Cardiometabole risico’s van atypische antipsychotica bij kinderen en adolescenten tijdens eerste gebruik

Achtergrond. Van atypische antipsychotica is bekend dat zij diverse en soms ernstige cardiometabole bijwerkingen veroorzaken, zoals obesitas, hypertensie en afwijkingen in het lipiden- en glucosemetabolisme (Gebu 2003; 37: 105-109). Dit is vooral bij volwassenen en ouderen onderzocht, maar nauwelijks bij kinderen en adolescenten. Cardiometabole bijwerkingen bij jeugdigen zijn van belang, omdat ze zijn gerelateerd aan obesitas op volwassenen leeftijd, cardiovasculaire morbiditeit en maligniteiten. Het beschikbare onderzoek is verricht bij jeugdigen die al eerder antipsychotica hadden gebruikt. Daarom wilden onderzoekers de associatie vaststellen tussen het eerste gebruik van atypische antipsychotica en metabole parameters en lichaamsgewicht.1

Methode. Uit een cohort van pediatrische patiënten met psychotische stoornissen, stemmings- en agressiestoornissen die medicamenteus zouden worden behandeld, werden patiënten geselecteerd die voor het eerst antipsychotica zouden krijgen. De behandelaar bepaalde het middel, de dosering en de verdere behandeling. Het onderzoek vond plaats in de periode 2001 tot en met september 2007.
Er waren 505 jeugdigen in de leeftijd van vier tot 19 jaar die niet eerder waren blootgesteld aan antipsychotica en hiervan namen 338 patiënten deel aan het huidige onderzoek. Bij 272 patiënten waren op ten minste één moment metingen verricht. Bij 130 patiënten was sprake van stemmingsstoornissen, bij 82 was sprake van schizofrenie of verwante aandoeningen en bij 60 van disruptieve of agressieve gedragsstoornissen. 15 patiënten wilden niet deelnemen en fungeerden als een controlegroep.
De medicamenteuze behandeling bestond uit aripiprazol (Abilify®), olanzapine (Zyprexa ®), quetiapine (Seroquel®) of risperidon (merkloos, Risperdal®) gedurende 12 weken. De primaire uitkomstmaat was gewichtsverandering. Er waren diverse secundaire uitkomstmaten, waaronder veranderingen in lipiden en metabole parameters. De analyse van de gegevens vond plaats op basis van het ‘intention-to-treat’-principe.

Resultaat. Na een mediane duur van de behandeling van 10,8 weken was het gewicht toegenomen met gemiddeld 8,5 kg (15% t.o.v. de uitgangswaarde) bij patiënten die olanzapine gebruikten, 6,1 kg (10%) bij quetiapine, 5,3 kg (10%) bij risperidon en 4,4 (8%) kg bij aripiprazol, in vergelijking met een niet-significante toename (0,2 kg) in de controlegroep.
Bij olanzapine en quetiapine waren er significante toenamen van de serumconcentratie van totaal cholesterol, triglyceriden, niet-HDL-cholesterol alsmede de ratio van triglyceriden en HDL-cholesterol. Bij risperidon steeg alleen de serumconcentratie van triglyceriden. Bij olanzapine was de serumglucoseconcentratie het sterkst gestegen (3,1 mmol/l). Bij aripiprazol en in de controlegroep waren geen significante veranderingen in metabole parameters. Er zouden weinig patiënten diabetes hebben ontwikkeld stellen de auteurs, maar er worden geen getallen genoemd.

Conclusie onderzoekers. Het eerste gebruik van atypische antipsychotica door kinderen en adolescenten gaat bij alle vier onderzochte middelen gepaard met een snelle en significante gewichtstoename. Veranderingen in metabole parameters varieerden tussen de vier middelen.

Plaatsbepaling

In dit onderzoek ging het kortdurende gebruik van aripiprazol, olanzapine, quetiapine en risperidon door kinderen en adolescenten gepaard met een snelle en statistisch significante toename van het gewicht. Binnen 11 weken had 10-36% van de patiënten overgewicht ontwikkeld dan wel obesitas. De veranderingen in serumlipiden betroffen vooral stijgingen bij olanzapine en quetiapine.
De Amerikaanse registratieautoriteit Food and Drug Administration (FDA) heeft voorschrijvers geattendeerd op wijzigingen in de productinformatie van olanzapine.2 Zij wijst op het verhoogde risico op gewichtstoename en hyperlipidemie en dat de werkzaamheid en veiligheid van het middel niet is onderzocht bij kinderen jonger dan 13 jaar.
De auteurs geven aan dat de resultaten van dit onderzoek moeten worden geduid binnen de beperkingen van het onderzoek, namelijk het niet-gerandomiseerde observationele karakter, flexibele doseringen, het toegestane gebruik van co-medicatie, de korte onderzoeksduur en de kleine controlegroep. Vooral het ontbreken van een controlegroep kan de resultaten hebben vertekend, doordat het aankomen in gewicht na een acute psychose deels een uiting kan zijn van een gewenst behandeleffect. Desondanks is dit het grootste onderzoek naar gewichtsveranderingen en metabole parameters bij pediatrische patiënten die voor het eerst antipsychotica gebruiken. De resultaten van dit onderzoek suggereren dat er bij pediatrische patiënten die voor het eerst antipsychotica gebruiken meer zal moeten worden gecontroleerd op gewicht en metabole veranderingen. De voordelen van behandeling met atypische antipsychotica in vergelijking met de oudere typische antipsychotica zoals haloperidol bij kinderen met psychiatrische aandoeningen zullen moeten worden afgewogen tegen de nadelen op de korte en lange termijn, zoals de cardiovasculaire risico’s, en ook tegen de prognose van de aandoening. Het volgen van potentiële bijwerkingen bij patiënten, waaronder bloedonderzoek en endocrinologisch onderzoek, vereist dat het voorschrijven van deze geneesmiddelen plaatsvindt door ervaren handen.


1. Correll CU, et al. Cardiometabolic risk of second-generation antipsychotic medications during first-time use in children and adolescents. JAMA 2009; 302: 1765-1773.
2. FDA. Zyprexa (olanzapine): Use in Adolescents [document op het internet, geraadpleegd op 15 februari 2010]. URL: http://www.fda.gov/Safety/MedWatch/SafetyInformation/
SafetyAlertsforHumanMedicalProducts/ucm198402.htm.

Auteurs

  • dr D. Bijl