Claritromycine en cardiovasculaire incidenten

Achtergrond. Ontstekingen en infecties zijn in het verleden in verband gebracht met cardiovasculaire aandoeningen. In atherosclerotisch weefsel zijn bacteriën gevonden en antibacteriële middelen zouden mogelijk een gunstig effect kunnen hebben op deze aandoeningen. In een meta-analyse uit 2005 van 11 gerandomiseerde en placebogecontroleerde onderzoeken met in totaal 19.217 patiënten werd geen bewijs gevonden dat antibiotica, gegeven gedurende enkele weken tot enkele maanden, een effect hebben op het verminderen van de mortaliteit of cardiovasculaire incidenten bij patiënten met coronaire hartziekten.1 Na het verschijnen van deze meta-analyse werden ook gerandomiseerde onderzoeken gepubliceerd waaruit bleek dat antibioticagebruik door patiënten met stabiele coronaire hartziekten juist de mortaliteit verhoogde. In een meta-analyse uit 2008 van 17 gerandomiseerde onderzoeken met 25.271 patiënten bleek het kortdurende gebruik van antibiotica in het algemeen door patiënten met stabiele coronaire hartziekten op de lange termijn te zijn geassocieerd met een verhoogde kans op overlijden (relatief risico RR 1,10 [95%BI=1,01-1,20]), vooral door cardiovasculaire aandoeningen.2 De onderzochte antibiotica waren onder meer macroliden, waaronder azitromycine (merkloos, Zithromax®) en claritromycine (merkloos, Klacid®). In Gebu 2013; 47: 21-22 is aangegeven dat er aanwijzingen zijn dat azitromycine het risico op cardiovasculaire incidenten verhoogt. Claritromycine is in Nederland na azitromycine het frequentst voorgeschreven macrolide (www.gipdatabank.nl). Van claritromycine zijn bij patiënten met COPD of patiënten met een pneumonie opgelopen buiten het ziekenhuis ofwel ’community-acquired pneumonia’ (CAP) geen gegevens bekend over het effect op cardiovasculaire incidenten en mortaliteit op de lange termijn. Britse onderzoekers gingen deze gegevens na in twee cohorten.3

Methode. Het ene cohort bestond uit patiënten met COPD en daaruit werden 1.343 patiënten (med. lft. 72 jr., 51% vrouw) geselecteerd die tussen 2009 en 2011 vanwege een acute exacerbatie waren opgenomen in Britse ziekenhuizen. Het andere cohort bestond uit patiënten met CAP en daaruit werden 1.631 patiënten (med. lft. 66 jr., 51% vrouw) geselecteerd die tussen 2005 en 2009 waren opgenomen in Britse ziekenhuizen. De primaire uitkomstmaat was het risico op een cardiovasculair incident na één jaar (ziekenhuisopname vanwege acuut coronair syndroom, hartfalen, ernstige ritmestoornis, of plotseling overlijden) en ziekenhuisopnamen vanwege een acuut coronair syndroom (myocardinfarct met of zonder ST-elevatie op het elektrocardiogram (ECG), en instabiele angina pectoris). Secundaire uitkomstmaten waren de mortaliteit ongeacht de oorzaak en door cardiovasculaire oorzaken, beide na één jaar.

Resultaat. Het gebruik van claritromycine bij acute exacerbaties van COPD bleek geassocieerd te zijn met een significant verhoogd risico op cardiovasculaire incidenten (benaderd RR 1,50 [1,13-1,97], Number Needed to Harm NNH 8) en acuut coronair syndroom (benaderd RR 1,67 [1,04-2,68]). Het gebruik van claritromycine bij CAP bleek eveneens significant geassocieerd te zijn met een verhoogd risico op cardiovasculaire incidenten (benaderd RR 1,68 [1,18-2,38], NNH 11), maar niet van acuut coronair syndroom. Voorts bleek dat claritromycine bij patiënten met acute exacerbaties van COPD was geassocieerd met een significant verhoogd risico op overlijden door cardiovasculaire oorzaken (RR 1,52 [1,02-2,26]), maar niet ongeacht de oorzaak. Bij patiënten met CAP was er geen significante associatie tussen het gebruik van claritromycine en overlijden.

Conclusie onderzoekers. Het gebruik van claritromycine bij acute exacerbaties van COPD of CAP kan zijn geassocieerd met een toename van cardiovasculaire incidenten. Deze uitkomsten moeten worden bevestigd in andere gegevensbestanden.

 

Plaatsbepaling

Dit observationele onderzoek geeft tezamen met die van enkele eerder gepubliceerde gerandomiseerde onderzoeken voldoende aanleiding om het gebruik van claritromycine te vermijden bij acute exacerbaties van COPD en bij patiënten met CAP. Ofschoon dit niet specifiek is onderzocht, is het aannemelijk dat dit vooral geldt voor patiënten met additionele cardiovasculaire risicofactoren. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) heeft in de standaarden ’Acuut hoesten’ en ’COPD’ geen plaats ingeruimd voor claritromycine.4 5


1. Andraws R, et al. Effects of antibiotic therapy on outcomes of patients with coronary artery disease. JAMA 2005; 293: 2641-2647.
2. Gluud C, et al. Clarithromycin for 2 weeks for stable coronary heart disease: 6-year follow-up of the CLARICOR randomized trial and updated meta-analysis of antibiotics for coronary heart disease. Cardiology 2008; 111: 280-287.
3. Schrembri S, et al. Cardiovascular events after clarithromycin use in lower respiratory tract infections: analysis of two prospective cohort studies. BMJ 2013; 346: f1235.
4. Verheij ThJM, et al. NHG-Standaard ’Acuut hoesten’. Huisarts Wet 2003; 46: 496-506.
5. Smeele IJM, et al. NHG-Standaard ’COPD’. Huisarts Wet 2007; 50: 362-379.

Auteurs

  • dr D. Bijl