Society of Cardiology. Eur Heart J 2000; 21: 1406-1432. 
5. Richtlijnen van de Nederlandse Vereniging Voor Cardiologie, gepubliceerd op de website: http://www.nvvc.nl. 
6. Koren G, Weiss AT, Hasin Y, Appelbaum D, Welber S, Rozenman Y, et al. Prevention of myocardial damage in acute myocardial ischemia by early treatment with intravenous streptokinase. N Engl J Med 1985; 313: 1384-1389. 
7. The Global Use of Strategies to Open Occluded Coronary Arteries (GUSTO) IIa Investigators. Randomized trial of intravenous heparin versus recombinant hirudin for acute coronary syndromes. Circulation 1994; 90: 1631-1637. 
8. Gruppo Italiano per lo Studio della Streptochinasi nell'Infarto Miocardico (GISSI). Effectiveness of intravenous thrombolytic treatment in acute myocardial infarction. Lancet 1986; 1: 397-402. 
9. ISIS-2 (Second International Study of Infarct Survival) Collaborative Group. Randomised trial of intravenous streptokinase, oral aspirin, both, or neither among 17187 cases of suspected acute myocardial infarction: ISIS-2. Lancet 1988; 2: 349-360. 
10. Wilcox RG, Lippe G von der, Olsson CG, Jensen G, Skene AM, Hampton JR. Trial of tissue plasminogen activator for mortality reduction in acute myocardial infarction. Anglo-Scandinavian Study of Early Thrombolysis (ASSET). Lancet 1988; 2: 525-530. 
11. AIMS Trial Study Group. Long-term effects of intravenous anistreplase in acute myocardial infarction: final report of the AIMS study. Lancet 1990; 335: 427-431. 
12. Lamfers EJ, Hooghoudt TE, Uppelschoten A, Stolwijk PW, Verheugt FW. Effect of prehospital thrombolysis on aborting acute myocardial infarction. Am J Cardiol 1999; 84: 928-930. 
13. Fibrinolytic Therapy Trialists' (FTT) Collaborative Group. Indications for fibrinolytic therapy in suspected acute myocardial infarction: collaborative overview of early mortality and major morbidity results from all randomised trials of more than 1000 patients. Lancet 1994; 343: 311-322. 
14. Gersh BJ, Anderson JL. Thrombolysis and myocardial salvage. Results of clinical trials and the animal paradigm-paradoxic or predictable? Circulation 1993; 88: 296-306. 
15. Weaver WD, Cerqueira M, Hallstrom AP, Litwin PE, Martin JS, Kudenchuk PJ, et al. Prehospital-initiated vs hospital-initiated thrombolytic therapy. The Myocardial Infarction Triage and Intervention Trial. JAMA 1993; 270: 1211-1216. 
16. Late Assessment of Thrombolytic Efficacy (LATE) study with alteplase 6-24 hours after onset of acute myocardial infarction. Lancet 1993; 342: 759-766. 
17. Gurwitz JH, Gore JM, Goldberg RJ, Barron HV, Breen T, Rundle AC, et al. Risk for intracranial hemorrhage after tissue plasminogen activator treatment for acute myocardial infarction. Participants in the National Registry of Myocardial Infarction 2. Ann Intern Med 1998; 129: 597-604. 
18. Rogers WJ, Bowlby LJ, Chandra NC, French WJ, Gore JM, Lambrew CT, et al. Treatment of myocardial infarction in the United States (1990 to 1993). Observations from the National Registry of Myocardial Infarction. Circulation 1994; 90: 2103-2114. 
19. The GUSTO investigators. An international randomized trial comparing four thrombolytic strategies for acute myocardial infarction. N Engl J Med 1993; 329: 673-682. 
20. The Global Use of Strategies to Open Occluded Coronary Arteries (GUSTO III) investigators. A comparison of reteplase with alteplase for acute myocardial infarction. N Engl J Med 1997; 337: 1118-1123. 
21. Neuhaus KL, Feuerer W, Jeep-Tebbe S, Niederer W, Vogt A, Tebbe U. Improved thrombolysis with a modified dose regimen of recombinant tissue-type plasminogen activator. J Am Coll Cardiol 1989; 14: 1566-1569. 
22. Cannon CP, McCabe CH, Diver DJ, Herson S, Greene RM, Shah PK, et al. Comparison of front-loaded recombinant tissue-type plasminogen activator, anistreplase and combination thrombolytic therapy for acute myocardial infarction. Results of the Thrombolysis in Myocardial Infarction (TIMI) 4 Trial. J Am Coll Cardiol 1994; 24: 1602-1610. 
23. The Continuous Infusion versus Double-Bolus Administration of Alteplase (COBALT) Investigators. A comparison of continuous infusion of alteplase with double-bolus administration for acute myocardial infarction. N Engl J Med 1997; 337: 1124-1130. 
24. ASSENT-2: Single-bolus tenecteplase compared with front-loaded alteplase in acute myocardial infarction. Lancet; 1999; 354: 716-722. 
25. Ross AM, Molhoek P, Lundergan C, Knudtson M, Draoui Y, Regalado L, et al. Randomized comparison of enoxaparin, a low-molecular-weight heparin, with unfractionated heparin adjunctive to recombinant tissue plasminogen activator thrombolysis and aspirin. Second trial of Heparin and Aspirin Reperfusion Therapy (HART II). Circulation 2001; 104: 648-652. 
26. The Assessment of the Safety and Efficacy of a New Thrombolytic Regimen (ASSENT)-3 Investigators. Efficacy and safety of tenecteplase in combination with enoxaparin, abciximab, or unfractionated heparin: the ASSENT-3 randomised trial in acute myocardial infarction. Lancet 2001; 358: 605-613. 
27. Antman EM, Louwerenburg HW, Baars HF, Wesdorp JCL, Hamer B, Bassand JP, et al. Enoxaparin as adjunctive antithrombin therapy for ST-elevation myocardial infarction. Results of the ENTIRE-Thrombolysis in Myocardial Infarction (TIMI) 23 Trial. Circulation 2002 ; 105: 1642-1649. 
28. Antithrombotic Trialists'Collaboration. Collaborative meta-analysis of randomised trials of antiplatelet therapy for prevention of death, myocardial infarction, and stroke in high risk patients. BMJ 2002; 324: 71-86. 
29. Freimark D, Matetzky S, Leor J, Boyko V, Barbash IM, Behar S, et al. Timing of aspirin administration as a determinant of survival of patients with acute myocardial infarction treated with thrombolysis. Am J Cardiol 2002; 89: 381-385. 
30. CURE Investigators. Effects of clopidogrel in addition to aspirin in patients with acute coronary syndromes without ST-segment elevation. N Engl J Med 2001; 345: 494-502. 
31. Bennett CL, Weinberg PD, Rozenberg-Ben-Dror K, Yarnold PR, Kwaan HC, Green D. Thrombotic thrombocytopenic purpura associated with ticlopidine. A review of 60 cases. Ann Intern Med 1998; 128: 541-544. 
32. Rao AK, Pratt C, Berke A, Jaffe A, Ockene I, Schreiber TL, et al. Thrombolysis in Myocardial Infarction (TIMI) Trial-phase I: hemorrhagic manifestations and changes in plasma fibrinogen and the fibrinolytic system in patients treated with recombinant tissue plasminogen activator and streptokinase. J Am Coll Cardiol 1988; 11: 1-11. 
33. Popma JJ, Califf RM, Ellis SG, George BS, Kereiakes DJ, Samaha JK, et al. Mechanism of benefit of combination thrombolytic therapy for acute myocardial infarction: a quantitative angiographic and hematologic study. J Am Coll Cardiol 1992; 20: 1305-1312. 
34. Simoons M. Improved reperfusion and clinical outcome with enoxaparin as an adjunct to streptokinase thrombolysis in acute myocardial infarction. The AMI-SK study. Eur Heart J 2002; 23: 1282-1290. 
35. Granger CB, Miller JM, Bovill EG, et al. Rebound increase in thrombin generation and activity after cessation of intravenous heparin in patients with acute coronary syndromes. Circulation. 1995; 91: 1929-1935. 
36. Theroux P, Waters D, Lam J, Juneau M, McCans J. Reactivation of unstable angina after the discontinuation of heparin. N Engl J Med. 1992; 327: 141-145. 
37. Cannon CP, Antman EM, Crawford MH. Heparin and low-molecular-weight heparin in acute coronary syndromes and angioplasty. In: Crawford MH, editor. Cardiology Clinics: Annual of Drug Therapy. Philadelphia: WB Saunders; 1997:105-119. 
38. Nguyen MT Le, Spencer FA. Low molecular weight heparin and unfractionated heparin in the early pharmacologic management of acute coronary syndromes: a meta-analysis of randomized clinical trials. J Thromb Thrombolysis 2001; 12: 289-295. 
39. Massel D, Cruickshank MK. Enoxaparin in acute coronary syndromes: evidence for superiority over placebo or untreated control. Am Heart J 2002; 143: 748-752. 
40. Antman EM, Cohen M, Radley D, McCabe C, Rush J, Premmereur J, et al. Assessment of the treatment effect of enoxaparin for unstable angina/non-Q-wave myocardial infarction. TIMI 11B-ESSENCE Meta-Analysis. Circulation 1999; 100: 1602-1608. 
41. Eikelboom JW, Anand S, et al. Unfractionated heparin and low-molecular-weight heparin in acute coronary syndrome without ST-elevation: a meta-analysis. Lancet 2000; 355: 1936-1942. 
42. Jones HU, Muhlestein JB, Jones KW, Bair TL, Lavasani F, Sohrevardi M, et al. Preoperative use of enoxaparin compared with unfractionated heparin increases the incidence of re-exploration for postoperative bleeding after open-heart surgery in patients who present with an acute coronary syndrome: clinical investigation and reports. Circulation 2002; 106 (suppl 1): I19-I22. 
43. Hurlen M, Abdelnoor M, Smith P, Erikssen J, Arnesen H. Warfarin, aspirin, or both after myocardial infarction. N Engl J Med 2002; 347: 969-974. 
44. Cairns JA, Markham BA. Economics and efficacy in choosing oral anticoagulants or aspirin after myocardial infarction. JAMA 1995; 273: 965-967. 
45. Es RF van, Jonker JJ, Verheugt FW, Deckers JW, Grobbee DE. Aspirin and coumadin after acute coronary syndromes (the ASPECT-2 study): a randomised controlled trial. Lancet 2002; 360: 109-113. 
46. Brouwer MA, Bergh PJPC van den, Aengevaeren WRM, Veen G, Luijten HE, Hertzberger DP, et al. Aspirin plus coumarin versus aspirin alone in the prevention of reocclusion after fibrinolysis for acute myocardial infarction. Results of the Antithrombotics in Prevention of Reocclusion in Coronairy Thrombolysis (APRICOT)-2 Trial. Circulation 2002; 106: 659-665. 
47. Fung HL, Chung SJ, Bauer JA, Chong S, Kowaluk EA. Biochemical mechanism of organic nitrate action. Am J Cardiol 1992; 70: 4B-10B. 
48. Abrams J. Hemodynamic effects of nitroglycerin and long-acting nitrates. Am Heart J 1985; 110: 216-224. 
49. Bussmann WD, Passek D, Seidel W, Kaltenbach M. Reduction of CK and CK-MB indexes of infarct size by intravenous nitroglycerin. Circulation 1981; 63: 615-622. 
50. Jugdutt BI, Warnica JW. Intravenous nitroglycerin therapy to limit myocardial infarct size, expansion, and complications. Effect of timing, dosage, and infarct location. Circulation 1988; 78: 906-919. 
51. Yusuf S, Collins R, MacMahon S, Peto R. Effect of intravenous nitrates on mortality in acute myocardial infarction: an overview of the randomised trials. Lancet 1988; 1: 1088-1092. 
52. GISSI-3: effects of lisinopril and transdermal glyceryl trinitrate singly and together on 6-week mortality and ventricular function after acute myocardial infarction. Gruppo Italiano per lo Studio della Sopravvivenza nell'infarto Miocardico. Lancet 1994; 343: 1115-1122. 
53. ISIS-4: a randomised factorial trial assessing early oral captopril, oral mononitrate, and intravenous magnesium sulphate in 58 050 patients with suspected acute myocardial infarction. Lancet 1995; 345: 669-685. 
54. Loenen AC van (red.). Farmacotherapeutisch Kompas. Amstelveen: College voor Zorgverzekeringen, 2002. 
55. Yusuf S, Peto R, Lewis J, Collins R, Sleight P. Beta blockade during and after myocardial infarction: an overview of the randomized trials. Prog Cardiovasc Dis 1985; 27: 335-371. 
56. Freemantle N, Cleland J, Young P, Mason J, Harrison J. B blockade after myocardial infarction: systematic review and metaregression analysis. BMJ 1999; 318: 1730-1737. 
57. Furberg CD, Psaty BM, Mayer JV. Nifedipine. Dose-related increase in mortality in patients with coronary heart disease. Circulation 1995; 92: 1326-1331. 
58. Danish Study Group on Verapamil in Myocardial Infarction. Verapamil in acute myocardial infarction. Eur Heart J 1984; 5: 516-528. 
59. The Danish Study G on Verapamil in Myocardial Infarction. Effect of verapamil on mortality and major events after acute myocardial infarction. (The Danish Verapamil Infarction Trial II - DAVIT II). Am J Cardiol 1990; 66: 779-785. 
60. ansen JF for the Danish Study Group on verapamil in myocardial infarction. Treatment with verapamil after an acute myocardial infarction. Drugs 1991; 42 (Suppl. 2): 43-53. 
61. The Multicenter Diltiazem Postinfarction Trial Research Group. The effect of diltiazem on mortality and reinfarction after myocardial infarction. N Engl J Med 1988; 319: 385-392. 
62. Gibson RS, Boden WE, Theroux P, Strauss HD, Pratt CM, Gheorghiade M, et al. Diltiazem and reinfarction in patients with non-Q-wave myocardial infarction. Results of a double-blind, randomized, multicenter trial. N Engl J Med 1986; 315: 423-429. 
63. Boden WE, Scheldewaert R, Walters EG, Whitehead A, Coltart DJ, Santoni JP, et al. Incomplete INfarction Trial of European Research Collaborators Evaluating Prognosis Post-Thrombolysis (diltiazem) (INTERCEPT) Research Group. Design of a placebo-controlled clinical trial of long-acting diltiazem and aspirin versus aspirin alone in patients receiving thrombolysis with a first acute myocardial infarction. Am J Cardiol 1995; 75: 1120-1123. 
64. Latini R, Maggioni AP, Flather M, Sleight P, Tognoni G. ACE-inhibitor use in patients with myocardial infarction: summary of evidence from clinical trials. Circulation 1995; 92: 3132-3137. 
65. Haynes RE, Chinn TL, Copass MK, Cobb LA. Comparison of bretylium tosylate and lidocaine in management of out of hospital ventricular fibrillation: a randomized clinical trial. Am J Cardiol 1981; 48: 353-356. 
66. Olson DW, Thompson BM, Darin JC, Milbrath MH. A randomized comparison study of bretylium tosylate and lidocaine in resuscitation of patients from out-of-hospital ventricular fibrillation in a paramedic system. Ann Emerg Med 1984; 13: 807-810. 
67. Julian DG, Camm AJ, Frangin G, Janse MJ, Munoz A, Schwartz PJ, et al. Randomised trial of effect of amiodarone on mortality in patients with left ventricular dysfunction after recent myocardial infarction: EMIAT. Lancet 1997; 349: 667-674. 
68. Cairns JA, Connolly SJ, Roberts R, Gent M, for the Canadian Amiodarone Myocardial Infarction Arrhythmia Trial Investigators. Randomised trial of outcome after myocardial infarction in patients with frequent or repetitive ventricular premature depolarisations: CAMIAT. Lancet 1997; 349: 675-682.
69. Naccarelli GV, Dougherty AH. Amiodarone: a review of its pharmacologic antiarrhythmic and adverse effects. In: Podrid PJ, Kowey PR (eds.) Cardiac Arrhythmia: Mechanisms, Diagnosis, and Management. Baltimore: Williams & Wilkins; 1995: 434-449. 
70. Kowey PR, for the IV Amiodarone Investigators. A multicenter randomized double-blind comparison of intravenous bretylium with amiodarone in patients with frequent, malignant ventricular arrhythmia. Circulation 1993; 88 (suppl I): I-396. 
71. Syllabus behandeling en preventie van coronaire hartziekten door verlaging van de plasmacholesterolconcentratie. Centraal Begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale Toetsing, in samenwerking met Nederlandse Hartstichting, et al. Utrecht: Centraal Begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale Toetsing, 1998. 
72. National Cholesterol Education Program. Second report of the expert panel on detection, evaluation, and treatment of high blood cholesterol in adults (Adult Treatment Panel II). Circulation 1994; 89: 1333-1445. 
73. Randomised trial of cholesterol lowering in 4444 patients with coronary heart disease: the Scandinavian Simvastatin Survival Study (4S). Lancet 1994; 344: 1383-1389. 
74. Heart Protection Study Collaborative Group. MRC/BHF Heart Protection Study of choleterol lowering with simvastatin in 20,536 high-risk individuals: a randomised placebo-controlled trial. Lancet 2002; 360: 7-22. 
75. Frick MH, Elo O, Haapa K, Heinonen OP, Heinsalmi P, Helo P, et al. Helsinki Heart Study: primary prevention trial with gemfibrozil in middle-aged men with dyslipidemia: safety of treatment, changes in risk factors, and incidence of coronary heart disease. N Engl J Med 1987; 317:1237-1245. 
76. Rubins HB, Robins SJ, Collins D, Fye CL, Anderson JW, Elam MB, et al. Gemfibrozil for the secondary prevention of coronary heart disease in men with low levels of high-density lipoprotein cholesterol. N Engl J Med 1999; 341: 410-418. 
77. Touw DJ, Schalekamp T, Kuy A van der, Loenen AC van. All statins are equal, but... Een vergelijking tussen de HMG-CoA-reductaseremmende geneesmiddelen. Pharm Weekbl 135: 1338-1344. 
78. Schwartz GG, Olsson AG, Ezekowitz MD, Ganz P, Oliver MF, Waters D, Zeiher A, et al. Effects of atorvastatine on early recurrent ischemic events in acute coronary syndromes. JAMA 2001; 285: 1711-1718. 

Auteurs

  • dr M. van der Ent