De 3e-generatie pil en trombo-embolie

Door het overstappen op de sub 50-pillen van de 2e-generatie is het oestrogeengehalte zodanig verminderd dat het risico van trombo-embolie aanzienlijk is afgenomen. Volgens enkele in Gebu 1996; 30: 22-23 besproken onderzoeken gaat dit voordeel voor een klein deel weer verloren door de overschakeling op anticonceptiepillen van de 3e-generatie. Sindsdien zijn nog enkele andere onderzoeken met vergelijkbare resultaten gepubliceerd.1 Ook het Europese Comité voor de Evaluatie van Geneesmiddelen (CPMP) heeft zich enige tijd geleden een oordeel gevormd over de tot nu bekende onderzoeken. Na vastgesteld te hebben dat trombo-embolie een ernstige, maar zeldzaam voorkomende bijwerking is van orale anticonceptiva, constateert het comité dat in alle onderzoeken bij 3e-generatie anticonceptiepillen ten opzichte van die van de 2e, sprake is van een licht verhoogd risico op het krijgen van trombo-embolie. De invloed van vertekeningen ('bias' en 'confounders') in de onderzoeksresultaten kan echter nog niet volledig worden beoordeeld. Ook gegevens uit onderzoek naar hemostatische factoren laten verschillen zien tussen pillen van de 2e- en de 3e- generatie, maar de klinische betekenis hiervan is nog onbekend. Volgens het comité zijn er op basis van de huidige gegevens geen uitspraken te doen over een mogelijk voordeel van pillen van de 3e-generatie wat betreft het voorkómen van acute myocardinfarcten. Het College ter beoordeling van geneesmiddelen heeft zich aan het oordeel van het CPMP geconformeerd. In de registratieteksten van de 3e-generatie anticonceptiepillen zal de informatie uit de onderzoeken worden verwoord en enkele bijsluiters zullen worden geactualiseerd op het punt van de contra-indicaties.

Plaatsbepaling

Het is van belang om de contra-indicaties voor pilgebruik, namelijk trombo-embolie en cerebrovasculaire en cardiovasculaire ziekten, goed in acht te nemen. Het is voorts raadzaam nog eens goed te bezien of er voor het gebruik van een 1e-generatie pil wel een indicatie bestaat en zonodig over te stappen op een 2e-generatie pil. Tenslotte blijft de eerdere conclusie geldig dat er geen reden is om aan vrouwen die met de anticonceptiepil willen beginnen een 3e-generatie pil voor te schrijven.

<hr />


1. Geijer RMM. Onrust rond de pil. Pleidooi voor een conservatief voorschrijfbeleid [Commentaar]. Huisarts Wet 1996; 39: 110-112.