De behandeling van slaapproblemen bij ouderen

Achtergrond: Chronische slapeloosheid treft 12-25% van de gezonde ouderen. Gevolgen hiervan kunnen zijn een verminderde kwaliteit van leven, een groter risico van depressie, en zelfmedicatie met alcohol en slaapmiddelen. Zowel hypnotica als gedragstherapie zijn uitgebreid onderzocht. Een placebogecontroleerde vergelijking van de werkzaamheid van beide therapieën afzonderlijk en gecombineerd ontbrak echter nog.
Methode: 78 ambulante, gezonde ouderen (gem. 65 jr.) met chronische en primaire slapeloosheid werden, na randomisatie over vier groepen, gedurende acht weken behandeld.1 Er werden verschillende slaapparameters vóór en aan het einde van het onderzoek en vervolgens 3, 12 en 24 maanden later vergeleken. De behandeling bestond uit medicamenteuze therapie (temazepam 7,5-30 mg/dag) (n=20), cognitieve gedragstherapie (n=18), deze twee gecombineerd (n=20) of een placebo (n=20). Cognitieve gedragstherapie hield in dat de patiënten in groepen van vier tot zes personen in wekelijkse zittingen van anderhalf uur voorlichting kregen over normale slaap en slaaphygiëne. Daarnaast werd hen geleerd de verblijfsduur in bed nauwkeurig aan te passen aan de actuele slaapduur en prikkels en gevoelens die hen parten speelden bij het onvrijwillig wakker blijven te vermijden. Van het onderzoek waren patiënten met slapeloosheid als gevolg van een somatische aandoening of een bijwerking van een geneesmiddel uitgesloten. Hetzelfde gold voor degenen met apnoe, periodieke bewegingen van de ledematen tijdens de slaap of met psychiatrische aandoeningen, en voor hen die het gebruik van een slaapmiddel niet konden staken. Dit betekende dat ongeveer de helft van de patiënten die via een krantenadvertentie of door hun arts waren aangemeld, afviel.
Resultaat: De drie actieve wijzen van behandeling bleken aan het einde van de acht weken significant, veel sterker werkzaam dan placebo, maar onderling was er geen verschil. Opmerkelijk was echter dat slechts de groep met alleen gedragstherapie twee jaar later nog een duurzame verbetering van de slaapklachten had ondervonden. Het effect van temazepam ging geleidelijk aan verloren, terwijl de combinatie ervan met gedragstherapie meer wisselende uitkomsten gaf.
Conclusie: Gedragstherapie blijkt bij slaapproblemen van ouderen op de korte termijn even werkzaam als farmacotherapie, maar behoudt dit effect gedurende ten minste twee jaar.

Plaatsbepaling

Alvorens een gebruik op ruimere schaal in de eerste lijn aan te bevelen, dient de doeltreffendheid ervan ook in een pragmatischer onderzoek met een minder geselecteerde patiëntengroep te worden aangetoond.2 Nader onderzoek van de combinatie van beide behandelingen zou zich ook moeten richten op gedragstherapie, voorafgegaan door farmacotherapie. Intussen blijft de NHG-Standaard Slapeloosheid en Slaapmiddelen3 een bruikbare richtlijn voor elke arts, die een niet-medicamenteuze therapie van slaapproblemen bij ouderen niet uit de weg gaat.



1. Morin CM, Colecchi C, Stone J, Stood R, Brink D. Behavioral and pharmacological therapies for late-life insomnia. A randomized controlled trial JAMA 1999; 281: 991-999.
2. Reynolds CF, Buysse DJ, Kupfer DJ. Treating insomnia in older adults. Taking a long-term view. JAMA 1999; 281: 1034-1035.
3. Knuistingh Neven A, Graaff WJ de, Lucassen PLBJ, Springer MP, Bonsema K, Dijkstra RH et al. NHG-Standaard Slapeloosheid en slaapmiddelen. Huisarts Wet 1992; 35: 212-219.